351

Sauropodamorpha - Prosauropoda en Sauropoda

Archosauria Protosauria of Ornithodira ("Vogelnekken") Saurischia Sauropodamorpha

De Saurapodamorpha vormen een suborde van de orde Saurischia die samen met de superorde Ornitsichia doorgaans wordt aangeduid met Dinosauriërs. Binnen de Saurapodamorpha worden twee Infraordes onderscheiden: de Prosauropoda en de Sauropoda (Reptielvoeten). De laatste naam werd voor het eerst gepubliceerd in 1878 door Othniel Charles Marsh.

De Prosauropoden waren vrij kleine planteneters uit het Trias. Ze waren meestal zo licht dat ze op twee benen konden lopen, maar steunden kennelijk (zoals wij uit bouw en wellicht sporen kunnen afleiden) soms op hun armen. Ze hadden een lange nek met een kleine kop en tanden die geschikt waren om plantenmateriaal af te scheuren of rukken.

De Sauropoda ontstonden in het Vroeg-Jura (208-180 mjg) en beleefden hun bloeitijd gedurende het Midden- en Laat Jura (180-146 miljoen jaar geleden) en Krijt (146-64 miljoen jaar geleden). Het waren de grootste landdieren die ooit geleefd hebben. Kenmerkend voor de Sauropoda was hun lange nek en de kleine kop in verhouding tot het lichaam.

De "uitvinder" van de Dinosauriërs, de Engelse anatoom Sir Richard Owen, ontdekte in 1841 de eerste Sauropode Cetiosaurus. Hij zag deze in eerste instantie aan voor een reusachtige krokodil.

Rechts: Sir Richard Owen

De paleontoloog O.C. Marsh groef in 1879 in het binnenland van de Verenigde Staten een grote Sauropode op en gaf deze de naam Brontosaurus. Hij had al meer Sauropoden geclassificeerd, waaronder de Apatosaurus in 1877. Toen een andere paleontoloog E.S. Riggs, zich vijftien jaar later nogmaals over de vondsten boog, moest hij concluderen dat Apatosaurus en Brontosaurus gelijke Sauropoden waren. Omdat Brontosaurus later was benoemd, verviel zijn naam. De laatste benaming had onder het publiek echter zulke bekendheid gekregen, dat hij nog steeds in de hoofden rondwaart.

De zware dieren - zo meenden men lange tijd -  moeten hebben geleefd in het water. Ze waren namelijk zo zwaar, dat op het land door hun eigen poten zouden zakken. Vijftig jaar geleden rekende K.A. Kermack echter uit, dat de longen van de Dinosauriërs onder water in elkaar zouden klappen. Rond 1970 verdwenen de Sauropoden definitief uit de moerassen na een studie waaruit bleek dat de zware poten de lichamen van de Sauropoden wel konden ondersteunen.

Over hun vroegste ontwikkeling is nauwelijks iets bekend. De oudst bekende fossiele restanten (op dubieuze en omstreden pootafdrukken na) stammen uit het Vroeg-Jura. In 1998 werden echter botten gevonden, die samen een incompleet skelet vormen, in door rivieren gevormde afzettingen op het Khorat Plateau in het noordoosten van Thailand. Deze afzettingen, en dus ook het daarin aangetroffen skelet, stammen uit het Laat-Trias (210-190 miljoen jaar geleden). Op basis van de gevonden restanten kan, door vergelijking met oudere typen sauriërs, worden vastgesteld dat de groep van de Sauropoden zich in het Trias moet hebben ontwikkeld. 

De Sauropoda moeten hun vroegste ontwikkeling hebben doorgemaakt in Azië. Omdat kort na het einde van het Trias ondubbelzinnige pootafdrukken zijn gevonden in Italië en Polen, kan wel worden vastgesteld dat deze groep op de grens van Trias en Jura reeds een zeer grote geografische verspreiding moet hebben gehad.

De Sauropoda worden onderverdeeld in een 12-tal families. Zij waren de grootste landdieren die ooit geleefd hebben. In tegenstelling tot de aan hen nauw verwante (eveneens tot de orde Saurischia behorende) woeste Theropoda waren het planteneters. Vermoedelijk leefden de Sauropoda in rivieren en meren, waar het geweldige lichaam opwaartse druk ondervond van het water. Waarschijnlijk voedden zij zich met waterplanten. De Sauropoda bezaten geen duidelijke verdedigingsmiddelen tegen roofdieren. In en nabij het water waren zij voor de roofzuchtige Theropoda betrekkelijk veilig. 

Diplodocus

Apatosaurus (voorheen Brontsosaurus genoemd)
Brachiosaurus ("armhagedis") (Familie Brachiosauridae)

Dit was één van de grootste Mesozoïsche landdieren die ooit geleefd heeft. Hij werd minstens 23 m. lang en woog circa 80 ton. Hij leefde tijdens het Boven - Jura in Noord-Amerika, Afrika en Azië die toen nog van één landmassa deel uitmaakten: Pangaea. De Brachiosaurus , had zéér lange voorpoten; samen met de lange nek kon hij zijn kop tot wel 13 m. hoogte brengen om boomtakken van naalden te ontdoen. Met hun tanden, konden ze niet kauwen; het voedsel werd misschien door maagstenen (gastrolieten) verpulverd. Anders dan veel andere Sauropoden, had de Brachiosaurus een vrij korte staart. Het is niet helemaal duidelijk hoe ze erin slaagden het bloed tot zo'n hoogte op te pompen. Sommigen suggereren daarom dat de nek vrijwel horizontaal gehouden werd. Omdat de onderste nekwervels niet goed bekend zijn, kan dat niet duidelijk bewezen of weerlegd worden. 

Mamenchisaurus
Camarasaurus 

De Camarasaurus leefde zo'n 145 miljoen jaar geleden in kuddeverband in Noord-Amerika. Het was een echte planteneter, wat aan zijn tanden goed te zien is.

Seismosaurus (Supersaurus) (Laat-Jura)

De Diplodocus  (afb. rechts) kon bijna 30 meter lang worden. De grootste dinosaurus die ooit geleefd heeft, was de Seismosaurus of Supersaurus
 

 

De Euskelosaurus is een van de eerst bekende soorten. Dit zwaar gebouwde dier van 6 tot 8 meter lengte is gevonden in Zuid-Afrika. 

laatst bijgewerkt: 27-03-08

colofon