5551 |
Deventer (ca. 770 - 1300) |
![]() |
![]() |
|
Ruim vierduizend jaar geleden woonden al mensen op de plek, waar later een eenvoudige nederzetting tot de stad Deventer zou uitgroeien. De hoge dekzandruggen uit de laatste ijstijd, vormden een aantrekkelijke plek voor bewoning. Bovendien was het een van de weinige plaatsen, waar de rivier kon worden overgestoken. Bij deze doorwaadbare plaats ontstond in de 8e eeuw een kleine boerennederzetting. Bij deze nederzetting stichtte de Angelsaksische monnik Lebuinus in 768 in het toen vijandige Saksische gebied over de IJssel de eerste houten kerk. De aanwezigheid van de kerk zal de groei van de nederzetting ongetwijfeld hebben bevorderd. De geografische omstandigheden maakten deze plaats met name voor handelaren tot een zeer aantrekkelijke plaats om zich te vestigen. |
De naam Deventer zou zijn afgeleid van Davo, een vriend, die met Lebuïnus naar deze streken was meegereisd. Een andere verklaring is dat Deventer is afgeleid van Daventry, de geboorteplaats van Lebuïnus. Volgens weer een andere overlevering was Davo een Saksische aanvoerder, die hier zijn burcht zou hebben gebouwd.
De hoge gronden van de Veluwse en Overijsselse heuvelrug kwamen hier het dichtst bij elkaar, zodat de IJssel op dit punt gemakkelijk kon worden overgestoken. Tijdens de oorlogen die Rechts: Lebuinus, zoals hiij is afgebeeld op een gewelf achter het orgel |
![]() |
Nadat de Saksische leider Na de ondergang van Dorestad na de laatste plundering van de Noormannen in 863 ( |
De constructie bestond uit een enkele of dubbele rij ingegraven palen. Deze palen droegen de dakconstructie. Het dak was gedekt met riet. De wanden bestonden uit met leem besmeerd vlechtwerk of houten planken die in een ondiepe greppel in de grond waren gezet. De resten van een dergelijke wandgreppel van rond 900 na Chr. zijn aan de Polstraat gevonden samen met daarbij horende resten van ingegraven en palen. Uit de oriëntatie van deze paalgaten blijkt dat het huis minstens 10 m lang moet zijn geweest en haaks op de oever stond. Hieruit is te concluderen dat de huidige perceelsstructuur zich sedert de komst van de handelaars niet heeft gewijzigd. | ![]() |
In de 11de eeuw traden grote veranderingen op, die de handelsnederzetting een meer stedelijk uiterlijk gaven. Twee jaar geleden werd tijdens een ander archeologisch onderzoek ontdekt dat Deventer in de 10de eeuw als één van de eerste steden ten noorden van de Rijn werd omwald. Langs de IJssel, op de locatie van de opgraving, werd een drassige beekmonding uitgebaggerd, die was gevuld met veen en huishoudelijk afval uit de nederzetting. Zo ontstond een kunstmatig aangelegde haven, waar de schepen aan konden leggen langs een houten kade. Tot dan toe had men de schepen op de oever van de IJssel getrokken. Het uitgebaggerde veen werd met huisafval en al op de rivieroever gedeponeerd. Deze laag vormde de grond waarop nieuwe huizen werden gebouwd. De huizen zagen er nu niet meer uit als boerderij-achtige constructies, maar als hoekige ‘stadshuizen’ en waren dichter opeen gebouwd. De beperkte ruimte binnen de omwalde nederzetting werd nu dus veel efficiënter gebruikt. Rond 1200 kreeg Deventer kreeg Deventer het recht om zich een stad te noemen. De stad mocht zich voortaan zelf besturen. In welk jaar Deventer stedelijke rechten kreeg is niet bekend. Dit moet in ieder geval voor 1230 zijn geweest, want in 1230 kreeg Zwolle van de Utrechtse bisschop "het recht van Deventer". Naast Zwolle waren dochtersteden van Deventer bijvoorbeeld: Rijssen, Oldenzaal. en Almelo. Dochters van Zwolle, en dus kleindochters van Deventer, waren onder meer: Genemuiden, Steenwijk en Vollenhove. |
![]() |
In het IJsselgebied ontwikkelde Deventer zich met Kampen en Zwolle tot een knooppunt van handel en verkeer. Het werden de belangrijkste steden in Overijssel. Alle officiële besluiten werden door het stadsbestuur voorzien van een stempel. Op het oudste zegelstempel dat bewaard is gebleven, staat een poort afgebeeld. Hieruit blijkt dat Deventer toen al een versterkte stad was. Zegelstempel van de stad Deventer. Het oudst bewaarde zegelstempel van Deventer heeft als randschrift ‘Sigilum Civitates Daventrie’, wat zegel van de stad Deventer betekent.Op het stempel staat een grote poort met kantelen, geflankeerd door twee stenen torens. Alle stukken, die het stadsbestuur uitvaardigde, werden van dit zegel voorzien. Op de achterzijde van een stuk werd nog een stempel met ‘Daventriae’ gedrukt. In het Gemeente Archief van Deventer bevindt zich het oudste stuk, dat met dit stempel gezegeld is. De acte dateert van 26 juni 1274. |
De glorietijd van Deventer kwam na 1300, de tijd van de late Middeleeuwen. Deventer was toen inmiddels een stad geworden. Er woonden toen ruim tienduizend mensen en daarmee was Deventer een van de grootste en belangrijkste steden van de noordelijke Nederlanden. |
Deventer was de eerste stad in het oosten van Nederland, die lid werd van het verbond van Hanzesteden, waartoe ook Zwolle, Zutphen, Doesburg, Kampen, Hattem, Hasselt en Olst-Wijhe behoorden. In 1285 wordt dit voor het eerst vermeld.
Rechts: Gezicht op de stad Deventer, gezien van de overzijde van de IJssel, geëtst door Claes Janzs. Visscher (1586/'87-1652). |
![]() |
Gemaakt 13-01-04 |