|
In de 17de eeuw raakt Polen verwikkeld in een reeks oorlogen met Zweden, Turken en Russen, en kon slechts stand houden dank zij grote miltaire ervaring en bekwame generaals: Jan Karol Chodkiewicz, Jan Zamoyski, Stanislaw Koniecpolski and Stanislaw Zolkiewski met overwinningen in Salaspils of Kircholm (1605), Kluszyn (1610), Chocim (1612). In 1629 moet Polen-Litouwen zijn gebieden rond Riga (het huidige Letland en zuidelijk Estland) aan Zweden afstaan. Tijdens één van de oorlogen met de Zweden, dringen deze door tot Czestochowa in centraal Polen. Volgens de legende keren daar de krijgskansen door een mirakuleuze tussenkomst van de 'Zwarte Madonna', een icoon die bewaard wordt in het plaatselijke klooster. Sedertdien is Czestochowa een beroemd bedevaartsoord.
Sigismund Vasa lll (1586-1632)

In 1586 benoemde de Sejm, het Pools-Litouwse adelsparlement, Sigismund Vasa (1586-1632) tot koning, een prins uit het Zweedse geslacht Vasa, die van moederszijde een kleinzoon is van Sigismund de Oude. Sigismund Vasa maakt ook aanspraken op de Zweedse troon, waarop hij zich echter maar enkele jaren kan handhaven, omdat het parlement en volk van Zweden geen fanatieke katholiek op de troon wensen. De aanspraken op de Zweedse troon van Sigismund III en zijn zoon Ladislaus IV Vasa (1632-1648) veroorzaken echter wel complicaties in de verhouding met Zweden, die tot enkele oorlogen zullen leiden.
Tussen 1605 en 1612 intervenieert het dan nog oppermachtige Polen in de interne aangelegenheden van Rusland, dat dan zijn Tijd der Troebelen doormaakt. Eerst ondersteunt Sigismund Vasa de Eerste Valse Dimitri en vervolgens de Tweede Valse Dimitri, om tenslotte de Russische troon op te eisen voor kroonprins Ladislaus Vasa, die door een factie onder de Russische bojaren wordt ondersteund. Een Pools leger bezet in 1610 zelfs Moscou. Het idee van een katholieke koning wekt evenwel onder de orthodoxe bevolking van Rusland een heftige nationalistische reactie op. In 1612 wordt het Poolse garnizoen in Moscou tot capitulatie gedwongen. Aan het eind van de oorlog mag Polen-Litouwen wel het gebied van Smolensk behouden, dat vroeger al tot het Grootvorstendom Litouwen had behoord, maar ongeveer een eeuw tevoren aan de Moscovieten verloren was gegaan.
Een belangrijke verandering onder Sigismund III is dat de hoofdstad wordt verplaatst van Krakau naar Warschau. Allereerst verhuisde, na de Unie van Lublin van 1569 de Sejm naar Warschau, dat dichter bij Litouwen was gelegen. Vervolgens bouwt de koning het slot van Warschau om tot een waardige koninklijke residentie en verhuist ook het Hof naar Warschau. Een reden hiervoor is dat Warschau dichter bij Zwden gelegen is, het land dat het eigenlijke cenrum van belangstelling van de koning vormde. De verhuizing van de hoofdstad is omstreeks 1600 voltooid.
Het Pools-Litouwse Gemenebest werd buitengewoon verzwakt door de opstand van Oekraïense kozakken onder leiding van Bohdan Chmelnitski (1648-1656), welke in 1655 gevolgd wordt door een Russische en een Zweedse invasie. Aan de rand van de afgrond weet het land zich echter nog te herstellen. De verwoestingen zijn echter geweldig geweest. De bevolking van het Gemenebest (vóór de crisis ca. 12 miljoen) is met zeker 20% gedaald door oorlogsgeweld, hongersnoden en epidemieën. De bevolkingsteruggang van vele steden is verbijsterend: de bevolking van Krakau daalde van 28.000 tot 10.000, die van Poznan van 20.000 tot 2.000! Na deze crisis is het helaas gedaan met de tolerantie van de 16e eeuw. Rooms-katholicisme wordt voortaan gezien als een wezenskenmerk van de echte Pool, terwijl protestantisme gaat worden vereenzelvigd met de Zweedse vijand en orthodoxie met de Moskovische vijand (die de opstand van de Oekraïense kozakken ten eigen bate had ondersteund).
In 1656 profiteert de keurvorst van Brandenburg, die ook heerser over Oost-Pruisen is, van de zwakte van Polen om de leenhorigheid aan de Poolse koning op te zeggen.
In vredesverdragen met Rusland moet het Pools-Litouwse Gemenebest in 1665 bovendien afstand doen van het land rondom Smolensk, het oostelijk deel van Oekraïne en de stad Kiëv.
In 1683 beleeft de Poolse Adelsrepubliek zijn laatste moment van glorie, wanneer de Poolse koning Jan III Sobieski aan het hoofd van een Duits-Pools leger de door de Ottomaanse Turken belegerde stad Wenen ontzet.
Nadat Augustus de Sterke, koning van Polen en en keurvorst van Saksen (1697-1733), in zijn overmoed samen met zijn bondgenoot Peter I van Rusland een oorlog tegen Zweden had ontketend, om de Baltische provincies van het Zweedse rijk te kunnen veroveren (1700), begint het echt mis te gaan met Polen (zie Grote Noordse Oorlog). Het land wordt aanvankelijk door de troepen van de Zweedse koning Karel XII volkomen onder de voet gelopen. Alleen diens nederlaag tegen tsaar Peter bij Poltawa (N.O. Oekraïne, 1709), stelt Augustus in staat om op zijn troon terug te keren. Maar vanaf dat moment is hij in feite een vazal geworden van de Russische tsaar.
Augustus III de Saks (1733-1763), de zoon van Augustus de Sterke, is een decadente levensgenieter, die zich niet om de politiek bekommert en niets onderneemt tegen het verval van de Adelsrepubliek, die volledig een Russische vazalstaat is geworden.
In 1763 leidt Russische druk ertoe dat de Sejm de Poolse edelman Stanislaw Poniatowski, een gewezen minnaar van tsarina Catharina de Grote, tot koning benoemt. Onder zijn regering begint zich in Polen een hervormingspartij te ontwikkelen, die zijn aanhang heeft onder de burgerij en lagere adel. Deze willen in Polen diepgaande hervormingen doorvoeren, want zij zien in dat hun land in de huidige situatie geen kans maakt om als onafhankelijke staat te kunnen blijven voortbestaan. Koning Stanislaw ziet de noodzaak van hervormingen wel in. maar is bang om bij keizerin Catharina, die hem op de troon heeft gezet, in ongenade te vallen; hij laveert voortdurend tussen de hervormingsgezinden en de reactionaire meerderheid van de grote magnaten, die gesteund worden door de tsarina. Deze laatste profileerde zich zelf - heel hypocriet - als de garant van de "Gouden Vrijheid" (zlota wolnosc) van de Poolse adel! Haar bedoeling was natuurlijk om Polen zwak te houden, zodat het voor altijd een Russische vazalstaat zou blijven. Intussen ontplooit koning Stanislaw een grote bouwactiviteit in Warschau, waar hij het Koningsslot (Zamek królewski) nog prachtiger laat ombouwen en het paleizenpark van Lazienki laat aanleggen. Onder zijn regering wordt Warschau getransformeerd tot een echte Europese hoofdstad, welks bevolking tussen 1760 en 1790 groeit van ca. 30.000 tot meer dan 100.000.
Een eerste hervormingspoging wordt door de tsarina ruw afgestraft. Als Polen geen gewillige vazalstaat wil blijven, zou het door Rusland en de twee andere machtige buurstaten ook kunnen worden opgedeeld. Bij de Eerste Poolse deling van 1772 worden grote gebieden van het Gemenebest geannexeerd door Rusland, Oostenrijk en Pruisen.
Door de frequente toepassing van het "liberum veto" is het Poolse adelsparlement volkomen verlamd geraakt. Veel parlementsleden komen er openlijk voor uit dat zij behoren tot de "Rusische", de "Pruisische" of de "Oostenrijkse" partij! Als reactie op de pat-situatie in het parlement vormen de twee voornaamste stromingen elk hun eigen "confederatie": de Confederatie van Bar van de hervormingsgezinden en de Confederatie van Targowica van hun conservatieve tegenstanders. Het was een situatie die het land aan de rand van een burgeroorlog bracht.
In 1791 keuren de hervormingsgezinde parlementariërs van de Confederatie van Bar de Grondwet van 3 mei 1791 goed, de meest liberale grondwet die Europa tot op dat moment had gekend. De grondwet is in sterke mate geïnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Het principe van de "liberum veto" wordt afgeschaft; er wordt een erfelijke, maar constitutionele monarchie ingevoerd; ook wordt de rechtspositie van de horige boeren sterk verbeterd. Aanvankelijk stemt koning Stanislaw in met deze grondwet.
Hij raakt echter weer aan het twijfelen, wanneer hij ziet dat de Confederatie van Targowica deze grondwet als een oorlogsverklaring beschouwt. De reactionaire partij krijgt steun van Rusland en Pruisen, die zich elk fors laten betalen voor hun "hulp" bij de verdediging van de "Gouden Vrijheid": bij de Tweede Poolse deling van 1793 moet Polen nogmaals grote gebieden afstaan, zodat er nog maar een rompstaat overblijft.
In wanhoop komen de Poolse patriotten nu in opstand, onder leiding van Tadeusz Kosciuszko. Met een leger dat voor een belangrijk deel uit met zeisen bewapende boeren bestond bracht hij de Russen enkele nederlagen toe in de Slag bij Raclawice en nabij Warschau. Uiteindelijk moest hij echter capituleren tegen de Russische overmacht.
Na de nederlaag van Kosciuszko besloten Rusland, Pruisen en Oostenrijk om de Poolse staat volledig af te schaffen. De laatste resten van de staat werden in 1795 tussen de drie grote mogendheden verdeeld. Derde Poolse deling).
Intussen was de Contra-Reformatie in heel Europa op gang gekomen en ook in Polen deed men er alles aan om de hervormers dwars te zitten. Men name onder Zygmunt III Wasa leek de Poolse contrareformatie gezegevierd te hebben. In 1592 werd Zygmunt ook koning van Zweden, maar in 1604 werd hij alweer van zijn troon gestoten. In 1605 viel Zweden het Poolse grondgebied aan maar werd verslagen. De relatie met Zweden bleef nadien zeer gespannen en leidde na een periode van vele conflicten zelfs tot de Dertigjarige Oorlog.
In 1609 werd de residentie van Zygmunt III verplaatst van Kraków naar Warschau. In 1632 werd Zygmunt opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw IV Waza (1632-1648), die oorlog voerde tegen de Russen en de Turken. Hij initieerde ook de contrareformatie tegen de veelal protestants geworden adel. De Dertigjarige Oorlog werd afgesloten met de Vrede van Toruń in 1648.
Onder het bewind van Jan II Kazimierz Waza (1648 - 1668) trokken zich echter alweer donkere wolken samen boven Polen. In 1654 volgde er een kozakkenopstand in de Oekraïne en dat betekende het verlies van een groot deel van de Oekraïne aan Rusland. Tegelijkertijd ontstonden er grote financiële problemen als gevolg van de vele oorlogen die er gevoerd waren.
In 1652 wordt voor het eerst het 'liberum veto' gebruikt, eigenlijk misbruikt. Het zo democratische principe, zal snel een machtig wapen blijken te zijn in handen van de vijanden van het land.
Van 1654 tot 1667 woeden er oorlogen met Rusland en Zweden. De Kozakken worden door Russen en Turken tegen Polen opgezet, waardoor een zuid-oostelijk stuk van het land (huidige Ukraine) aan Rusland verloren gaat.
In 1655 haalde Janus Radziwill de Zweden naar Polen vanwege interne problemen. Deze actie pakte echter helemaal verkeerd uit, want door de “Zweedse zondvloed” werd Polen onherstelbaar beschadigd. Grote delen van Polen werden gedwongen afgestaan aan Zweden, Rusland en Pruisen en op economisch gebied zat Polen totaal aan de grond; ontvolking, verwoeste steden, vernielde oogsten en geen enkele handelsactiviteit meer.
|