9284

Polen - Litouwen (1697 - 1794)

 Polen - Litouwen (1600 - 1697)

August ll (Frederik August van Saksen), Koning van Polen (1697 - 1704), Keurvorst van Saksen (1694 - 1733), Grootvorst van Litouwen (1697 - 1706)

De geloofsijver van Friedrich August ll (der Starke), de keurvorst van Saksen, die na zijn overgang tot het Rooms-Katholieke geloof in 1697 door de Poolse Landdag tot koning was gekozen bracht hem, met Rusland als bondgenoot. in oorlog met Zweden. Rusland was nog steeds op zoek naar de controle over de Baltische kust.  Maar Zweden won en August moest in Polen als koning aftreden. Frankrijk en de machtige familie Potockien brachten vervolgens Stanislaw I Leszczynski, de schoonvader van Lodewijk XV) aan de macht.

Links: Friedrich August ll

Stanislaw I Leszczynski (1704 - 1709)

Stanislaw Leszcynski stamde uit een oude Poolse, adellijke familie. Hij was talentvol, sprak diverse talen, was bereisd en geďnteresseerd in kunst en wetenschap. Hij was in 1698 getrouwd met Katharina Opalinska. 

Nadat August ll in zijn overmoed samen met zijn bondgenoot Peter de Grote van Rusland een oorlog tegen Zweden had ontketend (Grote Noordse Oorlog (1700 - 1721), om de Baltische provincies van het Zweedse rijk te kunnen veroveren, begon het echt mis te gaan met Polen. Het land werd door de troepen van de Zweedse koning Karel XII volkomen onder de voet gelopen. Maar de oorlog verliep voor de Zweedse koning niet gunstig. De kansen keerden toen de Zweden in 1709 bij Poltawa in Noordoost Oekraďne een nederlaag leden tegen de Russische tsaar. Stanislaus Leszcynski vertrok naar Stockholm en August ll kon weer plaatsnemen op zijn troon. Vanaf dat moment was hij echter feitelijk een vazal geworden van de Russische tsaar. Hij regeerde tot aan zijn dood in 1733

Rechts: Stanislaw Leszcynski 

 

Na de dood van August II in 1732 was de Poolse Sejm verdeeld over de vraag wie hem moest opvolgen. De buitenlandse mogendheden gingen zich in deze kwestie mengen. De Franse kandidaat was Stanislaus Leszczynski. Deze had in 1714 het vorstendom Zweibrücken in de Palts verkregen en had zich na de dood van koning Karel XII van Zweden in Wissembourg in de Elzas gevestigd. Filips van Orléans gaf hem toestemming zich in Frankrijk te vestigen en bezorgde hem een uitkering. Stanislaus, die niets te verliezen had, spoedde zich na de dood van August ll naar Warschau en werd in 1733 voor de tweede keer gekozen als koning van Polen.

In 1710 werd in de oude hoofdstad Meissen ontdekt, men zegt afgekeken van de Chinezen, hoe porselein moest worden gemaakt. De Saksen waren de eerste in Europa, de Engelsman Wedgwood heeft het later weer van de Saksen geleerd.

Stanislaus Leszczynski (1733 - 1736)

Stanislaus Leszczynski kreeg weinig steun van Frankrijk. Hoe hij ook zijn best deed zijn dochter Maria Leszczyńska, die getrouwd was met Lodewijk XV,  te overreden haar invloed aan te wenden, Frederik August van Saksen, de zoon van de overleden koning en Christiane Eberhardine van Brandenburg-Bayreuth, had de sterkste troeven in handen. Rusland, dat steeds de overleden koning August de Sterke had gesteund, was op de hand van August III, en Zweden, dat Stanislaus eerder op de troon had geholpen, was tot een tweederangs mogendheid gedegradeerd. Dit resulteerde in de Poolse Successieoorlog (1733 - 1738). 

Een Russisch leger trok in 1735 de grens over en een slecht bezochte Poolse Landdag bewerkstelligde de verkiezing van August III. Stanislaus vluchtte naar Danzig en kan vandaar vermomd in vrouwenkleren per schip uit het belegerde Danzig ontsnappen. Na een langdurig beleg moest de stad Danzig zich aan de Russen overgeven. Stanislaus reisde daarna naar Koningsbergen en sloot vriendschap met de Pruisische troonopvolger, Frederik de Grote, die aasde op Silezië.

Omdat Polen veel te ver van de Franse machtssfeer af lag, hadden de Fransen geen mogelijkheid Stanislaus Leszczynski daadwerkelijke steun te bieden. De Franse eerste minister Kardinaal de Fleury besloot zich daarom te beperken tot een aantasting van de Oostenrijkse machtspositie in West-Europa. Om de Engelsen niet te provoceren aan de oorlog deel te nemen, zag hij af van een aanval op de Oostenrijkse Nederlanden (België) maar beraamde ondertussen een ander plan om in het bezit van Lotharingen en de Oostenrijkse bezittingen in Zuid-Italië te komen. Bij het huwelijk van hertog Frans lll van Lotharingen met de Oostenrijkse troonopvolgster Maria Theresia werd afgesproken dat Frans zijn hertogdom Lotharingen zou ruilen tegen het hertogdom Toscane, waar in 1737 Gian Gastone de' Medici de laatste vorst uit het geslacht der Medicis was gestorven. 

Bij de Vrede van Wenen sloten de verschillende partijen een min of meer bevredigende regeling . Lodewijk XV accepteerde August lll als de nieuwe koning van Polen en Litouwen en dat zijn schoonvader geen aanspraak meer zou maken op de Poolse troon.. Als troost mocht deze de titel koning blijven voeren en voor de rest van zijn leven het bestuur kreeg over de hertogdommen Lotharingen en Bar, met de bepaling dat het gebied na zijn dood aan Frankrijk zou toevallen. Doordat Leszczynski zo oud werd, zou het tot 1766 duren voordat Frankrijk dit begeerde gebied eindelijk kon annexeren. (z. verder Lotharingen)

Don Carlos, de zoon van koning Filips V van Spanje, een familielid van de Franse koning, mocht voortaan op het op de Oostenrijkers veroverde Koninkrijk Napels en Sicilië regeren, in ruil waarvoor hij alleen het kleine hertogdom Parma, dat hij van zijn moeder had geërfd, aan Oostenrijk moest afstaan.

August lll Koning van Polen (1733 - 1763), Keurvorst van Saksen (1733 - 1763), Grootvorst van Litouwen (1733 - 1763)

August III was een decadente levensgenieter, die zich niet om de politiek bekommerde en niets ondernam tegen het verval van de Adelsrepubliek, die volledig een Russische vazalstaat was geworden. 

Frederik August was zeer geďnteresseerd in muziek, vooral in opera, maar ook in schilderkunst. In 1717 reisde hij naar Venetië en haalde de componist Antonio Lotti naar Dresden. Frederik August trouwde op met Maria Josepha van Oostenrijk, dochter van keizer Joseph I. Het huwelijk met een Habsburgse was al lang geregeld en bood misschien perspectieven op een keizerlijke troon.  Maar dat vooruitzicht veranderde toen Maria Theresia werd geboren). Maria Josepha werd op een Venetiaanse gondel aan de Elbe binnengehaald. De feestelijkheden duurden tot in september voort. Er werden meerdere opera's opgevoerd; er waren bals en jachtpartijen.

Stanislaw Poniatowski,

In 1763 leidde Russische druk ertoe dat de Sejm de Poolse edelman Stanislaw Poniatowski, een gewezen minnaar van tsarina Catharina de Grote, tot koning benoemde. Onder zijn regering begon zich in Polen een hervormingspartij te ontwikkelen, die zijn aanhang had onder de burgerij en lagere adel. Deze wilden in Polen diepgaande hervormingen doorvoeren, want zij zagen in dat hun land in de huidige situatie geen kans maakte om als onafhankelijke staat te kunnen blijven voortbestaan.

Koning Stanislaw ziet de noodzaak van hervormingen wel in. maar is bang om bij keizerin Catharina, die hem op de troon heeft gezet, in ongenade te vallen; hij laveert voortdurend tussen de hervormingsgezinden en de reactionaire meerderheid van de grote magnaten, die gesteund worden door de tsarina. Deze laatste profileerde zich zelf - heel hypocriet - als de garant van de "Gouden Vrijheid" (zlota wolnosc) van de Poolse adel! Haar bedoeling was natuurlijk om Polen zwak te houden, zodat het voor altijd een Russische vazalstaat zou blijven. Intussen ontplooit koning Stanislaw een grote bouwactiviteit in Warschau, waar hij het Koningsslot (Zamek królewski) nog prachtiger laat ombouwen en het paleizenpark van Lazienki laat aanleggen. Onder zijn regering wordt Warschau getransformeerd tot een echte Europese hoofdstad, welks bevolking tussen 1760 en 1790 groeit van ca. 30.000 tot meer dan 100.000.

Een eerste hervormingspoging wordt door de tsarina ruw afgestraft. Als Polen geen gewillige vazalstaat wil blijven, zou het door Rusland en de twee andere machtige buurstaten ook kunnen worden opgedeeld. Bij de Eerste Poolse deling van 1772 worden grote gebieden van het Gemenebest geannexeerd door Rusland, Oostenrijk en Pruisen.
Door de frequente toepassing van het "liberum veto" is het Poolse adelsparlement volkomen verlamd geraakt. Veel parlementsleden komen er openlijk voor uit dat zij behoren tot de "Rusische", de "Pruisische" of de "Oostenrijkse" partij! Als reactie op de pat-situatie in het parlement vormen de twee voornaamste stromingen elk hun eigen "confederatie": de Confederatie van Bar van de hervormingsgezinden en de Confederatie van Targowica van hun conservatieve tegenstanders. Het was een situatie die het land aan de rand van een burgeroorlog bracht.

In 1791 keuren de hervormingsgezinde parlementariërs van de Confederatie van Bar de Grondwet van 3 mei 1791 goed, de meest liberale grondwet die Europa tot op dat moment had gekend. De grondwet is in sterke mate geďnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Het principe van de "liberum veto" wordt afgeschaft; er wordt een erfelijke, maar constitutionele monarchie ingevoerd; ook wordt de rechtspositie van de horige boeren sterk verbeterd. Aanvankelijk stemt koning Stanislaw in met deze grondwet.
Hij raakt echter weer aan het twijfelen, wanneer hij ziet dat de Confederatie van Targowica deze grondwet als een oorlogsverklaring beschouwt. De reactionaire partij krijgt steun van Rusland en Pruisen, die zich elk fors laten betalen voor hun "hulp" bij de verdediging van de "Gouden Vrijheid": bij de Tweede Poolse deling van 1793 moet Polen nogmaals grote gebieden afstaan, zodat er nog maar een rompstaat overblijft.
In wanhoop komen de Poolse patriotten nu in opstand, onder leiding van Tadeusz Kosciuszko. Met een leger dat voor een belangrijk deel uit met zeisen bewapende boeren bestond bracht hij de Russen enkele nederlagen toe in de Slag bij Raclawice en nabij Warschau. Uiteindelijk moest hij echter capituleren tegen de Russische overmacht.
Na de nederlaag van Kosciuszko besloten Rusland, Pruisen en Oostenrijk om de Poolse staat volledig af te schaffen. De laatste resten van de staat werden in 1795 tussen de drie grote mogendheden verdeeld. Derde Poolse deling).

 

 

Bij een zwaar conflict in 1717 tussen het parlement en de koning, riep deze laatste de bemiddeling van Rusland in.  Deze onmiddellijk geleverde 'bemiddeling' leidde feitelijk tot het verlies van een behoorlijk stuk autonomie. 

Tijdens de grote Noordelijke Oorlog (1700-1721) verdreef Peter de Grote de Zweden uit de noordelijke Baltische streken en gaf hij Rusland toegang tot de Baltische zee. 

Na zijn dood in 1725 volgde er een successieoorlog (tweede Poolse successieoorlog) tussen de door Rusland gesteunde August II en de Poolse tegenkandidaat Stanisław Leszczyński. Polen geraakte ondertussen steeds verder in een crisis en de roep om hervormingsplannen werd steeds groter.
Die roep werd beantwoord door de familie Czartoryski, die uiteindelijk ook de macht overnam. 

In 1732 sloten Rusland, Pruisen en Oostenrijk een geheime overeenkomst om Polen onbestuurbaar te maken: de 'alliantie van de drie zwarte adelaars'. In 1733 stierf August II. Hij werd nogmaals opgevolgd door Stanislaw I Leszczynski  (1733-1736). Maar Rusland greep militair in en liet de verkiezingen herdoen. Zij wensten en verkregen Friedrich August III, de zoon van Friedrich August ll, die in 1733 was gestorven, op de troon (1736). De Saksische heerschappij was een nationale ramp en bracht het land op de rand van de anarchie.

Rechts: August lll koning van Polen, (1734 - 1763), geschilderd door Louis de Silvestre (1675 - 1760), hofschilder van August lll te Dresden.

In 1763 werd na de dood van August lll, door de familie Potockien een beroep gedaan op Catherina de Grote van Rusland (1762-1796 om een neef van de familie op de troon te zetten. Dit lukte, maar Stanisław August Poniatowski zou wel de laatste Poolse koning worden. Als verkozen koning regeerde hij over een land met een machteloos parlement.  Volgens sommigen was hij, als ex-minnaar van Catharina II, net zoals zijn Saksische voorgangers, enkel een marionet in handen van de Russische tsarina.  Hij doorzag echter de gevaarlijke situatie waarin het land zich bevond en ijvertdevoor een erfelijke monarchie en de afschaffing van het vetorecht.  Enkel een sterk centraal gezag kon volgens hem weerstand bieden aan de opdringerige buurlanden. Het lukte hem nog wel om enkele ingrijpende hervormingen door te voeren. Hij wist het leger te versterken en het Liberum Veto werd afgeschaft waardoor buitenlanders en magnaten hun greep op de politieke toestand in Polen kwijtraakten. Dit viel niet in goede aarde bij met name de Pruisen en de Russen, die afdwongen dat alle privileges voor de adel, de Landdag, de vrije koningskeuze en het Liberum Veto in ere werden hersteld.

Ze werden daarbij geholpen door een aantal Poolse edelen die een verbond sloten, de “Confederatie van Bar”. Hierop brak er een heuse burgeroorlog uit (1768) die echter niet kon voorkomen dat Polen in 1772 letterlijk verdeeld werd door de Pruisische koning Frederik de Grote, de Russische keizerin Catharina de Grote en Maria Theresia van Oostenrijk. (eerste Poolse deling)

Rusland nam de oostelijke grensprovincies ten westen van Smolensk en ten noorden van Kiew.  Oostenrijk bezette Galicie en Pruisen het gebied tussen Gniezno en de noordkust.  De twee delen van het Pruisisiche rijk werden daardoor met elkaar verbonden.  Enige zinnige Poolse reactie daarop blijkt onmogelijk. Integendeel, de sejm wordt in 1773 gedwongen deze grenswijzigingen te legaliseren.

In het wakkergeschudde land, werd in 1773 een Kommissie voor Nationale Opvoeding opgericht, vele scholen gebouwd en het onderwijs in alle opzichten bevorderd. In 1789 hervormde de sejm zich tot een constitutionele vergadering, die twee jaar later (3 mei 1791) een grondwet afleverde (vier maanden vóór de Franse).  Er werd een constitutionele monarchie ingevoerd,  het liberum veto werd afgeschaft ten voordele van een meerderheidsregel, en ook de stadsbewoners kregen een vertegenwoordiging in de sejm.

Onder invloed van de Verlichting en een opkomend nationalistisch gevoel werd er op 3 mei 1791 een nieuwe grondwet aangenomen die voor die tijd zeer modern was. Onder invloed van de Franse Revolutie werd er een constitutionele monarchie gevestigd die echter door een aantal magnaten niet geaccepteerd werd en een door de Russen gesteunde “Confederatie van Targowica” gesloten werd (1792). Hervormingsgezinde Polen kwamen in datzelfde jaar in opstand die echter in 1793 neergeslagen werd door Rusland en samen met Pruisen werd Polen nog verder verdeeld tussen de drie grote mogendheden van dat moment. Op 27 november 1795 werd Stanisław August gedwongen om af te treden en was er van een Poolse staat eigenlijk geen sprake meer.

In 1792 stichtten enkele magnaten (Branicki, Potocki en Rzewuski), tegenstanders van de nieuwe grondwet,  de Confederatie van Targowica, en riepen de 'hulp' in van Rusland. Rusland nam heel Oost-Polen (de gebieden rond Minsk en ten westen van Kiew).  Het verzet onder leiding van Josef Poniatowski (neef van de koning) en Tadeusz Kosciuszko (veteraan van de Amerikaanse Onafhankelijksoorlog) had geen kans, zeker niet toen iets later Pruisen de gebieden rond Poznan, Gniezno en Gdansk annexeerde. 

In 1793 werd deze tweede deling in een verdrag tussen Pruisen en Rusland bezegeld.  In Grodno moest de laatste parlementaire vergadering van het koninkrijk, nogmaals noodgedwongen, de nieuwe stand van zaken legaliseren. Polen-Litouwen was nog steeds machteloos, maar overal ontstond intellectueel en militair verzet.  Tadeusz Kosciuszko, proclameerde op 24 maart 1794 op de grote markt in Kraków de algemene opstand. In datzelfde jaar schafte hij de lijfeigenschap af. De opstand van Kosciuszko kwam echter te laat. Zijn heldhaftig, maar tweedehandse leger hield het slechts een half jaar vol.  De opstand werd gruwelijk neergeslagen en het restant van het land werd volledig verdeeld.  De Pruisische grens verschoof naar het oosten tot voorbij Warszawa. Vilnius en alles ten noorden en ten zuiden ervan ging naar Rusland. Oostenrijk nam de gebieden rond Kraków en Lublin.  Kraków zelf bleef vrijstad tot in 1846. De koning werd tot aftreden gedwongen en naar St Petersburg gebracht, waar hij drie jaar later stierf. 

Polen Litouwen (1794 - 1871)

Gemaakt 23-02-04

colofon