1054 |
Noord-Mesopotamië (4000 - 2000 v. Chr.) |
![]() |
![]() |
In Noord-Mesopotamië vestigen zich in het begin van het 4e millennium v. Chr. volkeren die uit hun woongebied zijn verdreven door de oprukkende Syrische woestijn. Er vinden een aantal grote overstromingsrampen plaats ("Zondvloed"). In hun nederzettingen bouwen de bewoners tempels en heiligdommen. ± 3500 v. Chr. maakt de Obeid-cultuur plaats voor de Uruk-cultuur, die gekenmerkt wordt door de bouw van grote ommuurde steden op heuvels (tells) en grote bouwwerken (paleizen en tempels). xxx |
Ook deze volkeren leefden van de landbouw. De akkers leverden vooral gerst, hun hoofdvoedsel. Veeboeren fokten varkens, geiten, runderen, schapen en ezels. De huiden van de runderen werden tot leer gelooid. Schapen leverden wol, waarvan stoffen werden gemaakt voor kleding. In deze periode vonden er een aantal grote overstromingsrampen plaats ("Zondvloed"). |
![]() |
Omstreeks 3500 v. Chr. ontstonden er In het noordelijke stroomgebied van de Eufraat en de Tigris stedelijke nederzettingen. Nadat ± 3500 v. Chr. de Obeid-cultuur werd afgelost door de Uruk-cultuur, werden de verschillen in maatschappelijke positie duidelijker herkenbaar: de politieke machthebbers woonden in paleizen en er werden tempels gebouwd. In Tell Hamam in de Balikh-vallei zijn bij een archeologische opgraving begin jaren '80 de resten gevonden van een klein openbaar gebouw met een lengte van ongeveer 10 meter. Binnen 50 jaar was dit gebouw uitgegroeid tot een enorm complex met verscheidene zalen en muren van anderhalve meter dik. Tenslotte groeide Tell Hamam uit tot een stevig ommuurde stad met tempels, paleizen en andere grootschalige gebouwen. |
|
Het hele landschap rond de Eufraat en haar zijstromen, zoals in de Balikh- en de Habur-vallei is bezaaid met tells (bewoningsheuvels) die uit het vlakke landschap oprijzen. Er is weinig fantasie voor nodig om in sommige daarvan de contouren van reusachtige steden te herkennen. Openbare gebouwen vormden één van de belangrijkste kenmerken van steden. Ondanks de snelle verstedelijking in dit gebied leefde het grootste deel van de bevolking echter nog altijd in relatief kleine agrarische nederzettingen. Toch hebben deze nederzettingen ook van de stedelijke revolutie geprofiteerd. Dit is gebleken uit opgravingen die werden gedaan in de jaren 80 in Tell Raquai in de Habur-vallei (thans veranderd in een stuwmeer). De huizen werden groter, de bewoners gebruikten aardewerk, vaak afkomstig uit verafgelegen streken en soms was er zelfs sprake van het begin van een ommuring. |
![]() |
Syrië-Palestina bleef een conglomeraat van kleine handelsrijken. De belangrijkste stad(staat) in de eerste helft van het derde millennium was Mari aan de Eufraat, dicht bij de huidige grens met Irak. Een tweede belangrijke stad was Ebla (bij het dorp Tell Mardikh, ca. 56 km van Aleppo).
De administratie die voor het vastleggen van de handelscontacten leidde ca. 3200 v. Chr. tot de ontwikkeling van het eerste schrift, het Soemerisch spijkerschrift.
|
De vroege bronstijd (3300-2000 v. Chr.) wordt in Syrië ook wel de vroeg-dynastische periode genoemd. Het is aan de vondsten van de kleitabletten in Ebla te danken dat een en ander over die tijd bekend is. De tabletten zijn geschreven in een afwijkende vorm van het Oud-Akkadisch, dat behoort tot de Oost-Semititsche taalgroep. Het spijkerschrift is afgeleid van dat van de Soemeriërs. Schrijvers uit Mari en Kish worden gemeld. Verder valt er uit af te leiden dat wol en wolproductie belangrijk waren. De koning die veel macht had, wordt als malikum vermeld. Ook de koningin had veel invloed. De tabletten weiden verder uit over politiek en handel in het gebied van de noordelijke Eufraat. |
In het noordoosten van Syrië, op 8 km. ten westen van de huidige grens met het buurland Irak lag in het stroomgebied van de Khabur-rivier een nog veel oudere stad: Hamoukar. Qua grootte en structuur kan deze stad, die in 1999 werd opgegraven, als een echte stad worden aangemerkt. Gevonden potscherven tonen aan dat het om één van de oudste gekende steden ter wereld gaat die bewoond werd van het 4de tot het 3de millennium voor Christus. |
![]() |
De ontdekking van deze oude stad betekent dat zo'n stad mogelijk was voordat er een geschreven taal bestond. Voordien werd aangenomen dat het schrift noodzakelijk was om de complexiteit van een stad op te bouwen. Volgens archeologen kende de stad haar hoogtepunt rond 2400 v.Chr, nog voor andere steden als Uruk en Obeid in Mesopotamië. Toen leefden naar schatting 10 tot 20 duizend mensen op 2 vierkante kilometer, wat Hamoukar de grootste stad uit haar periode maakte. |
De stad werd omgeven door een drie meter dikke muur. De stevige omwalling was echter niet genoeg om vijanden buiten de deur te houden. Rond 3500 v.Chr werd de stad na een stevige offensieve oorlog in puin geschoten en in de as gelegd. Alleen al in het kerngebied van het slagveld van circa twintig bij twintig meter werden ongeveer 2300 lemen 'kogels' blootgelegd. Deze ballen van brandende klei en leem werden evenals geschikte stenen naar de tegenstanders geslingerd. De aanvallers kwamen vermoedelijk uit Zuid-Mesopotamië en hadden succes. Ze namen Hamoukar in bezit en onderwierpen de omliggende landstreek. Rechts: zegel van een leeuw en een geit (ca. 3500 v. Chr.) |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 05-08-08 |