4069

Byzantijnse Rijk (802 - 912)

Byzantijnse Rijk (741 - 802); Oost-Europa (700 - 800); Oost-Europa (800 - 900)

Nikephoros I (802 - 811)

Nikephoros regeerde als een bekwaam en dapper vorst en poogde allereerst de financiële misstanden in het rijk recht te zetten. Ontlast van de druk van de Arabieren door interne problemen van het kalifaat, versterkte hij het rijk tegen de groeiende macht van de Bulgaarse vorst Krum (803 - 814), door de uitbouw en de organisatie van militaire bestuursdistricten, de zogenaamde themata en door nederzettingen van Kleinaziaten in de geslaviseerde gebieden van de Balkan. In zijn offensief tegen Krum kwam hij in 811 in de slag bij Pliska om het leven. Zijn zoon en sinds 803 medekeizer Staurakios raakte zwaargewond.

Staurakios (811)

Staurakios wist zwaargewond met enkele metgezellen naar Adrianopel te vluchten. Daar werd hij, als rechtmatig troonopvolger, provisorisch tot keizer uitgeroepen. Omdat duidelijk was dat hij het niet lang meer zou maken, werd hij naar Constantinopel gevoerd om zijn opvolger aan te wijzen. De voor de hand liggende kandidaat was zijn zwager Michaël Rangabe, gesteund door Staurakios' aanhangers en patriarch Niceforus I. Ook Theophano aasde in navolging van Irene echter op de troon. Terwijl de keizer twijfelde kwam het in Constantinopel tot een staatsgreep, waarin Michaël in het Hippodroom door leger en senaat tot keizer werd uitgeroepen. Staurakios, voor dit voldongen feit gesteld, trok zich terug in een klooster en stierf drie maanden later.

Michaël I Rangabe (811 - 813)

Michaël was de eerste keizer met een familienaam. Er is wel eens gesuggereerd dat de naam van het Slavische rokavu stamde, maar dat is niet zeker. Het is wel duidelijk dat in zijn tijd de grote magnatenfamilies meer aan invloed wonnen. Zelf was Michaël een zwak heerser. Hij gaf geld uit als water en verzwakte daarmee het rijk dusdanig dat Karel de Grote voldoende druk op hem kon uitoefenen om zijn nieuwbakken keizerlijke waardigheid te erkennen. Dit was een zware klap voor Byzantiums positie omdat er zelfs in de 5e eeuw altijd maar een keizerrijk geweest was, ook al was er soms meer dan een keizer. In 812 reisden afgevaardigden van Michaël naar het verre Aken om Karel als basileus (keizer) te erkennen in ruil voor de teruggave van een aantal verloren gebiedsdelen.

In dat zelfde jaar stelde de Bulgaarse heerser Krum een vrede voor. Het voorstel leek verdacht veel op een ultimatum. Toen Michaël aarzelde, nam Krum Mesembria in. Michaël besloot te vechten maar er brak onenigheid uit in het Byzantijnse leger en een zware nederlaag was het gevolg (slag bij Adrianopel). Hij werd afgezet door Leo V de Armeniër.

Van het begin van de negende eeuw tot het midden van de elfde eeuw stond het Byzantijnse Rijk op het toppunt van zijn vroegmiddeleeuwse glorie. De hoofdstad Constantinopel was niet alleen de belangrijkste stapelplaats van de handel in het oostelijke Middellandse Zeegebied, het was ook de machtigste stad ter wereld, de metropool van de christenheid. Het was ook het belangrijkste tijdperk voor de Byzantijnse missie, die in nauwe samenwerking met diplomatieke en militaire activiteiten, de veiligheid van de noordgrens moest waarborgen. Handel, godsdienst en staatkundige factoren brachten de oudste Russen binnen de Byzantijnse invloedssfeer. Hoewel de Russen van de negende tot de elfde eeuw met een reeks plundertochten ondernamen tegen het Byzantijnse Rijk en zijn hoofdstad, leverden zij met de befaamde handelsroute langs de Dnjepr en van daar naar Constantinopel ook een constructieve bijlage.

Leo V de Armeniër (813 - 820)

Leo V probeerde het Iconoclasme (het verbieden van het vervaardigen en het vereren van afbeeldingen (iconen)) nieuw leven in te blazen. Hij was er van overtuigd dat de militaire rampen in de strijd tegen de Bulgaren een straf van God waren voor de iconenverering. Bij Mesembria wist hij Krum te verslaan, maar werd spoedig opnieuw aangevallen. Plotseling ging echter 's keizers vurig gebed in vervulling en stierf Krum aan een hersenbloeding. Ook vanuit het Oosten was er weinig gevaar te duchten: na de dood van kalief Harun al Rashid in 809 vocht men daar om de troon. Toch was Leo niet zeker van zijn eigen koninklijke positie. De steun voor zijn iconoclasme was gering en uiteindelijk werd hij door zijn vroegere wapenbroeder Michaël II de Amorier voor het hoogaltaar van de Hagia Sofia vermoord.

Michael ll (820 - 829)

Michaël II, bijgenaamd Psellos (de Stotteraar) of de Amoriër stichtte het Amorische Huis. Hij werd door de Byzantijnen als een weinig verfijnd man beschouwd. Hoewel hij inderdaad nauwelijks kon lezen en schrijven en een soldaat in hart en nieren was, regeerde hij met verstand. Hij probeerde met enig succes alle gekrakeel over de iconen wat te laten luwen. Zelf was hij geen voorstander van iconenverering en hij herstelde de cultus niet maar er was ook geen sprake van vervolging. Er brak echter wel een burgeroorlog uit dankzij een troonpretendent Thomas uit het oosten van het rijk. Deze speelde vooral in op de wijdverbreide onvrede met de zwaarte van de belastingen. Ook de voorstanders van Ikonenverering en de kalief steunden Thomas en dat leidde tot een belegering van Constantinopel. Gelukkig voor Michaël kwam de Bulgaarse koning Omurtag (814-831) hem te hulp en werd Thomas verslagen. Het rijk werd hier echter wel door verzwakt.

Omstreeks 826 ging Kreta over in moslimhanden, zij het niet die van de kalief, die zelf ook problemen had. Saraceense avonturiers uit Spanje hadden Egypte in 816 overgenomen en probeerden nu hun machtsbereik uit te breiden. Kreta werd daarmee een zeeroversnest en zou dat nog anderhalve eeuw blijven. Ook op Sicilië maakten de Arabieren uit Afrika handig gebruik van onenigheid tussen de lokale Byzantijnse machtshebbers en begonnen het eiland in te nemen. De positie van Byzantium als zeemacht was hiermee zwaar aangetast. Michaël werd opgevolgd door zijn zoon Theophilos.

Theophilos (829 - 842)

Theophilos was de tweede keizer van de Amorische of Frygische dynastie. Hij ontving een uitstekende opvoeding van Johannes Hylilas (beter bekend als Johannes de Grammaticus), een overtuigde iconoclast die in 837 tot patriarch van Constantinopel werd benoemd. De keizer was een liefhebber van muziek en de kunsten en een groot bewonderaar van de Arabische cultuur. Hij was een mecenas die talrijke bouwwerkzaamheden liet uitvoeren aan zijn paleizen en aan de stadsmuren van Constantinopel; tevens stichtte hij een hospitaal dat bleef bestaan tot in de laatste dagen van het Byzantijnse Rijk.

Theophilos toonde zich een uitgesproken iconoclast. In 832 vaardigde hij een edict uit dat de verering van iconen streng verbood. Over de wrede vervolging van weerspannigen werden gruwelverhalen verteld, bv. over de Palestijnse broers Theodorus en Theophanes, op wiens gezichten iconoclastische verzen werden getatoeëerd, of over de iconenschilder Lazarus, wiens handplamen met gloeiende nagels werden bewerkt. Over het algemeen worden de verhalen overdreven geacht: de vervolging beperkte zich tot de hoofdstad en tot de publieke sfeer. Zijn eigen vrouw Theodora liet hij privé zo goed als ongemoeid haar iconen vereren. Hij was overigens de laatste iconoclast; na zijn dood liet zijn weduwe dadelijk alle iconoclastische wetten intrekken en werd Johannes de Grammaticus afgezet.

Op de Balkan had de keizer weinig problemen. Een inval van de Bulgaarse khan Malamir (831 - 836), de opvolger van Omurtag in 831 werd snel gevolgd door een vredesverdrag en in 838 en 839 werd Constantinopel bezocht door de eerste bekende Russische diplomatieke missie.

Meer last veroorzaakten de Arabieren. Gedurende Theophilos’ regering gingen delen van Sicilië, waaronder Palermo, verloren. De keizer zag zich echter gedwongen de meeste energie te besteden aan de oorlog tegen de Abbasidische kaliefen. De aanleiding voor deze oorlog lag bij Theophilos, die asiel bood aan een aantal Perzische vluchtelingen, van wie er één, die na zijn bekering tot het christendom Theophobus werd genoemd, trouwde met Helena, een zuster van de keizer, en één van zijn generaals werd. Tegen de kalief Al-Ma’mun (813 - 833) had de keizer aanvankelijk succes: in 830 veroverde hij Zapetra en in 831 viel hij Cilicië, een landstreek aan de zuidoostkust van Klein-Azië, binnen. Vanaf de herfst van 831 leden de Byzantijnen echter een reeks nederlagen, waaronder de val van het fort Lulon dat de toegang tot de Cilicische Poort beheerste. Keizerlijke vredesvoorstellen werden afgewezen, maar de dood van Al-Ma’mun in 833 zorgde voor respijt.

In 837 deden de Byzantijnen succesvolle invallen in Armenië en Mesopotamië. Al-Mu’tasim (833 - 842), de broer en opvolger van kalief Al-Ma’mun, verzamelde hierop een enorm leger, waarvan één deel de Byzantijnen, persoonlijk aangevoerd door Theophilos, versloeg te Dasymon en Ankara innam, terwijl de rest optrok tegen Amorium, de wieg van de dynastie en toentertijd de tweede stad van het rijk. De stad viel op 23 september 838 door verraad in handen van Al-Mu’tasim. Duizenden inwoners werden gedood; van de overigen, die werden meegevoerd, zouden er volgens de overlevering slechts tweeënveertig de Abbasidische hoofdstad Samarra aan de Tigris bereikt hebben. Theophilos reageerde paniekerig en ging vruchteloze onderhandelingen aan met de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en de Venetianen voor een gezamenlijk offensief. Pas in 842 vielen de Arabieren opnieuw aan, door een enorme vloot naar Constantinopel zelf te sturen die echter door een storm werd vernietigd.

De keizer overleed op 20 januari 842 aan dysenterie, twee weken na Al-Mu’tasim, en nog vóór de Arabische vloot werd vernietigd. Zijn persoonlijkheid is het onderwerp geweest van aanzienlijke discussies, waarbij sommigen hem beschouwen als één van de bekwaamste Byzantijnse keizers, en anderen als een doorsnee oosterse despoot, een overschatte en onbeduidende heerser. Hij bestreed de corruptie van zijn ambtenaren, en sprak onpartijdig recht. Hij had de gewoonte om net als zijn grote voorbeeld Haroen al-Rashid anoniem door de straten van zijn hoofdstad te trekken. Ondanks de kost van de oorlogen en de grote sommen die Theophilos besteedde aan gebouwen, bevonden handel, industrie en de keizerlijke financiën zich bij zijn overlijden in een uitstekende toestand, grotendeels de verdienste van de bijzonder efficiënte ambtenarij.

Theophilos was gehuwd met de hooggeboren Paphlagonische Theodora (ca. 810-867), die na zijn dood regentes werd in naam van hun minderjarige zoon Michaël III.

Michael lll (842 - 867) 

Michaël III was de laatste Byzantijnse heerser van het Amorische Huis. Hij was nog geen drie toen zijn vader Theophilos stierf. Zijn moeder Theodora trad op als regentes. Onder haar bewind werd de iconencrisis voorgoed beëindigd in het voordeel van de iconenvereerders. Methodius werd patriarch en in maart 843 werd door een synode plechtig de verering van iconen in ere hersteld. Dit betekende in feite dat de keizers bakzeil haalden in hun poging de kerk te vertellen wat er gebeuren moest. Theodora zond een vloot naar Kreta en gedurende een korte tijd in 843-844 was het eiland weer Byzantijns, maar in 844 werden de Byzantijnen niet ver van de Bosporus te land verslagen door de kalief Al-Mu'tasim die ver in Byzantijns gebied had weten door te dringen. Hij moest zich echter terugtrekken wegens problemen thuis en er werd weer vrede gesloten.

Theodora vond het nog lang geen tijd om de macht over te dragen aan haar zoon, maar een staatsgreep in 855 dwong haar daartoe. Haar broer Bardas werd de steun en toeverlaat van de jonge keizer. Twee jaar later probeerde zijn moeder tevergeefs opnieuw de macht te grijpen, met als gevolg dat ze in een klooster gestopt werd.

Michaël lll bleek geen groot heerser maar zijn vertrouwelingen, Bardas en later ook de patriarch Photius, waren bijzonder kundig. Met Michaël begon daarmee de bloeitijd van het Byzantijnse rijk. Bardas organiseerde een universiteit in het Magnaurapaleis met Leo de Wiskundige aan het hoofd, vol met de knapste koppen die in het rijk te vinden waren.

Michaël pakte het Arabische probleem energiek aan, maar had daarbij niet altijd succes. Behalve Taormina en Syracuse kwam heel Sicilië in handen van de moslims, alsook een heel stuk van Zuid-Italië. In Anatolië werden versterkingen gebouwd zoals in Ancyra (Ankara) en Nicea. Michaël zond zelfs een vloot naar Damiette in Egypte en in 863 was er een grote overwinning op de emir van Melitene, Omar. Dit was voor het eerst dat Constantinopel weer in de aanval kon gaan tegen de Arabieren.

Er was ook een nieuw element in de buitenlandse verhoudingen. Een onbekend Slavisch volk, de Russen genaamd, verscheen plotseling voor Constantinopel en legde de hele omgeving plat. Bardas en Photius besloten dat het sturen van missionarissen de beste remedie was. Uiteindelijk leidde dit tot de bekering van vele Slaven door het werk van Cyrillus en Methodius, die ook de grondvesting van het Slavische (glagolitische) schrift legden. Michaël maakte de fout om Basileios de Macedoniër tot zijn gunsteling te maken. Dat leidde eerst tot de val van Bardas en uiteindelijk vermoordde Basileios Michaël en stichtte het Macedonische Huis (867–1056).

Basileios (Basilius) l (867 - 886)

Basileios I de Macedoniër was geleidelijk opgeklommen van de boerenschuur naar de troonzaal, dankzij keizer Michaël III, wiens vriendschap en vertrouwen hij had gewonnen, maar die hij in 867 uit de weg liet ruimen.  Daarna luidde hij Byzantiums bloeitijdperk in door een autonomistische kerkelijke politiek; (onder zijn regering kwam de Slavische wereld in de vaste greep van de Byzantijns-christelijke cultuur, o.m. door de missie van Cyrillus en Methodius). 

Door zijn offensief beleid tegen de Arabieren herstelde hij het rijksgezag aan de Dalmatische kust en in Zuid-Italië, en drong zijn invloed in Azië door tot de bovenloop van de Eufraat.

Onder het stabiele Macedonische Huis (867–1057) werd het rijk, dat nu een nationaal zelfbewustzijn kende, tot zijn hoogste bloei gebracht: Basilius I (867–886) schoof de oostgrens op tot de bovenloop van de Eufraat en kreeg opnieuw vaste voet in Zuid-Italië

Leo Vl de Wijze (886 - 912)

Leo Vl wordt beschouwd als een groot wetgever en de schrijver van een aantal stukken religieuze poëzie en verdiende daarmee zijn erenaam de Wijze".Hij hervormde het staatsbestel dat steeds gecentraliseerder en autocratischer werd. In de buitenlandse politiek was hij echter minder gelukkig want de Bulgaren werden onder Simeon weer een ernstige bedreiging. Leo deed daarom ene beroep op de Magyaren die het gebied tussen de Djenpr en de Donau in bezit genomen hadden om de Bulgaren in de rug aan te vallen. Hiermee werden de Magyaren voor het eerst een belangrijke mededinger op de Balkan. Toch werden zowel zij als de Byzantijnen verslagen (Bulgarophygon 896) en moest de keizer schatting betalen. Ook op Sicilië ging het mis. In 902 namen de Arabieren Taormina in en hadden daarmee na 75 jaar strijd eindelijk het hele eiland in handen. Zij vielen ook Thessaloniki aan, de op één na grootste stad van het rijk, en richtten er een verschrikkelijk bloedbad aan.

 Daarna begon Leo meer aan de verdedigingswerken te doen en in 905 werd e Arabische vloot in de Egeïsche Zee verslagen, maar een expeditie naar hun uitvalsbasis Kreta lipe weer op een ramp uit. Al Leo's moeite was uiteindelijk min of meer voor niets. Een lichtpuntje was echter dat er voor het eerst contacten werden gelegd met de Russen. In 911 werd er een handelsovereenkomst gesloten, nadat eerst prins Oleg van Kiev vreedzaam maar dreigend zijn grote vloot in de Bosporus vertoond had. Leo had ook problemen met zijn diverse echtgenotes en met de kerk. Hem werd zelfs de toegang tot de Hagia Sofia ontzegd, maar Leo wist wel wat hem in zo'n geval te doen stond. Hij deed een beroep op de Paus, die altijd graag zijn rivaal, de Patriarch, hte leven zuur maakte. Leo stierf na een leven vol zorg op 12 mei 912 en liet het rijk na aan zijn zesjarige zoontje Constantijn Vll onder voogdijschap van zijn broer Alexander. Deze had al eerder de troon met hem gedeeld, maar hij gaf niets om regeren en des te meer om plezier maken.

Byzantijnse Rijk (912 - 969)

laatst bijgewerkt: 07-11-07

colofon