551 |
Canidae (Hondachtigen) |
![]() ![]() ![]() ![]() Klik Hier voor de Framepagina |
Als medevertegenwoordigers van de Carnivora zijn de Hondachtigen verwant aan de Marterachtigen, Katachtigen, Robben, Zeeleeuwen en Walrussen. |
De familie hondachtigen (Canidae) omvat circa 35 soorten, waaronder de vossen, wolven en jakhalzen. Er leven vijf soorten in het wild in Europa: de gewone jakhals, wolf, vos, poolvos en wasbeerhond. De laatste soort is een exoot. Hondachtigen zijn aangepast aan het jagen van prooidieren op open grasvlakten door middel van de achtervolging. De meeste leden van de familie hebben lange poten, vijf tenen aan de voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De klauwen zijn niet intrekbaar zoals bij Echte Katten (Felidae). De staart is lang en bedekt met lange haren. Veel hondachtigen leggen grote afstanden af. Mannetjes hebben een penisbot. Dit penisbot wordt door de eikel bedekt. Op de basis van de penis bevindt zich een zwellichaam dat tijdens de copulatie opzwelt. Daardoor kunnen de dieren na de paring vast blijven zitten. Meestal krijgen hondachtigen maar één worp per jaar. Beide ouders zorgen meestal voor de jongen. De meeste soorten kunnen zich goed aanpassen aan omstandigheden en zijn opportunisten. Ze hebben een goed ontwikkelde reukzin. |
Geslachten binnen de Familie Canidae
|
![]() |
|
Manenwolf (Chrysocyon brachyurus) |
![]() |
Links: Hyenahond of Afrikaanse wilde hond (Lycaon pictus)
Onder:Wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) |
![]() |
In het Eoceen (57 tot 34 mjg.) leefde in Europa en Azië de Cynodictis de voorouder van de Hondachtigen. De Pseudocynodictis of Hesperocyon waren aan dit dier nauw verwant.
In het Oligoceen (34 - 23 mjg.) toen de bossen zich terugtrokken en plaats maakten voor graslanden, ontstonden er talrijke Hondachtigen op Aarde. Deze waren zeer uiteenlopend van vorm: sommigen leken op beren, andere op hyena's; weer andere op katten. Sommige waren heel klein, andere waren echte reuzen. Er moeten in het geheel minstens zeventig verschillende soorten geweest zijn. Tot deze familie behoren de Mesocyon en Daphoenus en de onderfamilies: Borophaginae, Hesperocyoninae (beiden uitgestorven wolfachtigen), de Caninae (echte honden), Octocyoninae en Symosyoninae. Slechts enkele slaagden erin om die 700.000 eeuwen te overleven. De meeste zijn verdwenen, zoals ook de beerhonden (Amphicyonidae) en de Kathonden niet meer bestaan. Het is vrijwel onmogelijk voor de hond een afstamming vast te stellen die volkomen juist zou zijn. Niet echt bij gebrek aan punten van overeenkomst, maar omdat het bijzonder moeilijk is een keuze te maken tussen de talrijke dieren die enige gelijkenis met onze huidige hond vertonen. In het Mioceen (23,5 - 6 miljoen jaar geleden) werden de Hondachtigen door de Katachtigen voorbijgestreefd . De honden en wolven waren lichamelijk minder goed bedeeld dan de katachtige moordmachines, maar zij wisten een eigen manier van jagen te ontwikkelen door hun hersens te gebruiken en in groepen op jacht te gaan. Dus terwijl een kat het voornamelijk moest hebben van zijn geperfectioneerde lijf en ledematen gebruikte een wolf zijn verstand en sociale vaardigheden, net als de verwanten van de katten, de hyena's die voor de hondachtige strategie hadden gekozen. Uit de Pseudocynodictis of Daphoenus ontsprongen ca. 10 mjg. twee evolutionaire lijnen: de Cynodesmus en de Tomarctus. |
De honden ontwikkelden zich tot de Noord-Amerikaanse 'achtervolgingsroofdieren', zoals de hyena's dat deden in de Oude Wereld. Ze hebben allemaal (met uitzondering van de in het woud levende boshond) lange poten en lenige lichamen die geschikt zijn om te rennen. De vroegste honden, in het Eoceen, hadden daarentegen korte poten en lange lijven en zagen eruit als de hedendaagse Viverridae (Civetkatten) uit de kattenfamilie. De honden hebben een bijzonder goed aanpassingvermogen. De meesten eten vlees en wat vegetatie, maar de lepelhond eet termieten en andere insecten en af en toe een vogel of wat vruchten. Hun sociale karakter varieert eveneens sterk. Sommige leven in afzondering, terwijl anderen uiterst sociaal zijn en in groepen jagen. In feite kunnen er zelfs binnen één soort verschillende leefwijzen voorkomen. |
Zo'n 5 miljoen jaar geleden wisten de honden de Oude Wereld binnen te komen en daar buitengewoon succesvol te worden. De rode vos heeft de wolf inmiddels onttroond als meest voorkomend zoogdier (afgezien van de mens) buiten de tropen. In het verleden zijn er ook honden geweest die leken op katten (ze beslopen hun prooi in plaats van deze na te jagen) en bottenkrakende "hyenahonden" of borophaginae, maar deze stierven uit door de concurrentie van de katachtigen.
Rechts: Boshond (Speothos venaticus) |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 28-12-06 |