8421

Rusland (1598-1613) - De tijd der troebelen

Rusland (1505-1598)

Boris Godoenov (1598 - 1605)

De periode 1604 - 1613 is de Russische geschiedenis ingegaan onder de naam Tijd der Troebelen. Deze periode was de meest woelige periode in de geschiedenis van Rusland tot de Russische revolutie. In deze rumoerige tijd traden na elkaar op en speelden door elkaar heen dynastieke strijd, bojarenverzet, sociaal-revolutionaire beweging van onderaf en ten slotte vreemde invloeden. 

Na de kinderloze dood van tsaar Fjodor, de geestelijk minder begaafde zoon van Ivan de Verschrikkelijke was Boris Godoenov in 1598 tot tsaar gekroond. Hoewel hij aanvankelijk zeer populair was, sloeg dit later om in het tegendeel, in het bijzonder door de hongersnood van 1601-1603. Ook waren de boeren ontevreden, omdat Godoenov een wet had goedgekeurd waarbij de lijfeigenschap werd verscherpt, en ging het gerucht dat hij achter de moordaanslag op tsarevitsj Dimitri, een zoon van Iwan de Verschrikkelijke zat, en ook dat hij Fjodor en diens vrouw, zijn eigen zuster, zou hebben vergiftigd (13 april 1605) In 1603 werd een volksopstand door het leger neergeslagen. In 1604 begon in feite een burgeroorlog door het optreden van de troonpretendent, de 'valse Dimitri'. Hij beweerde de miraculeus ontkomen tsarevitsj Dimitri te zijn, maar feitelijk was hij een stroman van koning Sigismund lll Wasa van Polen die de macht wilde overnemen. 

Met paus Clemens VIII had hij een deal gesloten: de paus beloofde dat hij Sigismund III de Russische noordelijke gebieden zou overhandigen aan Polen en  de Poolse koning beloofde de paus dat hij de Russen zou bekeren tot het Rooms-Katholicisme. Met een leger van Don- en Dnjepr-Kozakken, Duitse huurlingen, Russische bannelingen, Duitse huurlingen en Pools-Litouwse troepen rukte de valse Dimitri Rusland binnen. In 1605 veroverde hij Moskou, liet  Fjodor II Borisovits, de zoon van Boris Godoenov, die net twee maanden als tsaar geregeerd had,  vermoorden en liet zich tot tsaar kronen. 

Dmitri I (1605 - 1606) zou nog geen jaar regeren . In 1506 werd hij door de bojaren vermoord. 

Het rijk van Dimitri was rampzalig voor Moskou en in 1606 braken grote opstanden uit onder de bevolking onder leiding van Vasili Sjoeiskoi. De valse Dimitri werd gedood en Vasili Sjoeiskoi liet zichzelf uitgeroepen tot tsaar Vasili IV, de laatste tsaar van de Rurik dynastie.

Vasili Sjoesjkoi (1606-1610)

Vasili Sjoesjki behoorde tot de Bojaren en had mee geholpen aan de uitschakeling van de valse Demetrius in 1606.

Zowel de heersende bojaren, het Pools-Litouwse gemenebest, kozakken, als het Duitse huurleger steunden hem echter niet. Hij kreeg daarop vele aanvallen te verduren. In hetzelfde jaar ontstond een opstand onder leiding van de ex-horige Ivan Bolotnikov, die het daaropvolgende jaar werd verslagen.

In 1608 deed de Tweede valse Dimitri met steun van de Polen, Duitsers en kozakken een tweede poging om een Poolsgezinde tsaar in Moskou te krijgen. De Tweede valse Dimitri maakte Filaret in 1609 tot patriarch van Moskou, al was zijn rijk op dat moment slechts beperkt tot een aantal steden en was er al een andere patriarch. De broer van Vasili IV, succesvolle militair en staatsman Michael Skopin-Sjoejski, sloot ondertussen in 1609 een verdrag met koning Karel IX van Zweden om de Polen tot staan te brengen. Hij moest hiervoor wel een groot gebied afstaan aan Zweden. Sigismund III wachtte daarop met een aanval op Rusland en trok naar het leger van de tweede valse Dimitri, dat inmiddels was uitgegroeid tot een leger van meer dan 100.000 man. Hij ontmoette de tweede valse Dimitri in zijn legerkamp bij Smolensk, waarop een groot deel van Dimiti's leger overliep naar Sigismund III. Na nog een aantal grote problemen vluchtte Dimitri uiteindelijk. De Poolse kronprins Ladislaus III viel daarop Smolensk aan en veroverde het na een belegering van 20 maanden in de Strijd van Smolensk. Zijn militaire commandant Stanisław Żółkiewski versloeg een veel groter Russisch-Zweeds leger onder leiding van de Zweedse generaal Jacob De la Gardie in de Slag van Klushino. Hij heroverde daarop zonder problemen Moskou in 1610 en nam Vasili IV gevangen. Sigismund III liet Filaret naar zijn kamp komen om hen tot tsaar te laten kronen, aangezien deze patriarch van Moskou was. Deze weigerde echter hem te kronen, waarop Sigismund III hem liet arresteren. Hij bleef in gevangenschap van de Polen tot 1619.

Dimitri II (1607-1610); Ladislaus lV van Polen (1610-1612)

In1610 werd Ladislaus Vasa  door Żółkiewski en de Russische bojaren tot tsaar van Moskou gekroond, nadat hij de bojaren privileges had beloofd en beloofde het Orthodoxisme te handhaven. Zijn positie was echter onderdeel van het plan van Sigismund III om uiteindelijk Rusland helemaal te veroveren. Toen Ladislaus IV later duidelijk maakte Rusland toch te willen bekeren tot het Rooms-Katholicisme, kreeg hij te maken met anti-Poolse en anti-Katholieke opstanden onder de bevolking. De Zweden hadden ondertussen in Ivangorod een Derde valse Dimitri aangesteld als tegenvorst met als doel hun macht te vergroten ten koste van Polen en Rusland. De derde valse Dimitri riep zich op 28 maart 1611 uit tot tsaar Dimitri Ivanovitsj en wist in 1612 een aantal kozakken achter zich te krijgen, die zich echter schuldig maakten aan grote vernielingen in de omgeving van Moskou, waarna hij werd gearresteerd op 18 mei 1612 en werd geëxecuteerd door de bevelhebbers in Moskou.

De echte patriarch van Moskou patriarch Hermogenes die ontevreden was over Ladislaus IV liet in december 1610 brieven sturen naar verschillende steden waarin hij opriep tot een opstand tegen de Poolse vorst. Onder leiding van Prokopi Ljapoenov brak een opstand los in verschillende Russche plaatsen, die leidde tot het vertrek van de Polen en de inname van Moskou, zij het voor korte tijd. Ljapoenov brak namelijk zijn belofte aan de kozakken die hem hadden geholpen, door reguleringen in te stellen met betrekking tot horigen. De kozakken was 'vrijdom en salaris' beloofd en zagen deze reguleringen daarom als verraad. Ze vermoorden hem daarop op 1 augustus 1611 en de opstand eindigde daarmee. 

Deze opstand zette echter een handelaar uit Nizjni Novgorod genaamd Koezma Minin en Rurik-prins Dmitri Pozjarski aan tot het opzetten van een nieuwe, wel succesvolle opstand, die werd gesteund door patriarch Hermogenes, die inmiddels was gevangengezet door de Polen. De Polen waren woest over zijn oproepen tot een nieuwe opstand en mishandelden Hermogenes daarop en lieten hem de hongerdood sterven. Het volksleger dat de Minin en Pozjarski creëerden, wist de Polen uit Moskou te verdrijven op 12 december 1612. Hiermee kwam een einde aan de heerschappij van Polen over deze stad, waarmee de tijd der troebelen eindigde. Ladislaus IV bleef zich tsaar noemen tot 1634, ondanks het feit dat de titel waardeloos geworden was. Hij werd er namelijk zeer goed voor betaald toen hij hem uiteindelijk afstond (zie verder).

Rusland (1613-1682)

gemaakt: 28-08-03; laatst gewijzigd 06-04-06

colofon