1057

Ebla (ca. 3500 - 323 v. Chr.)

  Noord-Mesopotamië (4000 - 3000 v. Chr.); Syrië (8000 - 2000 v. Chr.)

De eerste bewoning van Ebla (ten zuiden van Aleppo) dateert van ca. 3500 v. Chr en de nederzetting zou blijven worden bewoond tot in de hellenistische tijd (de tijd van de Seleuciden)

Opgravingen in Ebla hebben behalve paleizen, tempels en huizen ook het hierboven genoemde archief van kleitabletten aan het licht gebracht. Voorbeelden hiervan, met handelsverdragen, voorraadlijsten en notities, zijn te vinden in het museum van Aleppo.

Een eerste bloeitijd beleefde Ebla rond 2400 v. Chr., toen het als machtigste stadstaat de handel in Noordwest-Syrië van Homs tot aan de Eufraat beheerste en zelfs Mari tot belasting verplichtte.

Uit deze tijd dateert het grote paleiscomplex waar in 1975 de sensationele vondst van ruim 17.000 kleitabletten werd gedaan. Hoewel deze teksten nog steeds worden bestudeerd, hebben ze de kennis over het derde millennium v. Chr. en Ebla in het bijzonder al aanzienlijk vergroot.

 

Rechts: Panorama van de opgraving van de stad Ebla. De tell ligt in een vruchtbare omgeving met rode aarde en groene akkers.
Ebla werd vervolgens slachtoffer van de veroveringstochten van koning Sargon van Akkad (2334-2279). Omstreeks 2300 v. Chr. werd de stad verwoest. Hierna herstelde Ebla zich en werd opnieuw een belangrijke handelsstad. Men spreekt zelfs van een tweede bloeiperiode tussen 1900 en 1800 v. Chr., waarin Ebla ommuurd werd met een hoge aarden wal en toegangspoorten. Ook werd er een nieuw paleis gebouwd en een tempel. Hierna nam het koninkrijk Jamchad (Aleppo) de politieke leiding over en werd Ebla een vazalstaat. 

Omstreeks 1600 v. Chr. vonden opnieuw verwoestingen plaats, waarschijnlijk door de Hittieten. Hierna was de rol van Ebla uitgespeeld. Tot de de eeuw v. Chr. was er slechts sprake van wat schamele bewoning op de akropolis. 

Sinds 1964 graaft er in Ebla een Italiaans archeologisch team, dat nu een tiende van het antieke bewoonde areaal heeft blootgelegd (een deel van het paleis uit ca. 2300 v. Chr., fundamenten van een tempel, de zuidelijke stadspoort, opslagplaatsen en woonhuizen). In de blootgelegde hoek van het paleis zijn een open hof met zuilengaanderij duidelijk herkenbaar. De gaten voor de houten zuilen zijn goed te zien. De treden van een blootgelgd trappenhuis waren ingelegd met parelmoer.  Een grote open trap leidt vanuit de hof naar de akropolis. Tegenover het paleis lag een paleiscomplex dat dateert uit ca. 1800 v. Chr. met als bijzonderheid twee onderaardse grafkamers. Deze zijn nooit geplunderd en leverden een schat aan kostbaarheden op. De voorwerpen staan in het museum van Aleppo opgesteld.

Het centrum van de tell (bewoningsheuvel) wordt ingenomen door de akropolis., waar het paleis en de belangrijkste cultus- en regeringsagebouwen stonden. Om de akropolis heen lag de "benedenstad" met woonhuizen, die omgeven werd door een stadsmuur met vier poorten. De geheel blootgelegde zuidelijke stadspoort laat zien hoe belangrijk de verdediging van de stad werd geacht. Enorme steenplaten bekleedden de onderkant van de muren. Het geheel heeft de vorm van een tang. Men kwam binnen door een nauwe gang, die zich verwijdde tot een hof en vervolgens stapte men in een brede corridor, die door twee deuren kon worden afgesloten. 

Laatst bijgewerkt: 12-12-02

colofon