3301

De stad Rome (200 - 100 v. Chr.)

Stad Rome (400 - 200 v. Chr.); z. ook Rome (202 - 100 v. Chr.)

Na het verdwijnen van de Carthaagse bedreiging - na de Tweede Punische oorlog (218-202) -  begon een nieuwe bouwwoede in de stad. De commerciële gebouwen, waaronder het Emporium bij de goederenhaven, de enorme Porticus Aemilia en de eerste stenen horrea (voedselpakhuizen) aan de Tiber werden gerestaureerd.
Ten noorden van de oude stad lag tussen de Tiber en de heuvels Pincius, Quirinalis en Capitolinus een drassige vlakte: de Campus Martius (Marsveld, Paradeplaats). Het was de plaats waar de van buitenlandse missies terugkerende legers bivakkeerden voordat zij in triomf de stad zelf in mochten binnentrekken. Ter ere van zijn overwinning liet een zegevierende generaal dan een tempel aan de god die hem bij hierbij had bijgestaan wijden. Toen in de 3e eeuw v. Chr. de stad Rome zich moest uitbreiden, werd besloten het Marsveld te verkavelen en sindsdien werd hier meer en meer bijgebouwd. In 220 v. Chr. liet censor Gaius Flaminius dwars door de vlakte de Via Flaminia aanleggen en liet hij er een groot stadion voor publieke bijeenkomsten bouwen: het Circus Flaminius.

De Largo di Torre Argentina is een plein op het Marsveld, waar vier tempels uit de Republikeinse tijd zijn opgegraven. De oudste (tempel C) (op de voorgrond op de foto hierboven) stamt uit de derde of vierde eeuw v. Chr. en was waarschijnlijk gewijd aan Feronia, godin van de vruchtbaarheid of aan de godin Juno. De vier tempels stonden aan een geplaveide straat die is aangelegd na de grote brand van 80 n. Chr., die het Marsveld grotendeels in de as legde.

In de derde eeuw v. Chr. werd een tweede tempel gebouwd (tempel A), waarschijnlijk gewijd aan Juturna, door Gaius Lutatius Catulus, na zijn overwinning in 241 v. Chr. in de slag bij de Egadische Eilanden tegen de Carthagers. De tempel werd in 1132 omgebouwd tot de kerk S. Nicolo dei Cesarini, waarvan twee apsiden nog steeds gedeeltelijk staan. Onder de tempel zijn de resten gevonden van twee nog oudere tempels.

In 101 v. Chr. werd er een derde tempel gebouwd (tempel B). Deze was rond. Zes van de oorspronkelijke achttien zuilen staan nog overeind. Deze tempel was gebouwd door Quintus Lutatius Catulus nadat hij samen met Marius in de slag bij Vercellae de Kimbren had verslagen en was gewijd aan Fortuna Huiusce Diei, de godin van het geluk van deze dag. Het kolossale standbeeld waarvan delen in 1929 werden gevonden, beeldt waarschijnlijk deze godin uit.

Tussen 184 en 170 v. Chr. richtten Porcius Cato, Aemilius Lepidus en Sempronius Gracchus grote gebouwen op, basilica's genoemd, naar hellenistisch ontwerp (naar hen Porcia, Aemilia en Sempronia genoemd), zodat men op een passende plaats in de stad kon discussiëren over wetskwesties en handelstransacties, wat tot dan toe in de openlucht op het Forum Romanum had plaatsgevonden.

In 179 v. Chr. gaven de consuls Marcus Aemilius Lepidus en Marcus Fulvius Nobilior de opdracht tot de bouw van de Basilica Aemilia aan het Forum Romanum, het grootste en mooiste gebouw van Rome.

 

Aemilius bouwde de pijlers voor de eerste stenen brug (Pons Milvius) over de Tiber, stroomafwaarts van Isola Tiberina. Een paar jaar later werden de pijlers verbonden met steunbogen. Met behulp van deze nieuwe ingevoerde bouwvorm werden later aquaducten en straten in de buitenwijken gebouwd, na de uitvinding van opus incertum, een mengsel van steen en mortel, dat steeds gedurfder architectonische ontwerpen mogelijk maakte. 

Het contact met de toenmalige Griekse kolonies leidde tot de invoer van beeldhouwwerken, waarmee de zich later sterk uitbreidende mode van het namaken van Griekse originelen begon. Niettemin bleven de huizen van zelfs de rijkste Romeinen tamelijk bescheiden, terwijl de kleine en bekrompen huizen van de armere klassen uit niet meer bestonden dan houten en stenen traliewerk. De levensstijl was bescheiden; er waren weinig slaven en men leidde een eenvoudig huiselijk leven.

In de tweede helft van de tweede eeuw voor Chr. kreeg Rome een monumentaal gezicht. Architectonisch veranderde de stad van gedaante door de komst van de zuilengangen, latwerkconstructies en tussenverdiepingen, die een meer open indruk gaven door de toevoeging van galerijen. Vlakke plafonds werden vervangen door ronde bogen, soms ook gebruikt als triomfbogen. Grote aantallen vaklieden uit de Griekse gebieden werkten in Rome. Men bestelde bij hen kopieën van beroemde standbeelden voor de verfraaiing van privé-huizen en openbare gebouwen.

Voor het eerst werd ook marmer gebruikt voor de tempelbouw en, hoewel in mindere mate, voor de huizen van de patriciërs, waarvan de muren met gekleurde verf werden opgevrolijkt.

De stad Rome (100 - 1 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 30-04-07

colofon