7215

Mary, Queen of Scotland (1542 - 1587)

Engeland en Schotland (1509 - 1603)

Mary was net een week oud toen haar vader James V werd gedood in de slag bij Solway Moss en vervolgens officieel op de troon kwam.

Het verdrag van Leith erkende Mary als koningin al was ze overtuigd katholiek. Dit bracht een risico met zich mee. De katholieke wereld had zich onder leiding van Filips II van Spanje hervonden en was een contrareformatie begonnen. De Franse katholieken ontwikkelden echter het idee dat een koning vooral het belang van de staat moest behartigen en zich niet teveel met de kerk moest bemoeien (secularisatie). Een gedachte die Mary als eerste mee zou nemen.

Daarnaast lag er nog een risico in het verdrag. De Katholieke kerk had het huwelijk tussen Henry VIII en Anna Boleyn nooit erkend en dus ook nooit de opvolgers van Hendrik. Mary’s oma was de zus van Hendrik en dus was Mary voor de Katholieken formeel de koningin van Engeland.

  Henry VIII van Engeland probeerde haar direct te koppelen aan zijn 5-jarige zoon Edward om zo Schotland onder zijn heerschappij te krijgen. In 1544 begon hij een reeks vernietigende aanvallen op Schotland, een periode die door de beroemde schrijver Sir Walter Scott later de 'rough wooing' (de woeste hofmakerij) wordt genoemd. De Schotten riepen de hulp van de Fransen in en in 1548 ging de 6-jarige Mary naar Frankrijk om daar met de Franse kroonprins te trouwen.

In 1558 huwde Mary, die al sinds tien jaar in Frankrijk verbleef met François II van Frankrijk. Zij zou echter slechts zeventien maanden koningin van Frankrijk zijn, want,in 1560 stierf haar echtgenoot een  vroegtijdige dood. Op haar 18e was zij al weduwe.  

Mary voelde zich niet thuis in Frankrijk en besloot terug te keren naar Schotland (al sprak ze Frans). De problemen begonnen echter al voor ze in Schotland aankwam. Ten eerste had Mary het verdrag van Leith nooit erkend en daarnaast bracht haar claim op de Engelse troon haar in aanvaring met Elizabeth I van Engeland.

Mary werd gedwongen een keuze te maken: of ze legde direct een claim en viel Engeland aan met behulp van haar Katholieke bondgenoten of ze wachtte tot Elizabeth overleed en hoopte dat Elizabeth kinderloos bleef. Ze koos in eerste instantie voor het laatste. 

Mary ging zich concentreren op de situatie in Schotland. 

In 1565 ging ze over tot het erkennen van de New Kirk al bleef ze altijd haar best doen haar eigen geloof aan te moedigen. Clan Gordon bood haar aan om een Katholieke contrarevolutie te beginnen maar hier zag zij vanaf.

Hoewel Mary zelf rooms-katholiek was, ondernam ze eerst geen actie tegen het protestantisme.
In 1560 had het Schotse parlement het protestantisme op de 1e plaats gesteld door de mis te verbieden en het gezag van de paus niet langer te erkennen. Dit was onder meer een uiting van het Schotse nationalisme, dit keer sterk gericht tegen de ontstane afhankelijkheid van Frankrijk. Ook de prediker John Knox had een grote invloed en stookte zoveel hij kon tegen Mary en het katholicisme. Mary ging wel het debat aan met John Knox. Knox wilde Mary alleen in het openbaar ontmoeten maar kwam toen tot de ontdekking dat Mary net zo begaafd was als hijzelf. Pas toen Knox wat lage opmerkingen maakt over Mary’s huwelijk barst de koningin in tranen uit. De manier van handelen van Knox was voor de kerk beschamend. Knox werd op een zijspoor gezet en kon zich alleen nog met de kerkelijke leer bezig houden.

Mary besloot inmiddels opnieuw te trouwen. Veel koningshuizen hadden interesse in Mary maar zij wilde door het huwelijk haar claim op de Engelse troon kracht bijzetten. Zij wilde daarom iemand die voor Elizabeth acceptabel was. Elizabeth vond echter niemand acceptabel en dus was Mary genoodzaakt zelf te kiezen. Ze besloot te trouwen met haar neef Henry Stuart, Lord Darnley, die eveneens een claim had op de Engelse troon (zelfde oma). In 1565 kwam Darnley naar Schotland. Het huwelijk werd door de katholieken goedgekeurd.

Na haar huwelijk met de katholieke Henry Stuart, Lord Darnley, een afstammeling van koning Hendrik VII van Engeland in 1565, veranderde haar houding echter. 

Zij vernieuwde Mary het contact met Rome. De protestanten zagen dit met argusogen aan. Zij meenden dat Davide Riccio, een Italiaanse vertrouweling (minnaar) van Mary, een pauselijke spion was. De angst voor de contrareformatie nam bij de protestanten toe en zij besloten dat Riccio weg moest. Lord Darnley (die Riccio ook als een bedreiging zag) smeedde een complot met Morton en Ruthven. In maart 1566 werd Riccio vermoord bij de deur van Mary’s slaapkamer in Holyroodhouse.

De moord op Riccio werd Darnley door Mary niet vergeven, maar ook Elizabeth I keerde zich nu tegen hem. Toen de zoon van Mary en Darnley (?) in december 1566 wordt gedoopt laat iedereen hem links liggen. Mary komt nu onder invloed van James Bothwell. Bothwell wilde zelf met Mary trouwen, maar Mary wilde niet van Darnley scheiden, uit angst voor een gevolgen voor haar zoon. Bothwell, Mary en de leden van de Privy Council beraamden een plan om Darnley uit de weg te helpen. In februari 1567 liet Mary de zeer zieke Darnley terugkomen uit Glasgow naar zijn huis in Edinburgh (Kirk O’ Field). Hier werd Darnley eerst gewurgd en later opgeblazen.

Bothwell ontvoerde Mary nu om met haar te kunnen trouwen. Op 15 mei werd het huwelijk in de kapel van Holyroodhouse voltrokken volgens de protestante leer. Dit huwelijk schokte Schotland (en de rest van de wereld). Het tij begon zich tegen haar te keren. De Schotten verdachten haar (terecht) van medeplichtigheid aan de moord op Darnley en lieten haar daarom vallen (wie wil er nu een koningin die moordenaar is?)

Het huwelijk met Darnley was geen succes en werd Darnley vermoord, naar wordt aangenomen door (de graaf van) Bothwell, Mary's adviseur en ridder officier aan het hof vanaf het moment dat ze was teruggekeerd naar Schotland. 

Toen Mary hoorde dat Bothwell ernstig gewond was in de strijd tegen de Engelsen aan de grens, bezocht ze hem, een zware reis zeker zo kort na de bevalling van haar zoontje James. Mary en Bothwell, in februari van 1566 nog getrouwd met Jean, dochter van de Graaf van Huntley, kregen een verhouding. Begin mei 1567 scheidde Jean van haar man op grond van overspel.

Slechts 12 dagen na Bothwells scheiding, op 15 mei 1567 trouwden Mary en Bothwell, naar men zegt nadat Bothwell haar had ontvoerd. Dit huwelijk maakte Mary impopulair. Kort na de voltrekking van het huwelijk pleegden de Schotse edelen, die Mary verdachten van medeplichtigheid aan de dood van Darnley en die haar huwelijk met Bothwell ook niet zagen zitten, een staatsgreep.

De strijd werd door Bothwell verloren en Mary viel in de handen van de edelen en werd door hen gevangen gehouden in Loch Leven. De edelen beloofden haar goed te zullen behandelen, terwijl het volk in Edinburgh betoogde om Mary op de brandstapel te gooien. Mary werd gedwongen tot aftreden ten gunste van haar zoon James, die in juli 1567 werd gekroond. Moray werd aangewezen als regent.

In december van hetzelfde jaar raakte Bothwell al zijn titels kwijt, omdat hij verraad wer beschuldigd. Hij vertrok naar Scandinavië om een leger op de been te brengen dat Maria weer op de troon zou helpen. Hij werd echter gevangengenomen en in Denemarken, in de burcht Dragsholm, sleet hij de rest van zijn leven onder erbarmelijke omstandigheden en stierf uiteindelijk, krankzinnig geworden, in 1578. Zijn lichaam ligt opgebaard in Faarejevile naast de kerk van Dragsholm.

Bothwell

Mary vluchtte naar Engeland en zocht bescherming bij haar nicht Elizabeth, koningin van Engeland, maar werd gevangen gezet (18 jaar lang, tot haar dood). Elisabeth wantrouwde haar omdat Mary zelf jarenlang de Engelse troon had opgeëist en liet haar in 1587 onthoofden. Haar zoon James VI was inmiddels tot koning gekroond, maar onder regentschap van engelsgezinde edelen en hij werd protestants opgevoed.

Ondertussen was het protestantisme in Engeland al ver doorgedrongen en ook in Schotland werd de beweging steeds sterker, met de organisatie van de gereformeerde kerk, of Kirk. James VI zag hier echter geen heil in aangezien de quasi-democatrische struktuur en het ontbreken van door de koning aangestelde bisschoppen zijn gezag als koning ondermijnden.
Elizabeth sterft kinderloos in 1603 en James VI van Schotland erft het koningschap over Engeland als James I. Daarmee kwam voorgoed een einde aan de onafhankelijkheid van Schotland.

Portret van Mary of Scotland, ca, 1565

Door zware opstanden, die bedoeld waren om koningin Elisabeth I van Engeland te laten aftreden, kwam zij als gevangene terecht in de Tower te Londen. 

Frankrijk en Spanje zagen zich inmiddels voor een probleem gesteld: wie moeten zij erkennen als koning van Schotland? James deed feitelijk het werk maar was protestants, of Mary, die echter gevangen zat in Engeland. Mary wilde haar titel niet opgeven en wist Frankrijk te overtuigen geen ambassadeur te sturen naar James. Daarnaast beloofde ze Spanje dat ze koningin zou worden onder Spaanse controle (1580). Filips II was niet geïnteresseerd in Schotland en Mary. Bovendien meende hij zelf een claim te hebben op de Engelse troon. Filips onderhield echter wel contacten met James.

Hoewel James formeel protestants was onderhield hij nog contacten met het huis Guise en de paus (Gegorius XIII). De Schotse kerk raakte hiervan op de hoogte en kreeg weer angst voor de contrareformatie. Een katholieke invasie werd gevreesd. In 1582 werd James ontvoerd (Raid of Ruthven) om zo de contacten met de katholieke kerk te verminderen. De Fransen schoten James echter te hulp. Zij wisten de opstandelingen te verslaan, waardoor James kon ontsnappen. James nam nu de leiding zelf in handen en liet het parlement in 1584 de Zwarte wetten aannemen. Deze bepaalden dat de koning het episcopaat benoemde en tevens hoofd van de kerk was. Verder werd het predikanten verboden politieke preken te houden.

In 1585 kwamen de opstandelingen van Ruthven, met Engelse steun, weer naar Schotland. Op een of andere manier wisten zij daarbij grip te krijgen op James. Dit leidde in 1586 tot een bondgenootschap tussen Elizabeth en James waarin ze elkaar wederzijdse hulp beloofden in geval van een invasie. Dit verbond was gericht tegen een invasie van de contrareformatie en dus ook tegen Mary. Elizabeth (inmiddels in de ban gedaan) besloot dat het makkelijker was om van Mary af te zijn en veroordeelde haar daarom alsnog tot de doodstraf. Op 8 februari 1587 werd Mary, queen of Scots onthoofd. James reageerde niet op de onthoofding van zijn moeder. Filips II daarentegen wel hij begon met de voorbereidingen voor de Armada, om zo zelf koning van Engeland te worden. 

Twintig jaar later, op 8 february, 1587.werd ze in kasteel Fotheringhay na een schijnproces, onthoofd.

Engeland (1603-1625)

laatst bijgewerkt: 02-07-05