Walrussen vormen een aparte groep binnen de vinvoetigen. Het zijn grote, logge dieren In sommige opzichten lijken ze op zeehonden, want ze hebben een afgeronde kop en hebben geen oorschelpen.
Net als zeehonden zwemmen ze door de achtervinnen heen en weer te bewegen en ze gebruiken hierbij de voorflippers niet. Maar net als de oorrobben kunnen ze de achtervinnen naar voren buigen en bewegen ze zich op het land met behulp van de voorvinnen. Ze bezitten een brede snuit met vlezige bovenlip bezet met rijen borstelharen, waarmee voedsel (schaaldieren, zeewier en mosselen) gezeefd wordt.
Ze hebben ook een aantal unieke eigenschappen. De kleine staart is vrijwel niet zichtbaar, omdat die in een huidplooi verborgen zit. Het bekendste kenmerk van de walrussen is natuurlijk het bezit van twee grote slagtanden in de bovenkaak. Eén soort: walrus (Odobenus rosmarus) die soms onderverdeeld wordt in twee ondersoorten:
de Atlantische walrus en de Pacifische walrus. Ze komen voor ten noorden van Siberië en in de Bering Zee.
Leven in familieverband: een bul (mannetje) met 1-3 koeien en jongen. Geen natuurlijke vijand, behalve de mens.
Gemaakt: 30-12-04
|