7421

Polen-Litouwen (1506 - 1586)

Polen - Litouwen (1440-1506)

De 16e eeuw zou de “Gouden eeuw” voor Polen worden en het land was tevens de grootste staat in Europa.

Door de in 16e eeuw optredende bevolkingsgroei in Polen-Litouwen kon het landbouwareaal flink worden uitgebreid. Bovendien was in de 16e eeuw de vraag naar graan in West-Europa sterk toegenomen, waarbij de graanprijzen sterk stegen. Het eerder tamelijk achterlijke en arme Polen werd nu een betrekkelijk rijk land. Deze rijkdom had een grote culturele opbloei tot gevolg.

De Jagiellonen, de dynastie die vanaf de middeleeuwen tot in de 16e eeuw over grote gebieden in Oost-Europa regeerde, hadden het voor het zeggen in Polen zelf, maar ook in Litouwen, Letland, Wit-Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Bohemen en Hongarije. Land- en mijnbouw en handel bloeiden op en belangrijke handelsroutes liepen dwars door Pools grondgebied. Met name de Hanzesteden in het noorden speelden een grote rol in de economische ontwikkeling van Polen. Onder koning Zygmunt I floreerde ook de cultuur, mede door de nauwe connecties met Italië na het huwelijk met een Italiaanse dochter van een Milanese hertog. 

In de tijd van Zygmunt I de Oude en zijn zoon Sigmund II Augustus (1548-1572) kwam in Polen een schitterende barokcultuur tot bloei. In deze periode heerste in Polen bovendien grote religieuze verdraagzaamheid.

Zygmunt (Sigismund) I de Oude Koning van Polen (1506-1548), Grootvorst van Litouwen (1505 - 1548)

Zygmunt (Sigismund) I de Oude 
was de jongste zoon van Casimir IV Andreas en Elisabeth van Habsburg. In 1499 werd hij hertog van Glogau en in 1504 markgraaf van de Lausitz en stadhouder van Silezië. Hij volgde in 1506 zijn broer Alexander op als koning van Polen en grootvorst van Litouwen. In 1512 huwde hij op aandringen van de adel met Barbara Zápolya, een dochter van Stefan Zápolya, een Hongaarse edelman en de Poolse prinses Hedwig van Teschen. Barbara was een jongere zuster van de latere koning van Hongarije János Zápolya (1526 - 1540)
. Zij stierf echter drie jaar later. Hun dochter Hedwig zou in 1535 de tweede echtgenote worden van Joachim II Hector van Brandenburg (1505-1571).

Zygmunt kreeg te kampen met Moskovië en met het Pruisen van de Duitse Orde. Beide verbonden zich met keizer Maximiliaan I tegen Polen, maar Sigismund en zijn broer Vladislav ll, koning van Hongarije en Bohemen, verzoenden zich in 1515 met de keizer. In 1518 huwde hij een nicht van Maximiliaan, Bona Sforza, een dochter van Gian Galeazzo Sforza. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Sigismund August, die in 1530 tot medekoning werd gekroond. Hun dochter Catharina, trouwde met Johan III van Zweden (1568 - 1592).

Sigismund onderwierp in 1521 de Duitse Orde en in 1525 erkende grootmeester Albrecht van Brandenburg, die Pruisen als hertogdom had geseculariseerd, Polen als leenheer. In 1529 verwierf hij Mazovië.

  Zygmunt was weliswaar Rooms-katholiek en de katholieke godsdienst domineerde, maar aan Joden en Protestanten (Lutheranen, Calvinisten en zelfs Unitariërs) werd geen strobreed in de weg gelegd, terwijl de Wit-Russische en Oekraïense bevolking in het oosten zijn orthodoxe geloof mocht blijven belijden. Polen-Litouwen was destijds het meest tolerante land in Europa en toevluchtsoord voor met name vervolgde Joden elders uit Europa met als gevolg dat Polen begin 20e eeuw de grootste concentratie joden telde in Europa. Het was hoofdzakelijk de adel die van de nieuwe welvaart profiteerde, want de horigheid van de boerenbevolking verscherpte in deze periode.

Latere koningen van Polen moesten steeds meer concessies doen aan de Sejm, het adelsparlement, dat tot alle prijs wilde voorkomen dat Polen net zo'n absolute monarchie werd als Frankrijk of Moscovië (Rusland). Door hun - niet van eigenbelang gespeende - vrijheidszin ondermijnden de edellieden langzamerhand de Pools-Litouwse Gemenebest, dat in deze periode ook wel de Pools-Litouwse Adelsrepubliek wordt genoemd. De "Poolse Landdag" is spreekwoordelijk geworden voor een wanordelijke vergadering. De koning kon geen besluiten nemen zonder toestemming van de Sejm, welke op zijn beurt alleen besluiten kon nemen met eenparigheid van stemmen ("liberum veto"). In 1548 matigt de Sejm zich bovendien het recht aan om, na het overlijden van Sigismund II (van wie werd aangenomen dat hij geen wettige zonen zou hebben), de nieuwe koning naar eigen goedkeuren te verkiezen.

De Poolse adel, de szlachta, is de enige klasse die in politiek opzicht meetelt. Ze is zeer talrijk, ongeveer 8% van de totale bevolking, maar een groot deel van hen is tamelijk arm. Een kleine minderheid, de magnaten, is evenwel schatrijk; sommige van hen hebben tienduizenden horige boeren op hun uitgestrekte landerijen. Wel bestaat er onder alle leden van de szlachta een sterk samenhorigheidsgevoel.

Sigmund II Augustus (1548-1572)

Zygmunt l werd opgevolgd door zijn zoon Zygmunt II Augustus. Ondanks drie huwelijken bleef hij kinderloos en dreigde het gevaar dat de personele unie uit elkaar zou vallen.
In deze tijd ontwikkelde zich ten koste van de adel een nieuwe klasse van machtige families, de zogenaamde “magnaten”. Deze families bezaten enorme gebieden, vele dorpen, steden, kastelen en vaak zelfs een groot leger. In feite maakten zij de dienst uit in het toenmalige Polen dat als centraal geleid koninkrijk niet zo veel meer voorstelde.

Sigismund Augustus

Boven: Unie van Lublin, schilderij van Jan Matejko

In 1569 werd door de verzamelde adel de Unie van Lublin gesloten. Hierin werden Polen en Litouwen samengevoegd tot een adelsrepubliek met een gezamenlijk parlement en een gekozen koning. 

De macht van de adel was nu zo groot geworden dar Polen-Litouwen een soort adelsdemocratie werd met een parlement (sejm) en een gekozen koning. Deze staatsvorm wordt rzeczpospolitica genoemd. Het parlement garandeert godsdienstige vrijheid tussen Rooms-katholieken, Protestanten, Orthodoxen, Joden en Moslims. Elk lid van de adel (ca. 12% van de bevolking heeft stemrecht voor het parlement.  Het 'liberum veto' werd ingevoerd: er wordt slechts beslist op basis van algemeenheid van stemmen, één tegenstem volstaat om een voorstel te verwerpen.  Pools wordt de staatstaal.  Het zijn vooral de 'ongeletterden' (lijfeigenen en lagere landadel) die het Litouws tot in de 19de eeuw zullen doen overleven. Er was sterke oppositie vanwege een deel van de Litouwse adel tegen de Unie met Polen. Grzegorz Chodkiewicz overwoog gewapend verzet, en de Litouwse delegatie werd geleid door Jan Chodkiewicz (neef van Grzegorz), die in een lange passionele rede aandrong op de gelijkheid en de onafhankelijkheid van de beide naties.  In werkelijkheid werd de 'Act of Union' nooit streng doorgevoerd.  Litouwen behield immers steeds zijn eigen regering en wetgevend macht tot aan het einde van de 'eenheidsstaat'. in 1795. 

In 1572 stierf Zygmunt II en eindigde na bijna 200 jaar de Jagiello-dynastie. Voor Polen begon de periode van de kieskoningen. Dit hield onder andere in dat het koningschap aanvaard werd onder voorbehoud van een aantal garanties en voorwaarden. Polen werd een "electieve monarchie", d.w.z. dat het parlement de nieuwe koning benoemde. Ondanks de sterke positie van de adel was Polen op dat moment in Europa het meest democratisch geregeerde land. 

Henryk Walezy (1573-1575)

De eerste benoemde koning Henryk Walezy (1573-1575) Hendrik van Valois was geen groot succes. Hij vond Polen geen aangenaam land en reeds na enkele maanden nam hij de benen!  Later werd hij koning van Frankrijk ( Hendrik III de Valois).

 

 

Links: kroning van Henryk Walezy (1573)

Stefan Bathory (1575 - 1586)

Zijn opvolger, vorst Stefan Bathory van Transylvanië was een betere keuze. Hij behaalde belangrijke successen in grensoorlogen met de grootvorst van Moskou. Hij stimuleerde de overzeese handel en stichtte in 1579 de universiteit van Wilno (Vilnius). 

Van 1579 tot 1582 viel Rusland, geregeerd door Iwan de Verschrikkelijke, Livonia aan (het huidige Letland en Estland) op zoek naar een doorgang naar de Baltische kust.  De Baltische regio werd na deze oorlog min of meer opgedeeld tussen Polen-Litouwen en Zweden. Moskou kreeg zijn doorgang echter niet. 

 

Stefan Batory stierf reeds in 1586 en werd opgevolgd door Zygmunt III Wasa  (Zweeds kroonprins,1587-1632), onder wiens beleid de Orthodoxe Kerk in Polen (in het huidige Witrusland en Ukraine) het gezag van de paus erkende.  Zij kon haar (oosterse) ritus behouden. (1596. Unie van Brzesc-Litowsk).  Rond de eeuwwisseling verhuisde Batory de hoofdstad van Kraków naar Warszawa.

Polen-Litouwen (1586-1697)

laatst bijgewerkt: 23-02-04

colofon