41 |
Cambrium (570 - 448,3 miljoen jaar geleden) |
![]() |
570 | 560 | 540 | 530 | 520 | 510 | 500 | 490 | 480 | 470 | 460 | 450 | 440 | 430 | 420 | 410 | 400 | 390 | 380 |
370 | 360 | 350 | 340 | 330 | 320 | 310 | 300 | 290 | 280 | 270 | 260 | 250 | 240 | 230 | 220 | 210 | 200 | 190 |
180 | 170 | 160 | 150 | 140 | 130 | 120 | 110 | 100 | 90 | 80 | 70 | 60 | 50 | 40 | 30 | 20 | 10 |
![]() Klik hier voor het frame van de pagina |
Het tijdvak 570 - 510 miljoen jaar geleden wordt Cambrium genoemd. Cambria (Cambrium) is het Romeinse woord voor Wales. Het Cambrium is het eerste tijdvak van het Paleozoïcum |
![]() |
Grafische voorstelling van de laatste 570 miljoen jaar. | 1 | Cambrium | ![]() |
2 | Ordovicium | ||
3 | Siluur | ||
4 | Devoon | ||
5 | Carboon | ||
6 | Perm | ||
7 | Tertiar | ||
8 | Kwartair |
Tijdens het Cambrium heerste er een warm en vochtig klimaat en er zijn vrijwel geen ijskappen aanwezig. Door de hoge zeespiegel vormden zich nieuwe ondiepe zeeën, waarin het wemelde van het jonge leven. Trilobieten, Sponzen, Brachiopoden en Wormen domineerden het dierenrijk. | ![]() |
![]() |
ITrilobieten (z. afb. r.) behoren tot een nu uitgestorven subklasse van de Geleedpotigen.
Hiertoe behoorde ook een wonderlijk kreeftachtig schepsel: de Marella (afb. l.) |
![]() |
Door de aanwezigheid van zuurstof en water, ontstond er tijdens het Cambrium een explosie van zuurstofminnende wezens, zoals: Kwalpoliepen, Schijfkwallen, Koraaldieren en Zeeanemonen |
![]()
boven: Ribkwal |
![]() |
De Kwalpoliepen, Schijfkwallen, Koraaldieren en Zee-Anemonen behoren tot de stammen Neteldieren. Samen met de Ribkwallen hadden deze zich ontwikkeld uit de alzijdig symmetrisch gebouwde Radiata. links: Zeeanemoon |
Platwormen (Platyheminthes), Snoerwormen, Mosdiertjes, Phoronida, Weekdieren; Slakken, Sipunculoidea, Echiuroidea, Gelede wormen, Beerdiertjes (Tardigrada), Onychophora, Pentastomida. |
![]() |
![]() |
Er ontstonden veel diersoorten die kalk en andere stoffen in hun buitenlaag afzetten in de vorm van schalen of pantsers, zoals Koralen, Stekelhuidigen (Zee-egels, Zeelelies, Zeesterren, Slangsterren en Zeekomkommers), Schelpdieren en Geleedpotigen. |
Het aantal meercellige levensvormen nam zozeer toe, dat men spreekt van de Cambrische explosie. Van al deze vroege vormen van dierlijk leven weten wij nagenoeg niets, daar deze geen harde delen of een geraamte hadden die in steen een afdruk hebben kunnen nalaten. Vormen van deze vormen van dierlijk leven zijn teruggevonden in gesteenten op de bodem van de zee. Zo werden in 1998 in Zuid-China fossielen gevonden van microscopische Sponzen, algen en embryo's van complexere dieren, zo groot als zandkorrels die, net als de mens, tweezijdig symmetrisch waren. Een opvallend klein wormachtig dier, ongeveer 5 cm. groot was de Pikaia (genoemd naar de Mount Pika in de Rocky Mountains). Dit diertje bezit een rudimentaire ruggengraat en gelede spieren om zijn staart te bewegen en behoort tot de vroege Chordaten (Chordata), de eerste primitieve Gewervelde dieren. |
Aan het eind van het Cambrium vindt er een massaal uitsterven plaats. Meer dan de helft van de sponsfamilies, Brachiopoden en wormen verdwijnt. Van de Trilobieten zelfs meer dan 75 procent van alle families en soorten. De reden van dit uitsterven is waarschijnlijk het veranderende klimaat en de snelle breuk van Gondwana waardoor de Iapetus Oceaan ontstond.
laatst bijgewerkt: 21-11-02 |