1822 | Lutetia (ca. 55 v. Chr. - 500) |
![]() |
![]() |
De Parisii |
![]() |
De Romeinen In het jaar 52 v. Chr. werden de Parisii verslagen door Labienus de luitenant van |
![]() |
![]() |
Nog in hetzelfde jaar steunden de Parisii de opstand van Vercingetorix tegen de Romeinen en Julius Caesar. Volgens Romeinse bronnen stuurden zij 8.000 manschappen. Camulogenus, een generaal van Vercingetorix, nam de manschappen onder zijn hoede. Hij had zijn basis op de Mons Lutetius (waar nu het Panthéon ligt). De Romeinen versloegen de rebellen nabij Melun en veroverden Lutetia opnieuw. De Romeinen zagen blijkbaar het strategisch en economisch nut van het eiland in de Seine en bouwden hier en op de linkeroever van de Seine een nieuwe stad. Er kwam een stadsmuur, er werden bruggen gebouwd en zelfs een arena om het Gallo-Romeinse volk te vermaken met toneel, circus en gladiatorengevechten. Een theater en een badhuis ontbraken evenmin, evenals een forum waar handel en politiek werden bedreven. Op het eiland verrees een tempel zo'n beetje op de plaats waar nu de Notre Dame kathedraal staat. Links: reconstructie van het forum. Op de voorgrond een basiliek. Langs de binnenplaats lagen winkelgalerijen. Op de binnenplaats stond een grote tempel. |
![]() |
Onder Romeins gezag werd Lutetia geromaniseerd en groeide het uit tot een kleine stad, met een geschatte bevolking van 8.000 inwoners. De stad was echter van geen politieke betekenis: Galllia Lugdunensis, waarin Lutetia lag, had Lugdunum als hoofdstad. Toen die provincie gesplitst werd, kwam Lutetia in Lugdunensis Senona terecht, maar werd Agedincum (het huidige Sens, Yonne) de hoofdstad.
In 212 kreeg de stad haar huidige naam, Parijs, dat afgeleid was van de Gallische stam, de Parisii, die in het gebied woonde. De naam werd al eeuwen gebruikt als adjectief (Lutetia Parisiorum). Rond diezelfde tijd werd de Romeinse stad op de linkeroever van de Seine steeds meer verlaten en concentreerde de bevolking zich op het eiland, dat nieuwe versterkingen kreeg. |
In de 3e eeuw werd de stad gekerstend, toen ![]() |
![]() |
Boven Saint Denis, beeld aan de Notre Dame van Parijs In 285 werd de stad tijdens het bewind van caesar (onderkeizer) |
Maar eerst dreigde er ander gevaar vanuit het oosten: Attila de Hun (445 -). In 451 trok hij aan het hoofd van zijn Hunnenleger de Rijn over, gevolgd door talrijke onderworpen volksgroepen - een haf miljoen man, vertelt de overlevering en zwermden al plunderend en brandstichtend uit over Gallië. Attila koerste recht op Parijs af. De bevolking van de stad was in paniek en wilde vluchten, ook de Romeinse bureaucratie was reeds naar het zuiden verplaatst. Een jonge vrouw genaamd Genevieve had de komst van de Hunnen reeds voorspeld en riep de bevolking van Parijs op om met z'n allen te bidden dat Atilla niet naar hun stad zou komen. Hier geschiedde het volgende wonder want Atilla kwam werkelijk niet. Genevieve werd later een heilige en stadspatroon, maar was tijdens haar leven al erg bezig met het christendom en de kerk. |
![]() |
![]() |
Attila werd nog hetzelfde jaar door een verenigd leger van Romeinse, Frankische, Saksische, Bourgondiërs, Galliërs, Visigotische en Ostrogotische soldaten onder aanvoering van de Romeinse generaal Aetius, bij Châlons op de Catalaunische Velden (± 200 km bezuiden Parijs) verslagen.
In de tweede helft van de 5e eeuw breidde de Frankische koning Gemaakt: 28-01-06; laatst bijgewerkt: 22-05-07 links: Genvieve |