8042 |
Engeland (1625-1660) |
![]() |
![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Het huwelijk werd (met de handschoen) voltrokken op 1 mei 1625 in de Notre Dame van Parijs en op 13 juni daarna in de kathedraal van Canterbury. Het paar kreeg negen kinderen, waaronder de latere koningen Charles II en James II. Charles I was een tactloos man, die echter niet bang was. Hij was zeer religieus ingesteld. In 1627 sloot hij een overeenkomst met de Franse Hugenoten, die op zijn steun konden rekenen. Hierdoor ontstonden er ernstige geschillen met Frankrijk, waarin de Engelse troepen niet erg succesvol waren. Charles I was ook een zeer kunstzinnig man. Hij leefde op zeer royale voet. Hij kocht veel kunst, vooral schilderijen. Tijdens zijn regeringsperiode haalde hij de schilder Van Dyck naar Engeland, die tot hofschilder werd benoemd. Rubens werd door hem in de adelstand verheven. Charles I wilde Frankrijk als culturele natie naar de kroon steken.
Rechts: Henriëtte Maria |
![]() |
Charles I was een autoritaire figuur, die alleenheerser wilde zijn, omdat hij meende dat dit voortvloeide uit een goddelijk recht. Hij kwam daardoor om de haverklap in conflict met het parlement, vooral omdat het parlement geen gelden meer ter beschikking wilde stellen voor het voeren van kostbare oorlogen. Hij schakelde tot drie maal toe het parlement uit en regeerde op eigen houtje in de periode 1629 tot 1640. Karel I sloot vrede met Frankrijk en hij sloot een Pact af met Spanje. |
Terwijl Charles erop gerekend had dat het parlement hem meteen voor de duur van zijn gehele regeringsperiode het recht tot het heffen van de reeds bestaande belastingen zou geven, werd hem slechts de heffing van het tonne- en waaggeld (tonnage and poundage) voor één jaar toegestaan. Er werd slechts 1/7 gevoteerd van de gelden die hij voor de oorlogvoering en andere ondernemingen van de regering had gevraagd. Hij ontbond daarop het parlement op 12 aug., maar geldverlegenheid noodzaakte hem om het reeds een half jaar later weer bijeen te roepen (6 febr. 1626). Dit tweede parlement verzette zich tegen Charles' absolutistische aspiraties, wenste verantwoording van het oorlogsbeleid in het verleden alvorens gelden tot voortzetting van de oorlog te voteren en stelde Buckingham in staat van beschuldiging. Op 15 juni 1626 werd ook het tweede parlement ontbonden. Charles trachtte vervolgens door een gedwongen lening aan geld te komen.
Rechts: Portret van koning Charles I, koningin Henriëtte Maria en hun twee oudste kinderen (Charles en Maria Henriëtte) |
![]() |
Inmiddels verliep de zojuist begonnen oorlog met Frankrijk zeer slecht. Weer moest Charles inbinden en weer deed het parlement, dat op 17 maart 1628 bijeenkwam, een stap voorwaarts op het punt van de principiële verwerping van Charles' methoden om de lasten van de oorlog op de burgerij af te wentelen zonder zich erom te bekommeren of zijn oorlogspolitiek wel de goedkeuring van de natie wegdroeg. Toen Charles de Petition of Right bevestigde, werden weer gelden gevoteerd, maar een nieuwe aanleiding tot oppositie werd gevonden in het feit dat Charles met het heffen van tonne- en waaggeld was doorgegaan zonder opnieuw de toestemming van het parlement te vragen. Na de verdaging van het parlement (26 juni 1628) liet Charles de goederen van de kooplieden die tonne- en waaggeld weigerden te betalen, in beslag nemen. Na de hervatting van de zittingen van het parlement (jan. 1629) bereikte de strijd tussen dit orgaan en de koning zijn eerste hoogtepunt. Nadat Eliot en acht andere parlementsleden gearresteerd waren, werd het parlement ontbonden (10 maart 1629), waarna Charles tot 1640 geheel zonder parlement regeerde. In deze jaren verschafte Charles zich door allerlei manieren geld (wederinvoering van belastingen die vroeger hadden bestaan; laten gelden van oude koninklijke privileges waaraan inkomsten voor de kroon verbonden waren; verkoop van monopolies). De legalisering van de belastingen liet hij over aan de koninklijke rechters en gerechtshoven (Sterrekamer), die hem in alles ter wille waren. Ook de Anglicaanse Kerk steunde zijn alleenheerschappij. Intussen had hij zijn financiële situatie ook enigszins verbeterd door vrede met Spanje en Frankrijk te sluiten. In deze periode waren Laud en Strafford de steunpilaren van het koninklijke bewind. De blijvende spanningen tussen koning en burgerij kwamen voor het eerst weer tot een uitbarsting toen een oude belasting, het ship-money, die de kuststeden vanouds bij gelegenheid tot onderhoud van de vloot moesten opbrengen, over het gehele land werd uitgestrekt en tot een permanente belasting dreigde te worden gemaakt. De agitatie naar aanleiding van het ship-money had reeds ernstige vormen aangenomen toen Charles ook nog de presbyteriaanse Schotten tegen zich in het harnas joeg door zijn poging een romaniserend anglicanisme in Schotland tot heerschappij te brengen. |
![]() |
De Schotten sloten het National Covenant (zie covenant) en kwamen weldra met Charles in oorlog. De gewapende strijd werd spoedig beëindigd, maar het gezag van Charles in Schotland bleef betwist. Meer dan ooit had Charles geld nodig om zich staande te houden en aldus werd hij gedwongen het parlement weer bijeen te roepen. Na de episode van het Korte Parlement kwam op 3 nov. 1640 het Lange Parlement bijeen, dat ten slotte de eindstrijd met Charles zou aanbinden. Eerst bracht het Strafford ten val. Enige dagen na diens terechtstelling nam het de Triennial Act aan (15 mei 1641), die bepaalde dat het parlement iedere drie jaar zou bijeenkomen, ook wanneer het niet door de koning zou zijn opgeroepen.
Terwijl het parlement in de zomer van 1641 voortging de instrumenten van de koninklijke macht te vernietigen, begaf Charles zich naar Schotland, waar hij door een zeer tegemoetkomende houding de presbyterianen voor zich trachtte te winnen. Het parlement was reeds bezig zich te beraden over het opstellen van een totaal overzicht van al zijn grieven tegen de koning, toen het bericht kreeg van de grote moord op de protestanten in Ierland. Velen in het parlement waren van mening dat men de leiding van de tegenactie tegen de Ieren niet aan de koning kon overlaten, omdat men hem en het aan hem verknochte officierskorps van sympathie voor de katholieke Ieren verdacht. Tevens wilde men gaarne van de gelegenheid gebruik maken om het parlement, dat in de ogen van een deel van het publiek in zijn verzet tegen de koning te ver was gegaan, te rechtvaardigen en in de ure des gevaars als de ware voorvechter van de natie voor te stellen. Daardoor viel het exposé van grieven tegen de koning, de Grand Remonstrance, op 1 dec. 1641 aan Charles aangeboden, bijzonder agressief uit. Dit feit en een aantal andere factoren deden de koning besluiten een staatsgreep te wagen. Op 3 jan. 1642 beval hij het impeachment van de vijf oppositieleiders Pym, Hampden, Haselrig, Holles en Strode, die echter door het parlement beschermd werden. De vijf vervolgden weken van Westminster uit naar Londen, waar het Lagerhuis zich bij hen voegde en onder bescherming van de stad kwam. Charles verliet Londen op 10 januari, waarna het Lagerhuis naar Westminster terugkeerde. Burgeroorlog (English Civil War) (1642-1650) |
![]() |
![]() |
![]() |
Het eerste belangrijke gevecht in deze burgeroorlog vond plaats bij Edgehill op 23 oktober 1642. Overal in het land waren soms ernstige schermutselingen. De aanhangers van het parlement vernietigden de troepen van de royalisten enkele keren. |
De eerste belangrijke politieke gebeurtenis in de burgeroorlog was de totstandkoming van de Solemn League and Covenant (zie covenant) van september 1643. Na de Slag bij Marston Moor (2 juli 1644) begon de oorlog steeds ongunstiger te verlopen voor de royalisten. In Schotland hadden zij onder Montrose eerst succes, maar ook daar werd hun weerstand in de tweede helft van 1645 gebroken, nadat zij in Engeland in juni van dat jaar de beslissende nederlaag van Naseby hadden geleden.
Rechts: Naseby - slagveld |
![]() |
![]() |
Op 5 mei 1646 gaf Charles zich aan de Schotten over. In juli 1646 werden hem vanwege het Engelse parlement de Newcastle proposals voorgelegd. De daarin vervatte eisen zouden het leger geheel aan Charles' macht hebben onttrokken en de episcopale kerkorde hebben doen plaatsmaken voor een presbyteriaanse. Bovendien moest Charles de Covenant bezweren. Charles stelde het antwoord op de eisen zo lang mogelijk uit, in de hoop dat het te verwachten conflict tussen independenten en presbyterianen zo spoedig zou uitbreken dat hij op tijd ervan zou kunnen profiteren. De Schotten kwamen echter voorlopig tot een akkoord met het Engelse leger en parlement en leverden Charles op 30 januari 1647 aan het parlement uit. De koning werd naar Holmby House in Northamptonshire gebracht. Daarop brak in Engeland de strijd tussen leger en parlement uit. De koning werd gearresteerd en een aantal officieren slaagde erin Charles van Holmby House naar het leger te ontvoeren (4 juni 1647). |
![]() |
Charles verwierp alle voorstellen tot radicale veranderingen in staat, kerk en leger die de officieren hem wilden laten goedkeuren. Nadat hij eerst naar Hampton Court was gebracht, vluchtte hij naar het kasteel van Carisbrooke (Wight), toen hij merkte dat zijn persoonlijke veiligheid in gevaar begon te komen. Bij de volgende onderhandelingen met zijn tegenstanders speelde hij een dubbelzinnige rol. Hij wist in het geheim een verbond met de Schotten te sluiten (26 dec. 1647), die hem in ruil voor de erkenning van de presbyteriaanse kerkorde hulp toezegden. Toen dit bekend werd, brak het parlement op 15 jan. 1648 met hem, waarop de burgeroorlog opnieuw uitbrak (Schotten tegen Engelsen, presbyterianen tegen independenten, royalisten tegen Cromwell en zijn aanhang).
Links: Oliver Cromwell (1599-1658) |
Het parlement zocht weldra opnieuw toenadering tot Charles. Oliver Cromwell, nu voorstander van strenge maatregelen tegen de koning, behaalde echter in de burgeroorlog de overwinning en op 1 dec. 1648 viel Charles in handen van het leger. De koning werd opnieuw gearresteerd Pride's Purge zette het parlement naar Cromwells hand, waarna het proces tegen de koning begon. Hij verdedigde zich niet ten opzichte van zijn rechters, die hij elke autoriteit ontzegde. Op 30 januari 1649 werd Karel onthoofd in Whitehall in Londen en werd de weg vrijgemaakt voor een parlementaire periode, waarin er geen plaats meer was voor een koning. De periode Cromwell was begonnen.Charles liet een gespleten land na, waarin Cromwell de taak op zich nam om orde te scheppen. Rechts: Executie van Charles l | ![]() |
Rechts: Charles loopt voor de laatste keer door de starten van Londen (1649) | ![]() |
![]() |
laatst bijgewerkt: 02-03-04 |