8041 |
Engeland (1603-1625) |
![]() |
James l uit het Huis Stuart, de opvolger van In 1567 werd zijn moeder tot aftreden was gedwongen, waarna James,13 maanden oud, bij het kasteel van Stirling tot James VI, koning van Schotland werd uitgeroepen. Zijn moeder vluchtte naar Engeland, waar zij 19 jaar in gevangenschap zou doorbrengen, waarna zij in in 1587 werd onthoofd. James werd streng protestants opgevoed en verwierf grote kennis van theologie en klassieke letteren. In 1583 onttrok hij zich aan de invloed van de protestantse partij in Schotland. Hij nam een reeks centraliserende maatregelen ter versterking van de koninklijke macht, vooral gericht tegen de theocratische tendensen van de presbyterianen. Op de terechtstelling van zijn moeder in 1587 reageerde hij in het geheel niet, omdat hem daardoor, als achterkleinzoon van een dochter van Hendrik VII van Engeland, de opvolging op de troon in het vooruitzicht werd gesteld. Na de dood van Elisabeth I op 24 maart 1603, aanvaardde James het koningschap over Engeland als Jacobus I. Hij werd gekroond in de Abdij van Westminster op 25 juli 1603. |
![]() |
Op het gebied van de buitenlandse politiek voelde hij het meest voor aansluiting bij de machtige katholieke vorsten, hoewel hij zelf overtuigd protestant was en tegen iedere poging tot katholieke machtsvorming binnenslands waakte. Op 20 augustus 1590 trouwde James in Oslo met Anne, de dochter van koning In 1604 sloot hij vrede met Spanje, waarna hij ook naar dynastieke verbinding met de katholieke machten ging streven (de latere Charles (Karel) I, zijn tweede zoon, huwde ten slotte Henriëtte Maria van Frankrijk. Hoewel James als koning vrij populair was (al werd hij niet zo sterk geacht als zijn voorgangster Rechts: Anne van Denemarken |
![]() |
Deze politiek wekte grote ontstemming bij parlement en volk, maar James wenste daarmee geen rekening te houden. Het parlement echter wenste zich niet neer te leggen bij James' pogingen om eigenmachtig de douanepolitiek te regelen, de opbrengst van in- en uitvoerrechten te incasseren, op eigen gelegenheid handel in monopolies te drijven, de uitvoerende macht geheel aan zich te trekken, bepaalde zaken aan speciale, koninklijke rechtbanken voor te behouden en de rechterlijke macht onder zijn controle te brengen. James was daardoor in voortdurend conflict met het parlement. Van 1611 tot 1614, van 1614 tot 1621 en van 1622 tot 1624 regeerde hij zelfs geheel zonder parlement, maar wegens geldnood moest hij voortdurend toch weer tot een compromis trachten te komen. |
Het buskruitincident (1605) In 1604 beraamden Robert Catesby, Thomas Percy, John Wright, Robert Keyes, Thomas Wintour en Robert Wintour, allemaal Engelse katholieken. een aanslag tegen Jacobus I. Met een enorme hoeveelheid explosieven wilden zij het hele Parlement proberen op te blazen. Bij deze samenzwering was ook Guy Fawkes betrokken, een Engels militair die aanzienlijke militaire kennis en ervaring had met explosieven beschikte. Het complot werd echter net op tijd ontdekt door een katholieke Lord, een vriend van Guy Fawkes, die een waarschuwingsbrief had ontvangen om niet naar het parlement te komen. Op 5 november 1605 werd Fawkes betrapt in een kelder onder het Hogerhuis (House of Lords), met lonten, lucifers en buskruit in zijn bezit. Hij en zes andere schuldigen werden opgepakt en ter dood veroordeeld. In 1606 werd de Engelse Compagnie opgericht met het doel overzee kolonies te stichten. In 1607 werd het huidige Virginia gekoloniseerd. De hoofdstad kreeg, ter ere van de koning zijn naam en werd Jamestown genoemd. In 1619 werd hier de slavernij geïntroduceerd. James I steunde de Kerk van Engeland, de Anglicaanse kerk, waar hij kon en liet de protestantse puriteinen vervolgen, omdat zij het protestantisme in Engeland wilden radicaliseren. Een groot aantal van hen scheepte zich uiteindelijk in 1620 in op de Mayflower en zeilde naar Amerika. Daar werden zij in feite de stichters van de Amerikaanse staat. James zaaide ook haat bij de Katholieken. Hij beperkte de macht van de adel in Ierland en Schotland en deelde hun landerijen uit aan de protestanten in Ierland en Schotland. In 1611 verscheen een belangrijke vertaling van de Bijbel, die in opdracht van Jacobus I werd gemaakt. Nog steeds wordt deze vertaling de "King James Bible" genoemd. |
James l wordt gezien als een van de meest intellectuele en geleerde vorsten die ooit op de Engelse troon hebben gezeten. Hij was een getalenteerd schrijver en publiceerde verscheidene boeken in het Latijn. Ook vertaalde hij werken, o.a. uit het Frans. Op zijn gezag ontstond ook de beroemde bijbel van 1611, 'the Authorized (of: King James) version'. Er zijn altijd speculaties geweest over de vermeende homoseksuele geaardheid van de koning. Veel moderne historici twijfelen hier niet aan, en ook in James' tijd deden voortdurend geruchten de ronde. Hij gaf hier zelf ook aanleiding toe, gezien zijn keuze van mannelijke metgezellen. Zijn relatie als jongeman met zijn leeftijdgenoot Esmé Stuart, Seigneur d'Aubigny, graaf van Lennox, werd door de Schotse kerkelijke leiders gekritiseerd en Lennox werd gedwongen Schotland te verlaten. In de jaren '80 kuste James in het openbaar Francis Stewart Hepburn, graaf van Bothwell. Toen James de Engelse troon besteeg deed dan ook de grap de ronde: Elizabeth was onze koning: nu is James onze koningin. Kennelijk was hij niet altijd verstandig in zijn keuze van mannelijke partners en wist hij zijn favorieten behoorlijk te begunstigen, zoals Robert Carr, die het van page tot graaf van Somerset wist te brengen en zo verging het ook George Villiers, die het tot Earl of Buckingham bracht. James noemde Villiers zijn 'vrouw' en zichzelf Villiers' 'man'. Vooral Buckingham kreeg veel invloed bij de koning. Rechts: George Villiers, Earl of Buckingham |
![]() |
Op aandringen van Spanje liet James I in 1618 de alom vereerde Sir Walter Raleigh, de vroegere gunsteling van |
Raleigh wist zeker dat dit goud in Guyana te vinden was. Hij nam zijn oudste zoon Watt mee en zeilde in het gezelschap van Keymis en nog een aantal andere schepen via de Kaapverdische Eilanden naar de Golf van Paria bij Trinidad. Omdat hijzelf ziek was stuurde Raleigh zijn vriend Keymis en zijn zoon de Orinoco op, om te zoeken naar een goudmijn. In weerwil van de afspraken ontstond toch een gevecht in San Thomé, de Spaanse vesting langs de rivier. Hierbij werd Watt gedood. De Engelsen maakten zich meester van San Thomé en Keymis zocht overal vergeefs naar goud. Hoewel Raleigh wist dat hem nu, wegens schending van de afspraken, de doodstraf boven het hoofd hing, zeilde hij toch terug naar huis. Een schijnproces volgde, en hij werd op 29 oktober 1618 in Londen onthoofd. | ![]() |
Op 27 maart 1625 overleed James I in Theobalds Park in Hertfordshire in de leeftijd van 59 jaar aan de gevolgen van een nierziekte. Hij had 22 jaar over Engeland geregeerd en ruim 57 jaar over Schotland. Hij werd begraven in Westminster Abbey. Nadat George Villiers op 23 augustus 1628 was vermoord, werd hij aan James' rechterhand begraven. Een andere van zijn favorieten werd aan de andere zijde begraven. Zijn zoon Charles I volgde hem op.
bronnen: Wikipedia, Absolute Facts.nl |
laatst bijgewerkt: 04-03-04 |