5686 |
Zutphen (1000 - 1200) |
Het graafschap Gelre werd een machtige staat in de Lage Landen. De graaf van Gelre verwierf in de loop van de 12e eeuw verschillende gebieden in het noorden, o.a. de vesting Zutphen op de plaats waar de Berkel in de IJssel uitmondt met het omringende land aan de IJssel en de Veluwe. Binnen de Gelderse bezittingen in de Lage Landen bleven nog heel lang veel onafhankelijke heerlijkheden bestaan.
De stad Zutphen is ontstaan uit een versterking op een verhoging aan de oever van de IJssel. |
![]() |
Zutphen was al sinds de 7e eeuw bewoond. Bij opgravingen heeft men sporen gevonden van bewoning van voor die tijd, zoals een begraafplaats uit ongeveer 700 na Christus. De eerst bekende heer van Zutphen is Otto I; zijn naam wordt in 1013 in een oorkonde genoemd. Otto I is waarschijnlijk een van de erfgenamen van graaf Balderik in de gouw Hamaland. In 1031 wordt Zutphen voor het eerst genoemd als oppidum (stadje, plaatsje). De naam Zutphen is ontstaan uit Sudfeno (Zuidvenne), een heuvel tussen drassige veengrond. Het hof (huis) van de graaf van Zutphen bestond uit een grote statige boerderij, die werd beschermd door een wal en een gracht. Hier werd het eerste recht gesproken, namelijk het hofrecht. Dat wil zeggen dat de hofheer hier recht sprak over de horigen die zijn land bewerkten. Hier werd dus al een begin gemaakt met de rechtspraak. |
![]() |
Archeologen hebben een tufstenen gebouw met zware muren gevonden dat rond 1100 gebouwd moet zijn. Nu heet deze plaats nog steeds ‘s-Gravenhof. Naast deze hof stond de St. Walburgskerk. Ook deze stond binnen de wal met daaromheen de gracht, nu herkenbaar als 'de markten'. De graaf van Gelre had grote belangstelling voor het rivierengebied om greep te kunnen krijgen op de handelswegen over de rivieren. Hij kwam daardoor wel in conflict met de hertog van Brabant die hetzelfde nastreefde. In 1190 schonk hij Zutphen stedelijke rechten en mocht er worden begonnen met de bouw van verdedigingswerken, waarbij de Berkel de noordelijke verdedigingsgracht werd. De vestingwerken werden tot in de 18e eeuw uitgebreid. Nu is er nog een aantal belangrijke restanten van over. Zutphen is ontstaan op de plaats waar twee rivieren samenstromen. De Berkelstroom is voor de verdediging van de stad gedeeltelijk verlegd en stroomt ook langs de noordzijde van de oude stad. Omdat de IJsselstroom de oude stad bedreigde is in de veertiende eeuw ook de loop van deze rivier veranderd. links: IJssel- en Berkelstroom, reconstructietekening door M. Groothedde, was en stift op papier, 30 x 21 cm. Stadsarchief Zutphen. |
Door de ligging was het uitermate geschikt voor de beheersing en bewaking van de handelsroutes, zowel over land als over water. Naar alle waarschijnlijkheid was het rond het jaar duizend echter niet meer dan een versterking. De eerste vermelding van Zutphen is in een oorkonde uit 1031, waarin sprake is van het geslacht van de heren van Zutphen. Rond 1100 is er al sprake van een stenen kasteel, 's Gravenhof, een kerkje en een nederzetting, omgeven door een gracht en een aarden wal. Naar overlevering was Otto I, de eerste graaf van Zutphen, de bouwer van zowel het kasteel en de kerk, de Sint Walburgskerk geheten. Zutphen's handel bloeide vanaf deze tijd al gestaag op, vooral door de gunstige ligging aan de twee rivieren. Toen in 1190 het grafelijk geslacht uitstierf, verviel de Graafschap aan de graven van Gelre, maar het behield wel zijn positie als afzonderlijk graafschap. Onduidelijk is wanneer Zutphen stadsrechten kreeg, maar het lijkt erop dat dit rond 1226 is geschied. De graaf van Gelre verleende Zutphen het stadsrecht om zo Deventer, dat aan de bisschop van Utrecht behoorde, een geduchte concurrentie te verschaffen. Door het stadsrecht kreeg Zutphen vrijstelling van tollen, het recht op een weekmarkt en zelfbestuur. De twaalf schepenen die tot het stadsbestuur behoorden, kwamen voort uit de plaatselijke aristocratie. Mede door de vrijheden die de stad had verkregen, kon de handel flink uitbreiden. Ook het grondgebied van de stad breidde zich uit, tot ten noorden van de Berkel. Daarnaast bouwde de stad uitgebreide fortificaties. Niet alleen als handelsplaats was Zutphen van belang, maar ook politiek. Het Zutphense stadsrecht stond model voor andere stadsrechtverleningen in Gelre en het was één van de vier kwartiersteden van Gelre. |
Met de stadsrechten kreeg Zutphen een eigen stadsbestuur, eigen rechtsregels en privileges. Het oorspronkelijke document bleek vervalst. Graaf Otto was in dat jaar namelijk op bedevaart naar Jeruzalem. De ware toedracht is onbekend, daarom wordt ook vermeld: Zutphen kreeg zijn stadsrechten tussen 1190 en 1196.Stadsrechten hielden onder meer in dat de stad ommuurd mocht worden. Ook kooplieden konden hun voordeel doen met de stadsrechten, zij kregen geldelijke voordelen en mochten weekmarkten organiseren. Daarnaast werd Zutphen hoofdstad van het Graafschap Gelre, later hertogdom Gelre. Ook werd zij moederstad voor wat betreft het strafrecht, iets wat we heden ten dage nog steeds bemerken door aanwezigheid van diverse rechterlijke opleidingen. Zutphen is dan al aardig hard aan het groeien, en die groei gaat alleen maar door. Het stadje lag goed op de kaart bij de kooplieden en werd een van de Hanzesteden. Al snel is Zutphen volgegroeid en moeten de verdedigingswallen worden verlegd. Dit stopte de groei van Zutphen echter niet, en halverwege de 13e eeuw wordt er in westelijke richting uitgebreid, dit is vooral te zien aan het opvallende schaakbordpatroon. Tegelijkertijd met deze uitbreidingen is de graaf zelf echter ook bezig met uit te breiden. Hij komt met een hele nieuwe stad op de noordelijke Berkeloever: Nieuwstad. Geheel gebouwd volgens het schaakbordpatroon en zelfs met eigen bestuur en parochie. Lang houden beide steden het echter niet gescheiden uit. In 1272 is er voor het eerst sprake van twee steden, en al in 1312 worden beide steden samengevoegd. In de 14e eeuw kreeg de stad stenen stadswallen. Gemaakt: 25-01-04 |