7050 |
Slavenhandel |
![]() |
De jacht op het Afrikaanse goud liep voor de Portugezen uit op een grote teleurstelling. Om dit geringe succes goed te maken, namen zij enkele "inboorlingen" gevangen om ze in Lissabon als slaven te kunnen verkopen en bij de koning aan te tonen dat hun reis wel degelijk succesvol en winstgevend was geweest. Al snel kwam er een levendige slavenhandel op gang, die bijzonder winstgevend was. Lissabon werd in korte tijd de grootste slavenmarkt van Europa. De Portugezen waren echter niet lang de enigen die op slavenjacht gingen. Ook de Spanjaarden gingen zich ermee bezighouden. Op de kaden van Sevilla werden hele ladingen negerslaven verhandeld. Ook de Engelsen begonnen zich voor Afrika te interesseren.
|
![]() |
![]() |
Arabische slavenhandelaars trokken de binnenlanden van Afrika in om slaven te vangen. Als vee werden de mannen en vrouwen bij elkaar gedreven. Groepen slaven moesten vaak honderden kilometers lopen met zware kettingen om hun nek. Velen overleefden de tocht niet. Slaven die de tocht naar de kust wel overleefden, werden in kooien opgesloten en bewaakt tot er voldoende waren gevangen om een schip te vullen. De door de Europese slavenhalers opgekochte de slaven werden de schepen ingedreven. Daarna begon voor hen de lange zeereis naar de Nieuwe Wereld in overvolle, stinkende scheepsruimen. |
De overlevering zeg dat de Afrikanen blij waren met kralen en spiegeltjes en voor prullaria hun volk verkochten. Niets is minder waar.Voor de Europese handelaren was het niet altijd eenvoudig om aan de goede ruilhandel te komen. De tussenhandelaren en koningen konden zeer kieskeurig zijn. Behalve de cadeaus die een belangrijk smeermiddel waren voor de handel, was de meegebrachte koopwaar hoogst modegevoelig. De ene keer was het jenever en een volgende keer cognac. Het schip was vaak al een paar maanden onderweg en weer een paar maanden daarvoor aan een Middelburgse kade geladen met spullen die voorhanden waren.
Hollandse slavenkapiteins klaagden bij hun reders dat ze veel te veel stoffen bij zich hadden en een zeer slechte concurrentiepositie hadden ten opzichte van Franse en Portugese schepen. Die kwamen vaak rechtstreeks van de Zuid-Amerikaanse kust en hadden de zeer populaire tabak en suiker bij zich. De concurrentie van kopers was groot en de tussenhandelaren waren goed op de hoogte van prijzen. de wet van vraag en aanbod deed zijn werk en het is zeker niet zo dat de slaven voor een habbekrats van de hand zijn gedaan. Een schrale troost. |
![]() |
![]() |
De slaven die de zeereis overleefden werden op de kade geveild zodra ze waren uitgeladen. Daar werden ze te werk gesteld op de suiker-, katoen-, koffie- en tabaksplantages. Veel slaven op deze plantages stierven door het harde werken en door de mishandelingen van de wrede opzichters. |
Jarenlang waren de Portugezen en Spanjaarden de belangrijkste slavenhandelaars uit Europa. Maar toen Portugal en Spanje minder machtig werden, begonnen de Engelsen en de Nederlanders slavenforten te bouwen langs de hele Afrikaanse kust. Hoewel hun woonvertrekken veel beter waren dan die van de slaven, hielden de meeste Europeanen het in de tropische hitte niet lang uit. De forten werden berucht als de "graven van de blanke man". De slavenhandel heeft ongeveer 450 jaar lang geduurd. In die periode zijn minstens 10 miljoen Afrikanen naar de Nieuwe Wereld (Amerika) verscheept. Pas in de vorige eeuw besloten de meeste landen de slavernij af te schaffen. De vrijgekomen slaven vestigden zich in de gebieden waar ze gewerkt hadden. Hun levensomstandigheden bleven nog lange tijd slecht. |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 21-12-05 |