160 |
Dierenrijk (Animalia, Animale) |
Klik hier voor het frame van deze pagina |
Het Dierenrijk (Regnum Animale) is een groep van meercellige organismen die leven door voedsel op te nemen. Ze zijn dus heterotroof. Elk dier kan op zijn minst een deel van zijn lichaam bewegen hoewel sommige dieren hun hele leven op één plaats doorbrengen. De grootste dieren behoren tot de gewervelden (wervelkolom= ruggengraat). 97% van de dieren is ongewerveld. Het dierenrijk omvat meer dan twee miljoen soorten.
Voorheen werden de Metazoa (Dieren) onderverdeeld in twee Afdelingen: de Mesozoa en de Eumetazoa. Nu worden de Mesozoa als een afzonderlijk rijk beschouwd binnen het domein der Eukaryoten en omvatten de Eumetazoa alleen de "echte" meercelligen. Naast de Eumetazoa vormen de Parazoa en Agnotozoa door sommigen gezien een tweede en derde onderrijk binnen het Dierenrijk. De Sponsdieren behoren echter feitelijk niet tot het Dierenrijk omdat het geen echte meercellige dieren zijn, geen echte weefsels noch organen bezitten en ook de embryologische ontwikkeling afwijkend is. Daarom worden de Sponzen nu ingedeeld bij het kleine rijk Parazoa (Sponsachtigen) binnen het domein Eumetazoa. |
![]() |
Aristoteles verdeelde 2300 jaar geleden het Dierenrijk in dieren met en dieren zonder bloed, nu respectievelijk Gewervelde en Ongewervelde dieren. Later bleek dat de dieren zonder bloed wel degelijk bloed hebben, maar dat dit kleurloos is. Een verdeling van het dierenrijk in gewervelde en ongewervelde dieren houdt geen rekening met de vele principieel verschillende bouwplannen die we bij de ongewervelde dieren vinden. De meeste aandacht krijgen doorgaans de gewervelde dieren, als grootste en belangrijkste dieren voor de mens. Dit geeft eigenlijk al aan dat deze verdeling, hoewel pragmatisch verklaarbaar, onnatuurlijk en subjectief is; met evenveel recht is het Dierenrijk te verdelen in insecten en niet-insecten. Ook Linnaeus legde sterk de nadruk op de gewervelde dieren, toen hij in 1758 de voor hem 4236 bekende diersoorten verdeelde in Zoogdieren, Vogels, Amfibieën, Vissen, Insecten en Wormen. In die tijd was evolutie nog een onbekend begrip en was de kennis van de anatomie minimaal. In de loop der jaren verbeterden biologen dit systeem waarin ééncelligen (Protozoa) aan de bodem staan en de top wordt ingenomen door complexe meercelligen. Door nauwgezette bestudering van het organisme is het mogelijk om een levend wezen in dit systeem te plaatsen. Tegenwoordig is door de analyse van het DNA een nauwkeurige positionering van het organisme mogelijk. De term ongewerveld is ingevoerd door Jean-Baptiste de Lamarck om een dier zonder een wervelkolom of ruggengraat te beschrijven, zoals insecten, pijlinktvissen en wormen .Hij verdeelde hen in twee groepen: Insecta en Vermes. Nochtans zijn de ongewervelden geen coherente groep dieren; velen zijn meer verwant met de gewervelde dieren dan met andere ongewervelden. Circa 97% van de dieren in de wereld zijn ongewerveld. Bron: Ongewerveld - Wikipedia |
![]() |
Een gebruikelijke indeling van de dierenwereld heeft als uitgangspunt de splitsing in vier 'rijken' : Protozoa, Parazoa, Mesozoa en Metazoa. In deze rijken passen 23 'stammen', waarvan 22 worden aangeduid als "lagere dieren" (ongewervelde zeedieren). De rest, dus slechts één stam, kan aanspraak maken op de term 'hoger'. | ![]() |
![]() |
Door Woese (1990) worden deze gezien als afzonderlijke rijken binnen het domein der Eukaryoten waartoe hij ook de Protisten, Flagellaten, Alveolaten (Ciliata), Chromista (Algen), Fungi (Schimmels) en Planten rekent.
De stam Protozoa of eencelligen die voorheen gerekend werd tot het Dierenrijk, wordt tegenwoordig – samen met de eencellige planten – ondergebracht binnen het domein der Eukaryoten. |
Laatst bijgewerkt: 26-01-07 |