1822 Lutetia (ca. 55 v. Chr. - 500)
Romeinse steden


Eerste bewoners
Ca 4500 v. Chr. hebben er al mensen gewoond bij de samenvloeiing van de Bièvre en de Seine, op de linkeroever en op het eiland midden in de Seine. Dat komt overeen met het huidige Île de la Cité en het Quartier Latin in het centrum van het huidige Parijs. Archeologische opgravingen hebben kano's opgeleverd uit die tijd. Toen was de Seine dus al een rivier waar flink op gevaren werd.
 

De Parisii
In de derde eeuw voor Christus vestigde zich een Keltische stam, de Parisii, in het gebied. Aangezien de nederzetting strategisch gelegen was (het controleerde de rivierhandel in beide richtingen) groeide ze uit tot een welvarende plaats, versterkt met stadswallen, die al snel het middenpunt en de hoofdstad werd van het gebied van de Parisii. Veel weten we trouwens niet over deze Gallische stam. Omdat zij Kelten waren, werden zij waarschijnlijk bestuurd door druïden, een Keltische priesterklasse, die zich niet alleen bezighielden met religieuze zaken, maar verantwoordelijk waren voor de rechtspraak en het bestuur.

De Romeinen

In het jaar 52 v. Chr. werden de Parisii verslagen door Labienus de luitenant van Julius Caesar. Zij vernietigen hierop hun eigen stad en alle bruggen die het eiland met het vasteland verbonden om haar zo uit handen van de Romeinen te houden. Hierna volgde nog een felle strijd in het gebied wat tegenwoordig het Champ de Mars heet (toen dus al een oorlogsveld !). De Romeinen noemden de door hen veroverde nederzetting Lutetia. Die naam werd voor het eerst door Julius Caesar vermeld in zijn Commentarii de bello Gallico (VII 57-58.). Mogelijk is die naam afgeleid van het Indo-Europese woord voor "modder", waarmee men misschien naar de moerassige omgeving van de nederzetting verwees.

Nog in hetzelfde jaar steunden de Parisii de opstand van Vercingetorix tegen de Romeinen en Julius Caesar. Volgens Romeinse bronnen stuurden zij 8.000 manschappen. Camulogenus, een generaal van Vercingetorix, nam de manschappen onder zijn hoede. Hij had zijn basis op de Mons Lutetius (waar nu het Panthéon ligt). De Romeinen versloegen de rebellen nabij Melun en veroverden Lutetia opnieuw.

De Romeinen zagen blijkbaar het strategisch en economisch nut van het eiland in de Seine en bouwden hier en op de linkeroever van de Seine een nieuwe stad. Er kwam een stadsmuur, er werden bruggen gebouwd en zelfs een arena om het Gallo-Romeinse volk te vermaken met toneel, circus en gladiatorengevechten. Een theater en een badhuis ontbraken evenmin, evenals een forum waar handel en politiek werden bedreven. Op het eiland verrees een tempel zo'n beetje op de plaats waar nu de Notre Dame kathedraal staat.

Links: reconstructie van het forum. Op de voorgrond een basiliek. Langs de binnenplaats lagen winkelgalerijen. Op de binnenplaats stond een grote tempel.

Onder Romeins gezag werd Lutetia geromaniseerd en groeide het uit tot een kleine stad, met een geschatte bevolking van 8.000 inwoners. De stad was echter van geen politieke betekenis: Galllia Lugdunensis, waarin Lutetia lag, had Lugdunum als hoofdstad. Toen die provincie gesplitst werd, kwam Lutetia in Lugdunensis Senona terecht, maar werd Agedincum (het huidige Sens, Yonne) de hoofdstad.

In 212 kreeg de stad haar huidige naam, Parijs, dat afgeleid was van de Gallische stam, de Parisii, die in het gebied woonde. De naam werd al eeuwen gebruikt als adjectief (Lutetia Parisiorum). Rond diezelfde tijd werd de Romeinse stad op de linkeroever van de Seine steeds meer verlaten en concentreerde de bevolking zich op het eiland, dat nieuwe versterkingen kreeg.

In de 3e eeuw werd de stad gekerstend, toen Dionysius door paus Fabianus naar het toenmalige Lutetia gezonden werd en de eerste bisschop werd. Hij bouwde de eerste (houten) kerk op het eiland waarop nu de Notre Dame ligt. Hij stootte er echter op de christenvervolgingen en werd in 261 door de Romeinse autoriteiten samen met twee metgezellen Eleutherius en Rusticus  in een gloeiende oven geworpen, maar wonder boven wonder bleven zij ongedeerd. Vervolgens werden zij onthoofd op de Mons Mercurius. De heuvel werd in Mons Martyrum herdoopt (de heuvel van de martelaars), het huidige Montmartre. Na zijn onthoofding zou St.Denis, omdat hij het niet eens was met de plaats waar hij de martelaarsdood vond, zijn hoofd hebben opgeraapt, weg gelopen zijn naar een dorpje ten noorden van Parijs en daar gestorven zijn. Of dit allemaal echt gebeurd is valt te betwijfelen, maar dat St.Denis een markant figuur was moge duidelijk zijn. Sindsdien werd als heilige Saint Denis oftewel Sint Dionysius vereerd.

Boven Saint Denis, beeld aan de Notre Dame van Parijs

In 285 werd de stad tijdens het bewind van caesar (onderkeizer) Maximianus (later augustus v.h. westen (285-293) aangevallen door opstandige boeren  (Bagaudes) en in de brand gestoken. De stad werd door de Romeinen herbouwd op het Seine-eiland, omdat dit veel gemakkelijker was te verdedigen dan het Quartier Latin. Waar nu het Pais de Justice staat, werd het paleis van de stadhouder gebouwd. Op de plaats waar thans de Notre dame staat, kwam een Romeinse tempel, gewijd aan de god Jupiter.

Honderd jaar later was het christendom een geaccepteerd verschijnsel, vooral door het toedoen van keizer Constantijn (313 - 337). De gouverneur van Gallië in 357 was Julianus (een neef van Constantijn en vanaf 361 keizer van het Romeinse rijk). Hij was een zeer belezen man. Hij bleef de stad Lutetia noemen ondanks het feit dat de stad op papier sinds 212 Civitas Parisiorum heette naar de oorspronkelijke bewoners. 

Maar eerst dreigde er ander gevaar vanuit het oosten: Attila de Hun (445 -). In 451 trok hij aan het hoofd van zijn Hunnenleger de Rijn over, gevolgd door talrijke onderworpen volksgroepen - een haf miljoen man, vertelt de overlevering en zwermden al plunderend en brandstichtend uit over Gallië.

Attila koerste recht op Parijs af. De bevolking van de stad was in paniek en wilde vluchten, ook de Romeinse bureaucratie was reeds naar het zuiden verplaatst. Een jonge vrouw genaamd Genevieve had de komst van de Hunnen reeds voorspeld en riep de bevolking van Parijs op om met z'n allen te bidden dat Atilla niet naar hun stad zou komen. Hier geschiedde het volgende wonder want Atilla kwam werkelijk niet. Genevieve werd later een heilige en stadspatroon, maar was tijdens haar leven al erg bezig met het christendom en de kerk. 

Attila werd nog hetzelfde jaar door een verenigd leger van Romeinse, Frankische, Saksische, Bourgondiërs, Galliërs, Visigotische en Ostrogotische soldaten onder aanvoering van de Romeinse generaal Aetius, bij Châlons op de Catalaunische Velden (± 200 km bezuiden Parijs) verslagen.  

In de tweede helft van de 5e eeuw breidde de Frankische koning Childerik zijn machtsgebied uit tot de Somme en onderwierp hij een groot deel van Noord-Gallië. In 464 nam hij ook bezit van Parijs en gaf hij Genevieve toestemming een kerk voor St.Denis te bouwen.

Parijs (500 - 1200)

Gemaakt: 28-01-06; laatst bijgewerkt: 22-05-07

Colofon

links: Genvieve