340

Dinosauriërs

Diapsida Archosauromorpha Archosauria Avemetatarsalia Dinosauria
Uit de Lagosuchus (familie Lagosuchidae), die behoorde tot de Ornithosuchia ontwikkelden zich aan het eind van het Trias (ca. 210 - 190 miljoen jaar geleden) de Ornithischia en de Saurischia, twee reptielenorden die tezamen doorgaans wordt aangeduid met de naam Dinosauriërs. Zij zouden de Jura- en Krijtlandschappen gaan beheersen. 

Geluid van een dinosauriër

De Dinosauriërs behoorden tot de Diapsiden, een onderklasse van de stam der Reptielen, die wordt gekenmerkt door twee openingen in de schedel achter beide oogkassen (slaapvensters), die waren bedekt door ligamenten waaraan de kaakspieren waren bevestigd. Tot de Diapsiden behoren ook de tegenwoordige hagedissen en slangen.

De naam dinosauriër - bedacht door de Britse professor Richard Owen in 1841 en afgeleid van het Griekse woord deinos = verschrikkelijk en sauros = hagedis – is een populaire term voor twee niet verwante ordes: Saurischia en Ornitschia van landbewonende reptielen. Ze verschillen in kenmerken van skeletstructuur, vooral van het bekken.

Het Museum of Natural History in New York bezit de grootste dinocollectie ter wereld. De meer dan honderd dino's die daar zijn tentoongesteld zijn voor 85% echt, dat wil zeggen, gebouwd met behulp van fossielen, in plaats van met behulp van een model. In depot worden nog eens duizenden fossielen van dinosauriërs bewaard, het gros bijeengesprokkeld bij opgravingen in Utah, Wyoming, Montana, New Mexico en Texas, begin vorige eeuw door de onvermoeibare dinojager Barnum Brown. 

De Dinosauriërs waren niet de enige reptielen die leefden in het Trias, Jura en Krijt. Zelfs de vliegende en zwemmende prehistorische reptielen (Pterosauriërs, vliegende reptielen waarbij de voorste twee ledematen zich hebben ontwikkeld tot vleugels, gevormd door een huidplooi en Ichtosauriërs, uitgestorven dolfijnachtige reptielen) horen niet tot de Dinosauriërs (z. Diapsiden). En tegelijkertijd bevolkten ook andere, nog minder verwante reptielen de aarde, zoals de Schildpadden (Chelonia) en Krokodillen (Crocodiliae). Zij waren wel nauw verwant aan de Dinosauriërs en hadden zich evenals de Dinosauriërs uit de Archosauria ontwikkeld.

Alle dinosauriërs kwamen niet tegelijkertijd voor. De eerste dinosauriërs leefden 228 miljoen jaar geleden en 160 miljoen later stierf de laatste uit. Wetenschappers schatten dat elk dinosaurusgeslacht 4 tot 8 miljoen jaar op aarde rondliep, dus liepen in het Trias heel andere dino's rond dan aan het eind van het Krijt, toen de laatste soorten uitstierven.

Met de huidige reptielen hebben de dinosauriërs maar weinig met elkaar gemeen, maar dat weinige is bijzonder belangrijk: hun poten stonden onder het lichaam en niet zijdelings, zoals bij de tegenwoordige reptielen en daardoor kunnen deze zonder problemen een groot lichaamsgewicht dragen. Hun voorpoten gebruikten om mee te grijpen. 

De oudst bekende Dinosauriërs worden geclassificeerd onder de algemene naam "Protosauriërs" of "Protosauria". 

Vermoedelijk hadden de dinosauriërs een constante lichaamstemperatuur, omdat zo'n grote massa maar heel langzaam afkoelt of opwarmt. Ze worden wel eens warmbloedig genoemd in tegenstelling met de recente reptielen, die ongeveer de temperatuur van hun omgeving hebben en koudbloedig genoemd worden. Die theorie roept wel problemen op, want er waren ook jonge en kleine dinosauriërs, b.v. Compsognathus die niet groter werd dan een flinke kip. Misschien hebben die dieren veren of haren gehad om de temperatuur op peil te houden. Hun vormen, kleuren, huidplaten, eigenschappen en zelfs de geluiden die de dinosauriërs hebben gemaakt kunnen tegenwoordig worden afgeleid uit het weinige dat er van deze dieren is overgebleven: botten, voetsporen en een enkele keer de afdruk van een dier of van een stukje huid. Deze fossielen leveren heel wat gegevens op, maar sommige eigenschappen - zoals de huidskleur en het geluid - kunnen alleen worden aangenomen door vergelijkingen te maken met dieren van tegenwoordig.

Huid
Er zijn fossiele huidafdrukken van dino's gevonden. De dinohuid leek meestal erg op de huid van reptielen van vandaag. Alleen was hij niet glad en hard, zoals bij slangen of hagedissen, maar leerachtig;met knobbels, zoals bij krokodillen of kameleons. Een dino aaien zal dus ongeveer net zo voelen als het aaien van een kameleon of een ander reptiel.De meeste dino's hadden een dikke, stevige, geschubde huid. Meestal vind je alleen de botten en de tanden van dino's als fossiel, maar soms blijven ook afdrukken van de huid bewaard. We weten dus hoe de schubben van een paar dinosoorten eruit zagen, maar de kleur kennen we natuurlijk niet. Dinohuid lijkt nog het meest op dikke, gerimpelde, wat leerachtige huid met knobbelige schubben. Dinohuid lijkt niet op de bekende gladde, overlappende schubben die je bij hagedissen en slangen ziet. Bron: Natuurinformatie - Hoe voelt de huid van een dino

Meer dan 160 miljoen jaar lang waren de dinosauriërs de meest opvallende bewoners van de aarde. Tijdens het Jura tijdperk breidden de dinosauriërs zich uit en er ontstonden vele soorten en in alle maten, van 60 cm. tot 25 meter, van 2 kilo tot 30 ton. Planteneters en vleeseters, lopend op twee en op vier poten. Sommige leefden op het land, andere in of bij het water. Weer andere waagden zich in de lucht op vleugels ( Oorsprong vogels)
Er zijn zes hoofdgroepen van Dinosauriërs. Vijf ervan waren planteneters:

De Theropoden en Sauropoden behoren tot de Saurischia

De Ornithopoda, Stegosauria en Ankylosauria tot de Ornitischia.

Aan de tijd van de dinosauriërs kwam aan het eind van het Krijt, ca. 64 miljoen jaar geleden, vrij plotseling een eind toen de aarde door een komeetinslag werd getroffen.

laatst bijgewerkt: 05-12-06

colofon