1402

Cultusbeeldjes in Çatal Hüyük (ca. 8000 - ca. 6000 v. Chr.)

In de neolithische stad Çatal Hüyük werd een groot aantal beeldjes van rondborstige vrouwen aangetroffen, die sterk doen denken aan de mensfiguren van klei die de Cro-Magnon-jagers maakten. Het betreft uitbeeldingen van vruchtbaarheidsfiguren of moedergodinnen. Enkele van hen waren duidelijk zwanger. Dat allemaal wees volgens Mellaart op een religieus gebruik van de ruimtes. In de rituele die er werden opgevoerd stonden de jacht en de vruchtbaarheid blijkbaar centraal. Het ging steeds om afbeeldingen van vrouwenfiguren in diverse standen en voorzien van diverse attributen. 

Opvallend is dat veel motieven nog steeds door de plaatselijke bevolking worden gebruikt o.m. in tapijten: vrouwen met gespreide armen en benen of staande; soms hebben ze de armen op de borst, soms zitten ze op een troon geflankeerd door luipaarden. Of ze hebben aan weerskanten de hand rond de nek van een stier geklemd. Al die motieven leven in gestileerde geometrische vormen tot op de dag van vandaag op Turkse tapijten voort. 
De voorstellingen waren religieuze afbeeldingen, soms in de vorm van symbolen, rond de thema's geboorte, volwassenheid, dood en wedergeboorte. Zij behoren bij de lokale geloofsopvatting waar de cultus van de Grote Godin of de Moedergodin centraal stond. Ook de nederzetting van Haçilar bij Burdur kan model staan voor deze tijd. 

zie ook: Gaea en Kubaba

De religie, die rechtstreeks wortelt in de natuur, was in de prehistorie over een zeer groot gebied verspreid en leefde voort tot inde klassieke oudheid, niet alleen in Klein-Azië maar bijv. ook in de mysteriecultus in het Griekse Eleusis. Dat deze geloofsopvattingen zo'n langdurige aantrekkingskracht hebben gehad is volgens Mellaart niet verwonderlijk:  "Ze beloofden redding, dat wil zeggen wedergeboorte en maakten daardoor een eind aan de dreiging van de dood en verdeling. Met een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 30 jaar kwam een religie die een dergelijke troost biedt, goed van pas."

Tot de cultusbeeldjes kunnen ook worden gerekend de stierenkoppen. Sommige hadden hoorns met een "spanwijdte" van ruim één meter - waren gemaakt van leem en op de muur bevestigd. Net als de muren waren ze gepleisterd.  Ook deze stierenkoppen wijzen op een religieus gebruik van de ruimtes en het bestaan van een stierencultus. De bloei van van deze neolithische stad schijnt namelijk te danken zijn geweest aan het feit dat men erin was geslaagd de aurochs, een nu uitgestorven wilde stier, te temmen. Daardoor kon een veestapel worden gefokt, zodat de bewoners in voor- en tegenspoed konden beschikken over een vleesvoorraad.

Links: Reconstructie van het stierenheiligdom in Çatal Hüyük. Net als in de Halafcultuur en in de veel latere Minoïsche beschaving bestond er dus blijkbaar een stierencultus.

laatst bijgewerkt: 14-01-07

colofon