166

Kwalpoliepen (Hydrozoa)

Neteldieren Kwalpoliepen

Deze klasse van de Neteldieren (Cnidaria) omvat 2700 soorten. 
De meeste leven in zee, met name in de brandingszone. In de levenscyclus van een kwalpoliep komt gewoonlijk een poliep- of ongeslachtelijke vorm) en een kwalstadium (geslachtelijke vorm) voor. 
Zij kennen dus een generatiecyclus. De kwal noemt men hier een hydro-meduse. De poliepen zijn meestal kolonievormend. 

Metazoa (Meercelligen)
Radiata Bilateria
Ribkwallen Neteldieren  
  Kwalpoliepen (Hydrozoa)
Hydroidea Milleporina Trachylina Siphonophora
Anthromeduse
Leptomeduse
Limnoperduse
     

De meeste Kwalpoliepen behoren tot de orde Hydroidea. Deze wordt onderverdeeld in drie onderorden: de Anthomedusae, de Leptomedusae en de Limnomedusae. Tot de laatste onderorde behoort de Zoetwaterkwal.

Behalve de orde Hydroidea zijn er nog drie orden: de Milleporina (Brandkwallen), de Trachylina en de Siphonophora.

 
In het Vendian, het laatste tijdvak van het Proterozoïcum, 650 - 570 miljoen jaar geleden, ver voor de Dinosauriërs, doken de Kwalpoliepen voor het eerst op en sindsdien zijn zij overal te vinden, tot in de koudste zeeën en de diepste oceanen. Kwallen bestaan voor 95 procent uit water, ze hebben geen hart en geen hersenen. Kieuwen hebben ze ook niet want hun huid ademt. De curieuze roze en paarse structuren in hun lichaam zijn de voortplantingsorganen. 
En seks is eenvoudig: je loost gewoon wat ei- of zaadcellen in het water.
Vele kwallen leiden een dubbelleven. In hun jeugd zitten ze vast aan de zeebodem en tasten ze met hun armen naar passerend voedsel. Na enige tijd laten ze los van de bodem en beginnen aan een zwervend bestaan. Kwallen kunnen alleen maar drijven, ze zwemmen niet, dus kunnen ze ook niet jagen of vluchten. Cruciaal voor de overleving is hun gif. Daarmee verdedigen zij zich tegen hongerige zeeschildpadden en tegen andere kwallen. Een tweede belangrijke functie van het kwallengif is het verlammen van een prooi. 
Omdat kwallen niet kunnen achtervolgen, moet het gif zo snel mogelijk zijn werk doen. Sommige soorten slepen tientallen meters lange tentakels achter zich aan, wat de mogelijkheid biedt om grotere prooien die minder snel het loodje leggen, toch vast te kunnen houden.

Het kwallengif zit opgeborgen in zogenoemde netelcellen, die uitgerust zijn met microscopisch kleine harpoentjes. Het slachtoffer hoeft de netelcel maar heel even aan te raken en de cel barst open en het harpoentje schiet naar buiten. De kracht en het effect van kwallengif lopen sterk uiteen. In de Stille Oceaan leven kwallen die een mens binnen twee minuten kunnen doden. Ook zijn er soorten waarvan het gif weken na de aanraking nog uiterst onaangename simptomen kan uitlokken in allerlei organen. Maar lang niet alle kwallen zijn gevaarlijk. Althans als je met ze weet om te gaan. Grote kwallen bieden vaak onderdak aan kreeftjes en visjes. Op de een of andere manier kunnen die de reactie van de netelcelen onderdrukken. 

En de kwal vindt het best. Misschien geniet hij wel van dat gewriemel in zijn dodelijke haardracht.

laatst bijgewerkt: 11-12-02

colofon