329

Pterosauria (Vliegende Hagedissen)

Diapsiden Archosauromorpha Prolacertiformes Cosesaurus Pterosauria
of 
Diapsiden
Lepidosauromorpha (Eosuchia) Pterosauria
Voorouders

Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) worden gezien als Archosauria en bovendien als zustergroep van (of althans nauw verwant aan) de Dinosauria. Dit is echter omstreden: veel onderzoekers menen dat de Pterosauria van hagedisvormige dieren als Cosesaurus afstammen. Dit diertje leefde tijdens het Midden-Trias (ca. 220 mjg) in Spanje en behoort tot de Prolacertiformes, een groep van uiteenlopende primitieve reptielen en een onderverdeling van de Archosauromorpha. Anderen plaatsen de Pterosauria zelfs in de Lepidosauromorpha (Eosuchia) een zustergroep van de Archosauromorpha als vrije nauwe verwanten van de hagedissen en slangen.

De Vliegende reptielen moeten niet worden beschouwd als de voorlopers van de vogels. Uit goed bewaard gebleven materiaal is o.a. komen vast te staan dat de Pterosauria geen veren bezaten. De Vogels hebben zich langs een andere weg ontwikkeld, namelijk uit  de Ornithosuchia (orde Thecodontia) of uit de Theropoden (Dinosauriërs)

Rechts: Cosesaurus, de mogelijk voorouder van de Pterosauria.

De Pterosauria ontstonden aan het eind van het Trias (ca. 210-190 miljoen jaar geleden). Ze  vormen de enige groep reptielen die ooit gevlogen hebben. Zij kwamen in het Jura en het Krijt, veel voor in Europa en Noord-Amerika, al zijn er ook soorten bekend uit Afrika. De bloeitijd van deze dieren ligt in de Jura; slechts weinig soorten zijn tot in het Krijt blijven voortbestaan. 

Rechts: Jeholopterus ningchengensis (pterosaurus)  Craig Chesek/AMNH  Bron: Dinosaurs American Museum of Natural History

 

De normale manier van voortbewegen bij de Pterosauria was de zweefvlucht. Aangezien de uitgespannen vlieghuid alleen als een stijve structuur bewogen kon worden tussen lichaam en slechts één verlengde vinger, moet het vluchtmechanisme van de Pterosauria minder doelmatig zijn geweest dan bij vogels. Het valt moeilijk voor te stellen hoe de Pterosauria zich op de grond hebben voortbewogen. Lopen op alleen de twee achterpoten wordt uitgesloten geacht. Lopen op de twee achterpoten en de "vleugelhaken" eveneens. Het is mogelijk dat deze dieren hebben geleefd zoals de huidige vleermuizen, hangend aan de achterpoten of vleugelklauwen aan een boomtak of een uitstekend stuk rots. Uit het gebit van sommige Pterosauria valt af te lezen dat zij viseters moeten zijn geweest. Van sommige andere soorten wordt vermoed dat het insecteneters waren.

Voor de Pterosauria betekende de geschiktheid tot vliegen een voordelige aanpassing. Vliegen stelt een dier in staat gemakkelijk te ontsnappen aan roofdieren en zonder veel inspanning een groot gebied te bestrijken op zoek naar voedsel. Sommige reptielen ontwikkelden één uiterst lange vinger waaraan een dunne huidplooi was gehecht, die functioneerde als vleugel. De Pterosauria hebben gigantische vormen ontwikkeld, de grootste met een spanwijdte van 7 meter. Dit was het grootste dier dat ooit gevlogen heeft. De lichamen van de Pterosauria waren echter relatief klein. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat ze voldoende spierkracht hadden om de vleugels tijdens de vlucht actief te bewegen. Mogelijk zweefden zij op stijgende luchtstromen zoals nu grote zeemeeuwen dat doen. 

Rechts: Dimorphodon

Bron: CM Studio - Life-Size Sculptures - Dimorphodon

Tijdens de Jura en het Krijt ontwikkelden zich vele soorten, 

Bekende geslachten zijn de Rhamphorhynchus (afb. links), Pterodactylus en Pteranodon. De Pterosauria waren reptielen met een lange schedel, een kort lichaam, een lange staart (althans in de oudste primitieve vormen). De voorste twee ledematen hadden zich ontwikkeld tot vleugels, gevormd door een huidplooi (zoals ook bij vleermuizen), die gesteund werd door één zeer lang uitgegroeide vinger. De overige vingers van de voorpoot fungeerden als een kleine klauw halverwege de vleugel. De beenderen zijn licht en hol, zoals bij vogels.

De Quetzalcoatlus leefde in het laat-Krijt. Het dier had een vleugelspanwijdte van 12 meter, wat overeenkomt met een gevechtsvliegtuigje uit de tweede wereldoorlog. Hij jaagde voornamelijk op vis in de Amerikaanse binnenzee en viel zelden andere dinosauriërs aan.


Links: Tot de Pterosauriërs (Vliegende Reptielen) uit het Krijt behoorde de Hesperorinis. Dit dier was uitstekend zwemmer en duiker, dankzij zijn zwemvliesachtige poten. De vleugels waren daarentegen klein en onontwikkeld, waardoor het dier niet kon vliegen. De Hesperorinis kwam alleen aan land om haar nest te bouwen.

Blijkbaar hebben de Pterosauria niet kunnen wedijveren met de vogels. Tegen het einde van het Krijt stierven de Pterosauria uit. 

Laatst bijgewerkt: 20-03-08

colofon