8105 |
Republiek (1655-1666) - Stadhouderloos tijdperk |
![]() |
Toen in 1655 een oorlog uitbrak tussen Denemarken en Zweden moest de Republiek er zich mee bemoeien, omdat de vrije vaart door de Sont en daarmee de handel werd bedreigd. Hoewel tijdens die oorlogen de roep om een Oranje steeds groter werd, was De Witts prestige en gezag in het eind van die jaren zestig nog steeds zeer groot. Ondanks de belangen die Republiek in de koloniën bezat, bleef de handel op het Oostzeegebied de grondslag van de welvaart. Het was voor de Amsterdamse kooplieden van levensbelang dat de toegang tot de Oostzee, de Sont, in Deense handen bleef. Burgemeester Coenraad van Beuningen waarschuwde de Zweedse koning Karel X met de woorden: "De sleutels van de Sont liggen in het IJ". Met andere woorden, als de koning Denemarken zou aanvallen om beide oevers van de Sont in handen te krijgen, dan zouden Amsterdamse oorlogsschepen de Sont komen "openen". De Sont is de zeestraat tussen het Deense eiland Seeland (Kopenhagen) en het zuidwesten van Zweden. Ze is 70 kilometer lang en vrijwel overal iets meer dan 4 kilometer breed. Beide zijden waren in 1655 in Deense handen. Van Beuningen schoot de Deense koning uit eigen zak het geld voor om een vloot uit te rusten tegen zijn Zweedse buurman. |
![]() |
Bij de hiernavolgende Noordse oorlog (1655-1660) stuurde Republiek in 1658 een vloot van 35 oorlogsschepen, branders en schepen voor het vervoer van voorraden en 2000 man troepen de Deense hoofdstad te ontzetten. In 1659 kreeg admiraal Michiel Adrianszoon De Ruyter het bevel over deze vloot. Hij landde met zijn troepen op het eiland Funen, dat hij binnen 15 dagen veroverde. Tenslotte stemde Zweden in met de vredesvoorwaarden. De Ruyter keerde terug naar huis als edelman, want de dankbare koning van Denemarken had hem in de adelstand verheven.
laatst bijgewerkt: 18-07-01 |
![]() |