Oost-Europa (600 - 700)
In de 8e eeuw predikten zendelingen vanuit Salzburg het Christendom onder de Slovenen. Onder Karel de Grote begon de kerstening van de Wenden, de Tsjechen (vanuit Regensburg), de Abodrieten (vanuit Verden aan de Aller).
In 700 bekeerde koning Bulan van het Chazarenrijk (Khazarië) zich tot het Jodendom, gevolgd door een klein deel van zijn volk. Vele tienduizenden Joodse vluchtelingen uit Griekenland en Perzië, maar ook vooraanstaande rabbijnen uit andere landen verhuizen naar Khazarië, waar op tal van plaatsen synagogen worden gebouwd. De bevolking van het 'Joodse' koninkrijk blijft echter een mix van christenen, moslims heidenen en Joden . De religieuze tolerantie blijkt uit de samenstelling van het Hooggerechtshof, waarin twee joden, twee christenen, twee moslims en een heiden zitting hebben.
Met het Byzantijnse Rijk onderhielden de Chazaren nauwe banden sinds Heraclius tegen de Perzen (627).
Tijdens zijn Krimballingschap huwde de Byzantijnse keizer Justinianus ll Rhinotmetus de zuster van de khagan, die als keizerin met hem de troon bezette (705-711).
Leo ll sloot met de Chazaren een verbond tegen de Arabieren, bezegeld door het huwelijk van zijn zoon Constantijn V met een Chartaarse prinses. (732). Uit dit huwelijk werd Leo lV de Chazaar geboren.
Tussen 722 en 737 leverde de Chazaren opnieuw strijd met de Arabieren. Ditmaal verloren zij, maar zij bleven aan de Kaukasus een ongebroken grendel tegen de Islam-expansie naar het noordwesten toe.
In 788 vestigden de Avaren zich in Beieren, maar werden daar in 791-795 door Karel de Grote onderworpen. Als bevolkingsgroep werden zij door de Slaven en de Germanen opgeslorpt.
Oost-Europa (800 - 900)
laatst bijgewerkt: 28-05-01
|