9254 |
De Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) |
![]() De machtsverhoudingen in Europa hadden zich gewijzigd, In het westen voerden Engeland (met de Republiek der Verenigde Nederland als een wat halfslachtige bondgenoot) en Frankrijk (met Spanje in haar zog) een verbeten duel om koloniën, handelsbelangen en om de macht ter zee. Dat had tot tal van incidenten geleid in Spaans-Amerika - tot grote ergernissen van de Britse slavenhandelaars, de eigenaren van katoen- en suikerplantages en de reders van de smokkelschepen. |
|
In 1739 brak er oorlog uit tussen Spanje en Engeland. In Centraal Europa betwistten Oostenrijk en het snel opgekomen Pruisen elkaar de macht. met flinke legers streefde beide landen naar uitbreiding van hun gebied. De Pruisische vorsten hadden de 'dienstplicht" ingevoerd en de grootste kerels van Europa lieten zich ronselen voor de lijfwacht aan hun hof. De cynische, kunstzinnige Frederik de Grote, die niet langer in God geloofde, beschouwde zich als "verlicht vorst", de dienaar van het volk en hief zelfs de censuur op. |
![]() |
In 1713 was in Oostenrijk-Hongarije een wet van kracht geworden, die bepaalde dat in alle Oostenrijkse erflanden vanaf dan een vrouw op de troon mocht komen. Deze zgn. Pragmatieke Sanctie was ingevoerd nadat de Oostenrijkse keizer Karel VI geen mannelijke troonopvolger had gekregen en de opvolging alleen via zijn dochter Maria Theresia kon verlopen. Amper twee maanden na de troonsbestijging van Maria Theresia die haar vader
|
![]() |
Ondanks alle verzekeringen van de Europese machten werd de troon Maria Theresia betwist. Niet malleen Pruisen, maar ook Beieren en vervolgens ook Frankrijk en Spanje keerden zich tegen haar en rukten met hun legers op. Engeland en de Republiek steunden haar nauwelijks of niet. De Staten beperkten zich tot het zenden van geld. Zo nam in 1740 de Oostenrijks Successieoorlog een aanvang. Bij de Voorvrede van Breslau en de Definitieve vrede van Berlijn moest Maria Theresia op 22 juni 1742 afstand doen van een van de belangrijkste gebieden van het koninkrijk Bohemen. De aartshertogin wilde zich het verlies van Silezië niet neerleggen en droomde ervan Silezië terug te veroveren.
Maria Theresia kreeg nu de krachtige steun van Engeland en eindelijk besloten ook de Staten van de Republiek om hulptroepen te sturen. Dit leger kwam echter te laat aan om deel te nemen aan de slag bij Dettingen, die de Engelsen in 1743 van de Fransen wonnen. De Fransen werden uit Duitsland verdreven |
|
In 1744 brak de Tweede Silezische oorlog uit. Maria Theresia moest haar poging Silezië te heroveren opgeven, nadat Frederik II doorslaggevende overwinningen had behaald bij Hohenfriedeberg (4 juni 1745) en Kesseldorf. Silezië bleef Pruisisch bezit.
Links: Aanval van Pruisische infanterie tijdens de slag bij Hohenfriedeberg; schilderij vanCarl Röchling (1855-1920).
|
De Fransen deden nu een inval in de Zuidelijke Nederlanden, die immers ook van Maria Theresia waren. Die streken - ook de barrièresteden - werden in 1744-1745 veroverd. In 1747 gaf de franse koning bevel tot een inval in Zeeuws Vlaanderen, dat spoedig veroverd was (april 1747), maar Lodewijk bereikte niet wat hij had gewild, namelijk dat de Republiek zich zou onthouden van steun aan Oostenrijk. |
laatst bijgewerkt: 21-08-10 |