2643

Alamannen (400 - 746)

Alamannen (300 - 400)
Gedurende de 5e eeuw bleven de Alamannen gevestigd in Zuid-West-Duitsland, Zwitserland en de Elzas. 

De Alamanse maatschappij moet redelijk "los" zijn geweest. In de vijfde eeuw bleek er geen gecentraliseerd bestuur te zijn en toch staat het vast dat er verschillende Alamanse koningen waren (zoals Chnodomar (Gundmar), die in 357 in de slag bij Straatsburg door de Romeinen gevangen werd genomen). Hun thuisland was een gebroken hoogland, dat clanvorming en verdeeldheid bevorderde.

Tijdens de grote invasie in 406, staken de Alamannen tezamen met de Vandalen, de Alanen, Suebi, Franken en Bourgondiërs de bevroren Rijn over.

In 411 werd Flavius Jovinus (411-413) met steun van de Franken, Bourgondiërs en Alamannen tot keizer uitgeroepen.

In 443 kregen de Bourgondièrs. die zich in 409 in de omgeving van Mainz en Worms hadden gevestigd, van de Romeinse generaal Aetius in omgeving van Genève een nieuw woongebied toegewezen. De Alamannen konden zich nu geen uitweg vinden over de Rijn.

In 451 streden de Alamannen in de Slag op de Catalaunische Velden aan de zijde van de Hunnenleider Attila.

Na de moord op Valentianus lll (455) en de plundering van Rome door de Vandalen in 455 begon de neergang van het West-Romeinse rijk. 

In 457 wist de Romeinse legerbevelhebber Julius Majorianus (457 - 461) de Alamannen te verslaan. In hetzelfde jaar werd hij keizer over het West-Romeinse Rijk. Hij had zijn handen vol met de strijd tegen Gaiseric, koning van de Vandalen in Africa. In 461 werd hij echter tot afstand gedwongen en vermoord. Julius Majoranius had geen tijd om zich met de Alamannen bezig te houden. Zij profiteerden daarvan door hun gebied verder uit te breiden. Zij vestigden zich in de Elzas en de Palts. Vanaf dat moment voelden zij echter de groeiende macht van de Franken ten noorden van hen. 

In 458 werd Childerik (458 - 481) koning van de Franken. Tot zijn dood bleef hij een foederatus in dienst van Rome.

In 467 werd Procopius Anthemius (467 - 472) aangesteld tot keizer. Hij zou de laatste Westelijke keizer zijn die nog probeerde zelfstandig op te treden. Zijn tolerantie ten aanzien van heidenen en ketters wekte echter wantrouwen.,Voornamelijk in Gallië werd zijn opstelling, die hoop gaf op herstel van de eenheid van het rijk, echter met vreugde begroet. 

In 469 werden de Alamannen uit de Elzas en de Palts verdreven door Childerik, koning der Franken en Odoacer, de koning der Herulen, Sciri (Scyrri) en Rugii.

De keizerlijke veldheer Ricimer, die in het rijk de macht feitelijk in handen had, voelde zich door de keizer in zijn machtspositie bedreigd en bond met hem de strijd aan. Nadat hij Rome had ingenomen onthoofde hij Procopius Anthemius eigenhandig om vervolgens een nieuwe stroman op de troon te zetten (472).

Omstreeks die tijd bewerkstelligde de Heilige Severinus, die verbleef in de omgeving van Passau, van de Alamannenkoning Gibuld (Gibuldus) de vrijlating van krijgsgevangen. Bijna tegelijkertijd lukte het bisschop Lupus die een gevangene was in zijn eigen diocees Troyes van de Alamannenkoning Gebavultus (mogelijk dezelfde als koning Gibuldus) zijn vrijheid te herwinnen.

Na een veldslag tegen Odoacer, bij Orléans (476), sloten Childerik met hem een vredesverdrag en samen versloegen zij de Alamannen, die het Italiaanse schiereiland waren binnengevallen.

In 481 werd Childerik l opgevolgd door zijn zoon Chlodowech (Clovis) (481 - 511)

In 496 of 497 werden de noordelijke Alamannen door Chlodowech bij Tolbiacum/Zülpich in de buurt van Keulen, verslagen. Hun niet bij name genoemde koning, mogelijk Gebuld (Gebavultus) sneuvelde in die strijd. Onzeker is of Sigibert, de koning van de Rijnfranken in deze strijd aan zijn been gewond raakte. De Alamannen moesten hun gebied tussen de Main en de Midden-Neckar opgeven, maar behielden een vruchtbare streek tussen Straatsburg en Augsburg. Zij werden nu ingesloten door de allesoverheersende Franken in het noorden en westen en door de Ostrogoten in zuiden. De enige richting  waarheen zij hun woongebied eventueel verder zouden kunnen uitbreiden was het zuiden, in de richting van Oost-Gallië, Italië en Noricum, het Romeinse gewest ten zuiden van de Donau, tussen Rhaetië en Pannonië,  het tegenwoordige Oostenrijk ten zuiden van de Donau zonder Tirol.

In 506 of 507 overwon Chlodowech (Clovis) de zuidelijke Alamannen in de Elzas en de Eifel, waardoor, behalve de Elzas het grootste deel van Zuid-Duitsland aan het Frankische Rijk werd toegevoegd. Koning Theoderik van het Ostrogotische Rijk nam een deel van de Alamannen onder zijn bescherming. Hun gebied werd een protectoraat van het Ostrogotische Rijk

In 537 droeg koning Vitiges (Witiges) van het Ostrogotische Rijk o.a. Churraetië (het gebied rond Chur) en het protectoraat van de Alamannen  tezamen met "andere aangrenzende stammen" over aan koning Theudebert l, van Austrasië (534-548). Daarmee kwamen de Alamannen onder Frankische heerschappij. Hun gebied werd bestuurd door een gouverneur. "Allemania", zoals het gebied werd genoemd (hiervan is het Franse woord Allemagne voor "Duitsland" afgeleid), behield een eigen identiteit temidden van de Frankische wereld, totdat hofmeier Karel Martel het uiteindelijk opnam in zijn rijk in de vroege achtste eeuw.

In 553 trokken de hertogen Butilin en Leuthari (510 - 553), twee broers van Alamanse afkomst, met een leger, bestaande uit Franken en Alamannen door Italië. In de slag bij Capua (554) werden zij verslagen door de Byzantijnse veldheer Narses.

In 587 zette de Austrasische koning Childebert ll (575-595) de Alamannenhertog Leudefredus af en benoemde Uncelenus als zijn opvolger. Na de dood van Childebert ll in 595 werd zijn rijk verdeeld onder zonen Theodebert (Theudebert) en Theuderic ll. Thurgau, Kembsgau en de Elzas werden bij het nieuwe koninkrijk Bourgondië gevoegd. Hertog Uncelenus kreeg daarom een nieuwe leenheer: koning Theuderic ll van Bourgondië.

In 605 of 606 liet hertog Uncelenus de Bourgondische Huismeester Protadius vermoorden.

In 607 of 608 werd Unceleuns wegens deze moord door koningin Brunichilde gestraft door het afhakken van een voet en kon daardoor zijn ambt niet langer vervullen.

In de slag bij Wangas (610)  (in de buurt van Bern?) streden de Alamannen met troepen uit de Transjura en keerden met een rijke buit huiswaarts.

in 629 kwam Bourgondië bij het rijk van de Austrasische koning Dagobert l (623-634). Een leger van de Alamannen onder hertog Crodebertus nam in 631 - 632 deel aan een veldtocht van Dagobert l tegen de Slavische heerser Samo die voor Dagobert eindigde in een zware nederlaag (slag bij Wogatisburg (Vogatisburg).

In Überlingen aan het Bodenmeer resideerde tussen 636 - 650 de Alamanse hertog Gunzo (Cunzo), de kleinzoon van hertog Leuthari, (villa Iburninga). Zijn dochter Fridiburga werd ter vermaning naar de Frankenkoning Sigibert lll van Austrasië tot aan de Rijn gebracht. Gunzo nodigde de geestelijken en bisschoppen uit de omgeving uit voor een Synode en leidde de verkiezing van de Diaken Johannes tot bisschop van Konstanz. Niet zeker is of hertog Gunzo dezelfde is als de ook in die tijd levende hertog Gundoin is, die het klooster Moutier-Gravdal stichtte.

Rechts: Op de plaats van dit huis - Gunzoburg genoemd - zou de burcht van hertog Gunzo hebben gestaan.

In 643 liet de Alamanse hertog Leuthari, de zoon van hertog Gunzo, de voogd van Sigibert lll, Otto, vermoorden en effende daarmee de weg voor Grimoald de zoon van hofmeier Pippijn l voor het hofmeierschap.

Tussen 709 en 712 hield Pippijn ll (van Herstal) een veldtocht tegen hertog Wilharius die in het Ortenau resideerde.

In 721 werd Theuderic, (Theodorik, Thierry) lV, koning van Austrasië, Bourgondië en Neustrië. Hofmeier Karel Martel (hofmeiere van 714 - 741), beschouwde zichzelf niet als koning van het Merovingische Rijk, maar hij was wel de enige die de macht in handen had. In 722 bezette hij met wapengeweld Beieren en Alamanië.

In 730 hield Karel Martel een veldtocht tegen hertog Lanfrid.

Toen in 737 de Merovingische koning Theuderic zijn laatste adem uitblies, besloot Karel Martel  geen nieuwe koning aan te wijzen. Daarmee kwam er een eind aan het Merovingische Huis. Vanaf nu waren de Karolingers aan de macht.

In 741 stierf Karel Martel op 52-jarige leeftijd.  Het rijk van de Franken werd verdeeld over zijn twee zonen, Karloman l en Pippijn. Alamannia werd nu geregeerd door Karloman. Beide broers vonden het verstandig om een Merovingische koning, Childerik III (743-751), aan te stellen over Austrasië, Neustrië en Bourgondië zonder macht.

In 742 trokken Pippijn en Karloman ten strijde tegen de Alamanse hertog Theudebald, die samen met Wasconen, hertog odilo van Beieren en de Saksen in de Elzas een opstand had ontketend.

In 743 trokken Pippijn en Karloman ten strijde tegen hertog Odilo van Beieren (736 -748). De Alamannen onder hertog Theudebald steunde hem. Odilo kreeg ook steun van Slaven en Saksen. Odilo en Theudebald leden een nederlaag bij de Lech, waarna zij moesten vluchten

In 744 verdreef Pippijn de in de Elzas de nog steeds rebellerende hertog Theudebald.

In 746 sloeg Karloman de laatste opstand in Alamannië bij Cannstatt (nu een wijk van Stuttgart) met geweld neer. De opstandelingen werden bestraft en Alamannië hield op te bestaan. Een jaar later (747) trok Karloman zich terug naar een klooster, waarna Pippijn alleen regeerde over het rijk van de Franken. In 751 zette hij met de morele steun van Paus Stefanus ll de laatste Merovingische koning Childerik lll af.

Gemaakt: 10-07-04

colofon