3501 Apollo
Griekse God Apollo
De Romeinen vereerden de Griekse god Apollo, de god van het licht, de genezing en de poëzie. Hij kon de toekomst voorspellen en de Romeinen brachten hem offers om achter zijn geheimen te komen.

Apollo was oorspronkelijk een Griekse godheid en zou nooit echt worden geïdentificeerd met een Romeinse godheid. Hij zou tot aan het einde van de Romeinse Republiek een minder belangrijke godheid blijven, totdat de princeps Augustus van hem zijn persoonlijke beschermgodheid maakte.

Over het algemeen werd Apollo door de Romeinen vereerd als een reddende god, zowel in de nood veroorzaakt door een epidemie of een inval van de vijanden, als in elke andere nood. De Romeinse interpretatie sloot zich dus aan bij een wezenstrek van de Griekse God Apollon.Bovendien gaf hij ook orakels, was hij ook de god van de muziek en van de opgewekte levensvreugde, doch kon hij ook, als hij toornig werd een streng en straffend god zijn, wiens toorn moest worden verzoend. Het was echter vooral Phoebus Apollo - later vereenzelvigd met Sol Invictus (onoverwinnelijke zon) - die als zonnegod door de Romeinen werd vereerd. Hij zou de patroon worden van de periode van keizer Augustus, die ook wel de gouden of Apolloneïsche periode wordt genoemd.

Rechts: Apollo, beeld van de Zuid-Nederlandse beeldhouwer Artus Quellinus de Oude (1609 - 1668) in het Koninkrlijk Paleis op de Dam. Apollo verdrijft de Python, de slang der duisternis. Hij symboliseert dan ook de zon. Jupiter wordt vergezeld door een ram en een adelaar. 

Foto: Amsterdam Monumenten - Paleis op de Dam

Tijdens de regering van de laatste koningen van Rome bereikte zijn dienst door de Grieken uit Magna Graecia (Zuid-Italië en Sicilië) Rome. Van de Sibylle van Cumae, een Griekse polis, kocht Tarquinius Superbus, Romes laatste koning, de Sibyllijnse boeken. Ook het orakel van Delphi werd omstreeks die tijd voor het eerst door de Romeinen geraadpleegd. Later vinden we meer sporen van dit raadplegen van het Delphische orakel, onder andere bij het beleg van Veii (396 v. Chr.) toen Camillus bij de aanval op deze stad aan de god een tiende deel van de buit beloofde, indien hij in zijn onderneming slaagde, of na de slag bij Cannae, een belangrijke veldslag tijdens de tweede Punische Oorlog in 216 v. Chr, enz.

In 431 werd de tempel van Apollo Sosianus, op de Campus Martius (het Marsveld) ingewijd op of bij de oudste cultusplaats voor Apollo in Rome, het zogenaamde Apollinar. De bouw volgde na een gelofte die twee jaar eerder was gedaan, toen de hulp van Apollo was ingeroepen om een vreselijke pestepidemie te stoppen. De tempel werd buiten Rome gebouwd, omdat Apollo een niet-Romeinse god was, die binnen de heilige grens die door Romulus zou zijn getrokken met een ploeg, niet vereerd mocht worden. 

Omstreeks 34 v. Chr. liet Octavianus de nieuwe grote tempel van Apollo op de Palatijnse heuvel (tempel van Apollo Palatinus, templum Apollinis) bouwen.

In 399 v. Chr. heerste er weerom een grote pest, en toen werden er volgens een uitspraak van de Sibyllijnse boeken voor de eerste maal lectisternia (offermaaltijden van de goden, waarbij hun beelden aanlagen, of - die van de godinnen - aanzaten) gehouden, waaraan Apollo, Latona (zoals men te Rome zijn moeder noemde) en Diana (met wie zijn zuster Artemis werd geïdentificeerd), een voornaam aandeel hadden. Het was ook op bevel van de Sibyllijnse boeken, dat in de meest benarde tijd van de tweede Punische oorlog de ludi Apollinares (6-13 juli) werden ingesteld, waarbij wedrennen werden gehouden en toneelvoorstellingen opgevoerd. Zijn festival viel dan weer op 23 september.

Augustus had een bijzondere voorliefde voor de eredienst van Apollo. Hij hield zichzelf voor een bijzondere beschermeling van de god en schreef aan diens tussenkomst de in de slag bij Actium behaalde overwinning toe. Hij vergrootte en verrijkte de tempel, die de god op dat voorgebergte had en liet ook in Rome de spelen vieren, die te Actium het feest van de god opluisterden. Bovendien bouwde hij voor Apollo Palatinus een prachtige tempel op de Palatijnse heuvel, naast zijn eigen woning. In die tempel werden voortaan de Sibyllijnse boeken bewaard. 

In het uitgestrekte Imperium Romanum kende men in de provinciae ook Apollo met een bepaalde toevoeging. Zo werd Apollo onder de naam Apollo Atepomarus door de Kelten vereerd, die waarschijnlijk een god van paarden en ruiters was. In Gallië werd hij ook geïdentificeerd met de god Belenus en heette aldus Apollo Belenus, een zonne- en helende god, die ook buiten Gallië, met name in Noord-Italië en Illyricum werd vereerd. In Britannia werd hij als Apollo Cunomaglus ("hondenmeester") samen met Diana en Silvanus vereerd, waarschijnlijk als jachtgod. Een oorspronkelijke Keltische helende god werd als Apollo Grannus over een groot deel van het rijk vereerd als helende en zonnegod. Ook een andere Keltische genezende god werd vereerd onder de naam Apollo Moritasgus samen met zijn metgezellin Damona. Apollo had als Apollo Vindonnus (helder licht), een Keltische helende en zonnegod, een tempel in Essarois waar men vooral naar toe ging om genezen te worden van oogziektes. In Gallië werd hij ook nog als Apollo Virotutis (weldoener van de mensheid) vereerd.

Apollo (god) - Wikipedia

Gemaakt: 06-05-07

colofon