1172

Egypte (2890 - 2650 v. Chr.)  (2e dynastie) 

   Egypte (3000 - 2890 v. Chr.)

Sinds het eind van het derde millennium voor Chr. werd het Nijldal geregeerd door de koningen van de vroegdynastische periodie, die de 1e t/m 3e dynastie omvat ( ± 2920 - 2575 v. Chr.) 

Vanaf de 2e dynastie viel de nadruk meer op de hoofdstad van het noorden. Er werd geen tweede koningsgraf in Abydos gebouwd, waartegen in het zuiden, waar de door de Horus-dienaren overwonnen oorspronkelijke bevolking woonde, veel protest ontstond. Koning Peribsen moet aan hen toegeven en plaatste voortaan niet meer de Horus-valk, maar het Seth-dier boven zijn naam. Ook liet hij weer een graf bij Abydos aanleggen. 

De gespannen verhoudingen tussen noord en zuid werden pas definitief tot een einde gebracht, toen koning Chasechemoei (Khasekhemuy) voorschreef dat voortaan zowel de Horus-Valk als het Seth-dier gebruikt moesten worden als symbolen voor het koningschap en dat de koning betitelt werd als "de verschijning der twee machten".  Mogelijk weerspiegelt dit een oplaaien van de tegenstelling tussen aanhangers van Seth en Horus, die door Khasekhemuy werd bijgelegd.

Koningen van de 2e dynastie (2890 (?) - 2686 v. Chr.)

Hotepsechemoey - Hetepsekhemwy (Hotepsekhemwy) (ca. 2853- ca. 2825), de eerste koning van de 2e dynastie

Deze koning was bekend onder een aantal namen waaronder Hetepsechemuy of Boethos, zoals Menetho hem noemde. 

Het is mogelijk dat Hotepsechemoey zijn functie van farao te danken heeft aan het trouwen met een erf-prinses uit de 1e dynastie. We weten niet of de farao familie was van Thinieten van de 1e dynastie. Hij kan niet de zoon van Qa'a zijn geweest. Mogelijk was hij zijn schoonzoon. Toch offerde hij aan de voormalige farao. Waarschijnlijk is hij ook verantwoordelijk voor zijn begrafenis.

Sommige mensen (Kaplony) zeggen dat het begin van deze dynastie ligt in de noordelijke delta. In de annalen is een verhaal opgeschreven dat de broer van Hotepsechemoey verantwoordelijk is voor zijn dood.

Raneb (Nebra, Kaichos) (2825 - 2810)

De koning wordt door Manetho Nebra of Kaichos genoemd. Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath, Chronologie des pharaonischen Ägypten, regeerde Raneb 15 jaar (2825-2810 v.Chr.). Volgens Manetho regeerde hij 39 jaar. Manetho laat hem de introducent zijn van zowel de verering van de heilige stier van Mnevis, van de Apis-stier in Memphis en van de cultus van de heilige ram van Mendes. Vandaag zijn de wetenschappers de mening toegedaan dat de cultus van de Apis-stier ouder is (z. ook Halafcultuur, Catalhöyük), daar er een stèle gevonden is uit de tijd van koning Den (2939 - 2892, 4e koning van de 1e dynastie) die naar deze cultus verwijst. Voor het overige is er niet veel van deze koning bekend.

Ninetjer (Nynetjer) (2810 - 2767)

Zijn naam betekent "gelijk aan god". De koning is bij Manetho bekend als Binothris, en ook onder de namen Ninetjer en Nunetjer. Deze koning is bekend van de Palermo steen en van modderreliëfs in een ondergrondse galerij van Sakkara. Zijn galerij is waarschijnlijk zijn tombe. Er zijn verscheidene objecten van zijn regeringstijd bekend. Hij schijnt een behoorlijke lange tijd te hebben geregeerd. Wilkinson geeft hem 40 jaren van regering; Jurgen von Beckerath, 43 jaar. Volgens de oudste bron, Manetho, heeft de koning 47 jaar geregeerd en had hij geregeld dat ook vrouwen op de troon mochten komen. De Steen van Palermo vermeldt een aantal religieuze verdragen waar de koning bij betrokken was. Tevens vermeldt het een aantal andere gebeurtenissen gedurende de eerste 26 jaar van zijn regering, waaronder de geboorte in het 15e jaar van de op een na laatste koning van de Tweede Dynastie, Chasechemoey. In het 13e jaar van zijn regering vindt er een veldtocht plaats waarbij het Huis van het Noorden en de stad Sjem-Re worden geplunderd.

Weneg (Wenegnebti) (2767 - 2760)

Veel van deze koning is niet bekend. Hij is alleen maar bekend van zijn cartouche en de twee-godinnen-naam. Zijn naam is redelijk betwistbaar. Andere namen voor hem zijn: Wadj-nes, Wadj-las, Tlas (volgens Manetho), of Horus Za. Volgens W. Bartha moet de heerser met Sechemib worden geïdentifeerd en dan heeft de koning 7 jaar geregeerd. De Abydos en Saqqara koningslijst reppen allebei over de koning. Verder zijn er ook nog sporen gevonden van aardewerk potten met daarop hiërogliefen.

Sened (? - 2760)

Deze farao wordt tussen twee grote koningen in geplaatst óf hij wordt geïdentificeerd met Peribsen. Over de persoon weten we weinig. Het is de eerste farao waarvan de naam in een cartouche is gevonden. Dit verschilt met andere farao's die later een cartouche of praenomen kregen zoals Narmer. Het is niet bekend hoeveel jaar Sened heeft geleefd. Door de Griekse/Egyptische priester Manetho werd het geschat op 41 regeringsjaren. Het Turijn-papyrus vermeldt 54 of 70 jaar.

Peribsen (Seth-Peribsen) (2760 - 2749 v. Chr.)

Peribsen is ook wel bekend onder de naam Horus-Sechemib (Sekhemib) ("Sterk van hart") later werd hij bekend als Seth-Per-ib-sen ("Hoop van alle harten"). Volgens Manetho regeerde hij 11 jaar. Hij is de enige Egyptische koning die een Seth-naam gedragen heeft. Blijkbaar waren er ernstige interne spanningen tussen Opper- en Neder-Egypte tijdens zijn regering, die een religieus karakter aannamen, waardoor de strijd voorgesteld werd als een afspiegeling van de mythologische strijd tussen Horus en Seth. Daar hij zijn naam veranderde wordt aangenomen dat de Seth-strekking de overhand kreeg. Waarschijnlijk kwam deze farao dan ook uit het zuiden. Onder zijn regering werd de macht steeds meer verspreid tussen Opper- en Neder-Egypte aan kleine onderkoninkjes.

Neferkare (2749 - 2744)

De koning is ook wel bekend als Nefer-Ka-Re, Neferkara, Nefercheres, Cheres.

Van Neferkare zijn geen of weinig voorwerpen gevonden, dus de Horus-naam & Nebtinaam kunnen niet worden getraceerd. Ook is niet duidelijk uit welke plaats deze koning kwam. De naam Neferkare is bekend van een koningslijst, waardoor hij geplaatst kan worden tussen Peribsen en Chasechemoey. Gardiner schreef in 1980 dat er een overeenkomst is tussen de naam Neferkare en Aaka, gevonden in de Turijnse koningslijst. Hij kreeg hierop kritiek, omdat het argument dat de schrijver van de Turijnse koningslijst waarschijnlijk een fout had gemaakt en i.p.v. hiëroglief 029 (aa), het hiëroglief F35 (nfr) had geschreven, nogal zwak was. Het argument werd uiteindelijk dan ook verworpen. Manetho's Nefercheres is waarschijnlijk dezelfde farao als Neferkare.

Neferkasokar ("schone ziel van Sokar") (2749 - 2744 v. Chr.)

De naam Nefer-ka-Sokar is uit het graf van Tjuloi in Sakkara en uit de koningspapyrus van Turijn bekend. Volgens deze regeerde hij 8 jaar en 3 maanden. Daar er in Opper-Egypte geen bewijs is voor deze koning, wordt hij net zoals zijn voorganger Neferkare, beschouwd als een Neder-Egyptische tegenkoning. Nefer-ka-sokar kan geplaatst worden tussen Seth-Peribsen en Chasechemoey.

Hoedjefa (2736 - 2734)

Van koning Hoedjefa is vrij weinig bekend. Er zijn geen artefacten gevonden die rechtstreeks met deze koning in verband gebracht kunnen worden, net zoals dat met de twee vorige koningen het geval is. Waarschijnlijk was hij daar familie van. Hoedjefa werd opgevolgd door Chasechemoey.

Waarschijnlijk duidt 'Hoedjefa' op de Oud-Egyptische equivalent van een 'nomen nescio', of een lacune. Met andere woorden: de oorspronkelijk naam is onbekend, verloren gegaan dan wel opzettelijk gewist. Ook in de derde dynastie komt er een 'Hoedjefa' voor in soortgelijke omstandigheden. Het kan zijn dat 'Hudjefa' duidt op één der koningen van de tweede dynastie, zoals Set Per-ib-Sen, wiens nagedachtenis als gevolg van zijn opzettelijke associatie met Set (en niet met Her [Horus]) als een damnatio memoriae beschouwd werd.

Chasechemoey (Khasekhmwy) (2734 - 2707 v. Chr.)

De koning noemde zich eerst Chasechem, later Chasechemoey ("De twee machtigen verschijnen"). De koning is onder andere ook bekend als Cheneres, Chasechemuy of Khasekhemwy.  Bij zijn installatie op de troon ontstonden er spanningen tussen Opper- en Neder-Egypte, die ook reeds aanwezig waren bij zijn voorganger Seth-Peribsen. Na een aantal opstanden de kop te hebben ingedrukt zou hij zijn naam veranderd hebben in Chasechemoey. Hij nam hierdoor op diplomatieke manier zowel de Horus-valk als het Seth-dier op in zijn naam, teneinde aan beide strekkingen tegemoet te komen. Zijn waarschijnlijke koningin was Nemathap, een prinses uit het noorden. Op een zegel wordt zij koningbarende moeder genoemd, wat zou betekenen dat zij de moeder van ofwel Sanacht, ofwel Djoser is, of misschien zelfs van beiden. Volgens Manetho regeerde Chasechemoey 27 jaar, wat overeenstemt met de modernere visie.

Op de overgang van de 2e naar de 3e dynastie (2686 - 2650) stond een koningin: Nimaäthapi, de gemalin van Nebka en de moeder van Zoser (Djoser), onder wiens naam in 2780 v. Chr. begonnen werd met de bouw van grote monumenten in steen, zoals de trappiramide bij Sakkara (en de hoofdstad Memphis). In het begin was dit bouwwerk een mastaba, maar deze werd vergroot tot een zestrappig bouwwerk van 60 meter hoog met een basis van 110 op 120 meter. De onderstructuur bestaat uit een ingewikkeld systeem van onderaardse gangen en zalen en een centrale schacht van 25 meter diep. Op de bodem is de grafkamer, die gebouwd werd in graniet. Zoser liet kopermijnen aanleggen in de Sinaï. Door handelsbetrekkingen met Byblos had Egypte in Kanaän grote invloed, ook op het gebied van godsdienst en cultuur. 

Egypte - Het Oude Rijk - 3e dynastie (2650 - 2575 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 21-07-08 

colofon