345

Ornitischia

  Archosauria Protosauria of Ornithodira ("Vogelnekken") Dinosauromorphen Ornitischia
 

Ornithischia

 

=

Ornithopoda
 

=

Cerapoda
  

=

 

 

Marginocephalia

= Ceratopia (Gehoornde Dinosauriërs)

= Pachycephalosauria

 

=

Stegosauria (Trias)
  

=

Ankylosauria (Krijt)
De Ornithopoda die ontstonden in de Boven-Trias of Onder-Jura, waren heel divers. Er zijn meer dan 80 soorten goed bekend. Het waren kleine tot middelgrote, snelle op twee poten lopende planteneters die op hun achterpoten of soms op alle vier de poten liepen. De kleinste soorten werden minder dan één meter lang, de grootste haalden een meter of vijftien. Hun naam betekent "Vogelvoeten" maar in feite hebben zij zoogdierachtige voeten. Evenmin als de Sauropoda hadden zij duidelijke middelen om zich tegen roofdieren (Theropoden) te verdedigen. Tot de Ornithopoda behoorden o.a. de Hadrosauriërs en de Iguanodons

Ill. van http://www.geocities.com/CapeCanaveral/
Hall/2830/iguana.htm

De Gehoornde dinosauriërs (Ceratopia) ontwikkelden in de Boven Jura en het Krijt. Zij hadden enorme schedels met lange stevige horens, terwijl de nek beschermd was door een nekschild. Tot deze groep behoorde de Triceratops (z. afb. rechts)
De Stegosauria (kleine kop en grote beenplaten op de rug) en de aan hen verwante Ankylosauria (lage, kortpotige vormen met een meer volledige bedekking van beenpantser) bezaten een beschermend beenpantser als verdedigingsmiddel. Ter aanvulling op het beschermende pantser bezaten beide groepen speciale wapens aan het eind van de staart (lange doorns bij de Stegosauriërs, en zware benige knotsachtige structuren bij de Ankylosauria).

In de vijf plantenetende groepen reptielen schijnen de ontwikkelingstendensen direct verband te houden met verdediging tegen roofdieren (Theropoden). Ieder van de vijf plantenetende groepen ontwikkelde middelen ter bescherming tegen, sommige door snelle lopers te worden, andere door een verdedigend pantser en speciale verdedigingsorganen te ontwikkelen, en nog weer andere door te groot te worden voor de aanval en door te leven in de wateren van rivieren en meren.

Pachycephalos-saurus (Dikkop-hagedis) (z. afb. rechts)  was met zijn lengte van ca. 4,5 eveneens een grote dinosauriër. Hij had een schedeldikte van ca. 25 cm. Deze dieren leefden waarschijnlijk in kleine groepen, waarin door kopstootgevechten werd bepaald, wie de baas was.

Ca. 70 mjg. was het dinosaurustijdperk op zijn hoogtepunt. In die tijd leefde de Corythosaurus (Helmhagedis) in grote kuddes in de bossen van Noord-Amerika. De vorm van zijn bek maakt de naam "eendensnavel-dinosauriër" voor deze groep planteneters begrijpelijk. De "helm" was hol en diende waarschijnlijk als klankkast voor het geluid dat zij maakten.

Hadrosauriërs (taxon Hadrosauridae) (Eendensnaveldinosauriërs) waren plantenetende dinosauriërs, gekenmerkt door een batterij ruitvormige tanden, vaak honderden stuks, waarmee ze voedsel als een kameel konden vermalen. Hadrosauriden leefden in het Krijt. Ze waren tussen de vijf en de zestien meter lang, hadden geen klauwen of nagels aan de voorpoten en hadden een neuszak, die zij gebruikten om soortgenoten te waarschuwen als er bijvoorbeeld een Tyrannosaurus in de nabijheid was. Ze waren heel succesvol in het Krijt, maar stierven uiteindelijk toch uit, zoals alle dinosauriërs behalve de vogels.

Behalve een eendensnavel werden de Hadrosauriërs gekenmerkt door een hoofdkam die per soort sterk varieert van vorm en kleur. 

Hadrosauriërs kwamen voor in Noord-Amerika, Europa en Azië. De vondst van een Hadrosaurier op Antarctica zou de theorie van een landbrug die werd gebruikt door rondtrekkende dieren tussen dit continent en Amerika kunnen ondersteunen.

Een primitieve Hadrosauriër was de Telmatosaurus van ± 7 meter lang, waarvan in Nederland veel fragmenten zijn gevonden.

rechts: Telmatosaurus

laatst bijgewerkt: 5-12-02

colofon