9032 |
Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) |
![]() |
In 1756 brak de lang verwachte grote Europese oorlog uit. Ditmaal stonden Engeland en Pruisen tegenover Oostenrijk, Frankrijk en Rusland. In deze Zevenjarige Oorlog bleef de Republiek neutraal. Er wordt wel eens door historici beweerd dat de Zevenjarige oorlog (1756-1763) eigenlijk de naam van de Eerste Wereldoorlog verdient. En met reden. De strijd werd niet alleen in Europa, maar ook o.a. in Noord-Amerika en in India uitgevochten. In Amerika leidde het tot de ondergang van het Franse rijk in Canada terwijl in India de Franse positie een flinke verzwakking onderging maar niet definitief uitgeschakeld werd. | ![]() |
Duitsland werd het toneel van een grote strijd die uitgevochten werd tussen Brandenburg-Pruisen onder koning De koning van Pruisen, Het Saksische leger sloot zich op in de vesting Pirna en moest, toen Oostenrijkse hulp uitbleef, capituleren. Na de capitulatie werden de Saksische regimenten gedwongen ingelijfd in het Pruisische leger. Dit was echter niet zo'n succes. Zodra ze de kans kregen deserteerden de Saksen en voegden zij zich bij nieuwe Saksische regimenten die vooral op het westelijke strijdtoneel opereerden). Bovendien verklaarden Frankrijk, Rusland en Zweden de oorlog aan Pruisen. Dit betekende dat vanaf 1757 Pruisen niet langer vocht voor het behoud van de provincie Silezië, die zij in de Eerste Silezische oorlog (1740-1742) van Oostenrijk hadden afgepikt, maar puur om als staat te overleven. Begin 1757 vielen de Pruisen Bohemen binnen, hetgeen leidde tot de slag bij Praag, die weliswaar door de Pruisen gewonnen werd, maar waar zij weinig voordeel van hadden: Praag werd tevergeefs belegerd. Toen Frederik af wilde rekenen met een Oostenrijks ontzettingsleger onder veldmaarschalk Von Daun werd hij bij Kolin zo verpletterend verslagen dat hij Bohemen in zijn geheel opgaf, want ondertussen waren Russische troepen Oost-Pruisen binnengevallen en hadden zij een klein Pruisisch leger bij Gross-Jogerndorf verslagen terwijl ook het Zweedse leger zich begon te roeren. Hoewel het er slecht voor Pruisen uitzag hadden de verschillende geallieerden echter grote moeite om hun offensieven op elkaar af te stemmen. Er was totaal geen coördinatie tussen de geallieerden. De Russen in Oost-Pruisen trokken zich weer terug omdat ze dachten dat de keizerin dood was en ook de Fransen deden nog niet veel. Pas in november begonnen zij zich met 50.000 man te roeren, waaronder ook troepen van het Roomse Rijk. Frederik ontmoette hen bij Rossbach waar het Franse leger een verpletterende nederlaag leed. Direct daarop moest Frederik weer terugmarcheren naar Silezië waar de vesting Breslau door de Oostenrijkers belegerd werd en gevallen was. Dit leidde op 5 december tot de slag bij Leuthen, waarin Frederik in een van zijn grootste overwinningen ooit, de Oostenrijkers versloeg. |
In 1758 kreeg Frederik met tegenslagen te maken: Een hernieuwde invasie van Moravië moest hij afbreken toen zijn zwaar geëscorteerde bevoorradingstrein van meer dan 4.000 wagens verloren ging. Daarna marcheerde Frederik naar Brandenburg, waar een sterk Russisch leger onder Fermor naar binnen was getrokken. Dit leger werd in het onbesliste bloedbad van Zorndorf gestuit (25 augustus 1758) maar Frederik kon niet achtervolgen omdat hij in Silezie alweer het hoofd moest bieden aan een nieuwe Oostenrijkse aanval. Bij Hochkirch leed hij een gevoelige nederlaag tegen Daun, die tweemaal zo sterk was als hij. Daar Daun echter niet achtervolgde wist Frederik te redden wat er te redden viel. In 1759 namen Frederiks problemen nog verder toe. Een nieuw Russisch leger onder Saltykov had Frankfurt aan de Oder bereikt en Frederik ging bij Konersdorf de strijd ermee aan. Het resultaat was een bloedbad met opnieuw een zware nederlaag voor Frederik. Maar omdat Saltykov bang was dat Groothertog Peter, bewonderaar van Frederik de Grote, op het punt stond om de Russische troon te bestijgen zette hij geen achtervolging van het verslagen Pruisische leger in. Frederik kon zich weer terugtrekken op Saksen. De Oostenrijkse troepen onder Daun, die zich daar bevonden, trokken zich terug, maar een achtervolgend detachement Pruisen (15.000 man) werd door Daun omsingeld en moest bij Maxen de wapens trekken. Hierop trok Frederik naar Silezië, waar hij bij Liegnitz opnieuw de confrontatie met Daun aanging. De Pruisen waren drie tegen een in de minderheid, maar durfden een gewaagde nachtaanval aan. Een deel van de Oostenrijkers werd grondig verwoest terwijl de andere Oostenrijkers en een nabijgelegen Russisch leger er bij stonden en er naar keken. Maar Frederik kon toch niet blijven. De laatste grote slag van de Zevenjarige oorlog werd bij Torgau uitgevochten, waar uiteindelijk Daun verslagen werd. Hierna veranderden zaken op het politieke terrein. De nieuwe Britse koning, George III wilde de oorlog beëindigen en stopte de subsidie aan Pruisen. Tsarina Elisabeth overleed en werd opgevolgd door haar zeer pro-Pruisische zoon Peter. Deze ging onmiddellijk een tegen Oostenrijk gericht bondgenootschap aan met Frederik. Hoewel Peter maar kort op de troon zat (hij werd vermoord) had de nieuwe tsarina, Catharina de Grote, geen zin in voortzetting van de oorlog. Nu was Oostenrijk zo geïsoleerd dat tegen eind 1762 Maria Theresia instemde met onderhandelingen en in februari 1763 werd de vrede van St. Hubertusburg getekend. Dit onderlijnde de opkomst van Pruisen als macht in midden Europa. Pruisen had uiteindelijk gevochten voor het naakte bestaan en het had gewonnen. Laatst bijgewerkt: 21-08-10 |