4408

Nederland (1848-1860)

Nederland (1840-1847) ; industrie en nijverheid (1850-1900); Nederland-Indië



Na de handelscrisis van de jaren 1855-1960, ging het gelukkig weer iets beter. In Noord-Amerika kwam er in 1865 een eind  aan de Amerikaanse Burgeroorlog. Nadat de relaties met de Verenigde Staten waren hersteld, kwam de handel met Noord-Amerika weer op gang. Er verschenen enkele nieuwe dagbladen. 

De Rotterdamse reder Willem Ruys bracht in 1847 het eerste ijzeren zeilschip voor de grote vaart te water. 

rechts: Koning Willem ll

Een nieuwe Grondwet
In 1848 werd Jan R. Thorbecke voorzitter van de door koning Willem II ingestelde commissie tot herziening van de Grondwet. Een ontwerp hiertoe werd in 1848 aangenomen en afgekondigd. Een paar van de belangrijkste punten zijn;
De Eerste Kamer werd voortaan gekozen door Provinciale Staten. Alle vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen werden openbaar en invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid (De koning is onschendbaar, maar de ministers zijn verantwoordelijk voor zijn handelen en uitspraken). Invoering van de vrijheid van vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, onderwijs en drukpers, vrijheid van vereniging en vergadering.
In 1848 werd met begonnen de drooglegging van het Haarlemmermeer. Het werd de grootste drooglegging van die eeuw en er werd zo'n 18.000 Ha landbouwgrond gewonnen. Op 1 juli 1852 werd in de Staatscourant vermeld 'Het meer is droog'.
In 1848 overleed prins Alexander (Willem Alexander Frederik Constantijn Nicolaas Michiel), de tweede zoon van Willem ll en Anna Polowna. Prins Alexander, bijgenaamd Sasja, was de gold als lievelingszoon van zijn ouders, daar zij hem stabieler en volgzamer achtten dan zijn oudere broer Willem (III). Hij was een uitstekend ruiter en diende tot zijn dood als luitenant-generaal en inspecteur der cavalerie. Als tuberculose-lijder bezocht hij in november 1847 Madeira, waar het klimaat een heilzame uitwerking op zijn kwaal zou hebben. Hij stierf daar echter op 20 februari 1848, 29 jaar oud, hetgeen voor zijn ouders een zware slag was.
Toen zijn broer net gehuwd was (zo rond 1840) werd er gespeculeerd dat Alexander zou huwen met koningin Isabella II van Spanje. Maar omdat Isabella katholiek was, zag vader Willem II de voordelen van het huwelijk niet, en werd het plan verworpen. Ook is er enige tijd sprake van geweest dat Alexander de latere Engelse koningin Victoria zou huwen. Hij bleef echter ongetrouwd.
Koning Willem II stierf op 17 maart 1849 in Tilburg, waar hij zich wilde vestigen in zijn nieuwe paleis. In Tilburg aangekomen werd Willem II ernstig ziek en overleed enkele dagen later, op 17 maart 1849 in het Oude Paleis. Zijn zoon Prins Willem van Oranje-Nassau Willem II overleed in 1849 en werd opgevolgd door zijn zoon koning ( Willem III) verbleef op het moment van het overlijden van zijn vader in Engeland. Het duurde drie dagen voordat hij de oversteek nam om het koningsschap op zich te nemen en de net nieuwe grondwet te aanvaarden. Doordat het 3 dagen duurde voordat hij overkwam ging het gerucht dat hij het koningsschap niet zou zien hebben zitten.
Links: het nieuwe koninklijke paleis in Tilburg, ontworpen in de toen zeer in trek neo-gotische stijl, waarbij de bouwtrant van Britse kastelen werd nagevolgd. In 1847 werd begonnen met de bouw. In 1849 kwam het gereed, kort voor het overlijden van Willem ll. 
Het paleis bleef jaren leeg staan, totdat het in 1864 door de erfgenamen van Willem II aan de gemeente Tilburg werd geschonken onder voorwaarde dat het gebouw bestemd zou worden tot Rijks Hogere Burgerschool, die de naam Koning Willem II zou moeten krijgen. Van 1866 tot 1934 is er ook inderdaad de Rijks HBS Koning Willem II in gevestigd.

Van 1849 tot 1853, 1862 tot 1866 en van 1871 tot 1872 leidde Jan R. Thorbecke eigen kabinetten. Gedurende deze perioden kwamen belangrijke wetten tot stand, zoals de Provinciale Wet, Gemeentewet, Kieswet, Postwet, Telegraafwet, Enquêtewetten, Onteigeningswetten, Jacht- en visserijwettten, Belastingwetten, Scheepvaartwetten, de wet tot afschaffing van de slavernij in West-Indië, de wet op het middelbaar onderwijs, wetten op het graven van het Noordzee Kanaal en de Nieuwe Waterweg.

De uit 1651 daterende 'Akte van Navigatie' werd door de Engelsen afgeschaft. Het was een begin van vrijhandel. Nederland volgde in het jaar erop met een soortgelijke vrijmaking van de internationale handel. Engeland bleek een goede afnemer te zijn van Nederlands boter, kaas en vlees.

Onder leiding van Jan R. Thorbecke werd in 1850 de Postwet aangenomen, hierdoor kreeg de staat het alleenrecht op postverzending. In 1851 werd de Gemeentewet en Onteigeningswet van Jan R. Thorbecke werden ingevoerd. Doordat er flink werd gewerkt aan de spoorlijnen van ons land was het nodig dat er een Onteigeningswet kwam. Veel grondbezitters werkten tegen de komst van de trein, wat natuurlijk veel tijd ging kosten met de aanleg ervan. De Onteigeningswet maakte hier een einde aan.
In 1852 werden de eerste postzegels ingevoerd.
In 1853 kwam het tot een aanvaring tussen koning Willem III en de minister door de zogenaamde Aprilbeweging. Na de invoering van de grondwet in 1848 was de achterstelling van de Katholieke Kerk t.o.v. de Hervormde gemeenschap, ongedaan gemaakt. De Paus mocht na een akkoord met de regering de Kerkprovincie in Nederland herstellen. De benoeming van een Aartsbisschop in de stad Utrecht leidde tot felle protesten. Er ging een manifest uit die terugkwam met duizenden handtekeningen die aangeboden werd aan de koning. Nadat Willem ll zich hierna zeer kritisch uitliet over de ministers, bood Thorbecke de koning het ontslag van zijn kabinet aan. Hoewel de Tweede Kamer achter Thorbecke stond, willigde Koning Willem III het ontslag in en benoemde hij de conservatieve liberaal Van Hall als nieuwe premier. Bij de verkiezingen verloor Thorbecke gigantisch, zijn kamerzetel kwam in gevaar doordat de verkiezingscampagne van de conservatieven werd gevoerd onder de leus 'voor of tegen Oranje'.

In 1853 telde ons land slechts 392 stoommachines, een achterstand in vergelijking met andere landen.
Op 29 juni 1854 werden lijfstraffen afgeschaft, maar doodstraf door ophanging bleef in het wetboek van strafrecht.
In 1855 werd de spoorlijn Amsterdam-Utrecht in gebruik genomen en een jaar later werd de spoorlijn Arnhem-Oberhausen gerealiseerd.

Nederland (1860-1869)

Gemaakt 06-04-04; laatst gewijzigd: 29-12-05