7401

Denemarken (1448 - 1513)

Unie van Kalmar (1412 - 1448)

Christian (Christiern) l Koning van Denemarken (1448-1481), Koning van Noorwegen (1450 - 1481), Koning van Zweden (1457 - 1464), Graaf/Hertog van Sleeswijk (1459 - 1481)

De adel zag dit op den duur niet zo zitten en men ging op zoek naar een opvolger uit de Duitse tak van de familie. Christian l was de zoon  van graaf Diederik de Gelukkige van Oldenburg en gravin Hedwig van Holstein. In 1440 was hij zijn vader opgevolgd als graaf van Oldenburg. In 1448 werd hij tot koning van Denemarken gekozen en in 1450 tot koning van Noorwegen. In 1457 werd hij tot koning van Zweden gekozen en in 1459 erfde hij via zijn moeder het graafschap Holstein, dat op 14 februari 1474 door de keizer tot hertogdom werd verheven. In 1460 kozen de standen van het hertogdom Sleeswijk hem tot hertog. Dit leverde een merkwaardige situatie op. Als graaf van Sleeswijk was hij trouw schuldig aan de koning van Denemarken, wat hij zélf was, en als graaf van Holstein moest hij de Duitse keizer steunen. 
Christian trouwde in 1449 met Dorothea van Brandenburg, de weduwe van Christoffel III van Denemarken. Hun dochter Margaretha trouwde in 1469 met koning James lll van Schotland

In 1458 had Christiaan I bij de Raad van het Koninkrijk in Noorwegen bedongen, dat deze zijn zoon Johan, toen pas drie jaar, als zijn opvolger zou kiezen. Een soortgelijke overeenkomst werd gemaakt met de Zweedse Raad. 

Zijn zoon Johan (Hans) volgde hem op als koning van Denemarken en later ook als koning van Noorwegen en Zweden (als Johan II).

Rechts: Christian l en zijn echtgenote Dorothea van Brandenburg.

Johan ll (Deens: Hans) Koning van Denemarken (1481-1513), koning van Noorwegen (1483 - 1513), koning van Zweden (1497 - 1501), hertog van Sleeswijk en Holstein, samen met zijn broer Frederik.

Johan, de zoon van koning Christiaan I van Denemarken en Dorothea van Brandenburg, geboren op 2 februari 1455,  trouwde in 1478 met Christina van Saksen, kleindochter van Frederik II van Saksen, en kreeg de bijnaam “de Zachtmoedige”. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren. Verder zou hij een relatie hebben gehad met Edle Jernskjæg, een edelvrouw.

Na het overlijden van zijn vader in mei 1481 was de opvolging van Johan als Deens koning onbetwist. Voor Noorwegen stond de automatische kroning echter niet vast; de Noorse Raad beriep zich op zijn eigen soevereiniteit en hield de keuze voor een tijd af. Zweden voelde niets voor de acceptatie van de nieuwe koning en bleef trouw aan de regent Sten Sture de Oudere.

Op 13 januari 1483 riep Johan een vergadering bijeen van de drie Raden van het Koninkrijk om tot een oplossing van de koningskwestie te komen. Zweden kwam niet naar de bijeenkomst, maar de Denen slaagden erin om met de Noren een overeenkomst te sluiten, waarna Johan ook koning van Noorwegen werd. Op 18 mei 1483 werd Johan tot koning van Denemarken gekroond in Kopenhagen, enkele maanden later (20 juli) gevolgd door de kroning in Trondheim, Noorwegen.

Johan hoopte dat Zweden eenzelfde overeenkomst zou sluiten, maar er waren geen tekenen die erop wezen, dat de Zweden zouden gaan kiezen voor de nieuwe koning Johan, hoewel de meningen in Zweden zelf verdeeld waren.

In zijn poging om het land te veroveren sloot Johan in 1493 een verdrag met Ivan III, de grootvorst van Moskou (1462-1504). O.a. door toezegging van gebiedsuitbreiding in Finland hadden de Russen ingestemd een conflict te veroorzaken met de Zweden, hetgeen dan ook in 1495 leidde tot een Russisch-Zweedse oorlog

Met behulp van de Zweedse adel hield Johan in 1497 een korte, maar effectieve militaire campagne en versloeg daarbij de Zweedse regent. Johan was vergevingsgezind en schonk de Zweedse opstandelingen gratie. Op 26 november 1497 liet hij zich tot koning kronen. Johan hield zich echter niet aan zijn beloften van gebiedsschenkingen aan de Russen. De weerstand binnen Zweden bleef echter bestaan. Al in 1501 werd Johan weer afgezet en andermaal opgevolgd door regent Sten Sture de Oudere. Na diens opvolging door Svante Nilsson als regent in Zweden verbeterde de situatie allerminst. Zelfs de Deense adel mengde zich in het conflict. In 1509 werden de Nederlanden verzocht te bemiddelen in het conflict. Hieruit kwam een merkwaardige overeenkomst voort: Johan werd erkend als (ongekroonde) koning van Zweden, maar mocht Zweden (met name Stockholm) niet in. Het feitelijk bestuur bleef bij de Zweedse regent. In de periode 1510-1512 probeerde Johan nog eenmaal de macht te verkrijgen, maar bereikte slechts een status quo.

Johan probeerde zijn positie tegenover de adel te versterken door de burgerij in de gelegenheid te stellen hogere posities te bekleden (inclusief raadgevers van instanties) wat voorheen alleen voor de hoogste klasse was weggelegd. Dit zette veel kwaad bloed bij de Deense adel. 

Johan wilde ook de macht van de Hanze breken. De macht van de Hanze was in die tijd al tanende. Dit was een gevolg van de verandering in handelsroutes waarbij het centrum van de handel zich meer en meer ging concentreren rond de Noordzee. Toch was het er Johan alles aangelegen om de macht van de Hanze te breken. Vooral de macht van de stad Lübeck was hem daarbij een doorn in het oog. In het conflict met Zweden had deze Hanzestad keer op keer de zijde van de Zweden gekozen, zo ook na de afzetting van Johan in 1501. Toen Johan in 1510 voor het laatst optrok tegen Zweden, maar ook Lübeck, resulteerde dit in een nederlaag voor de Hanzestad. Politiek werd dit voor de stad een zware tegenslag, maar vooral economisch; Lübeck werd opgedragen een boete van 30.000 gulden te betalen.

Johan liet een sterke oorlogsvloot bouwen, die al in 1510-1512 haar eerste succes boekte tijdens het conflict met Zweden en Lübeck.

Bij de opvolging van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein was tijdens het verdrag van Ribe bepaald, dat vertegenwoordigers van de adel van beide gebieden een nieuwe hertog zouden kiezen uit de zonen van de vorige hertog. De keuze was daarbij gevallen op de broer van Johan, Frederik. Deze keuze kreeg ook de steun van zijn moeder. Door persoonlijke bemiddeling bewerkstelligde Johan dat hijzelf en Frederik beiden tot hertog van Sleeswijk en Holstein werden benoemd. In 1490 ontstond echter een breuk in het bestuur en werd het gebied verdeeld tussen de broers.

In 1500 mislukte de poging van Johan om Dithmarschen (nu een district in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein) bij Denemarken in te lijven. De Denen beschouwden het gebied al als een Deens gebied, maar Dithmarschen had zich sinds jaren al uitgeroepen tot een onafhankelijke boerenrepubliek. Om de weerstand van de inwoners te breken had Johan met behulp van Duitse huurlingen een offensief gestart, maar werd in de val gelokt, doordat de inwoners de dijken doorstaken waardoor de enige, smalle toegangsweg onbegaanbaar was.

Na zijn dood werd Johan begraven in de St. Knuds kerk in Odense, waar zijn vrouw een grafmonument voor hem liet oprichten.

Denemarken (1513 - 1588)

Gemaakt: 15-09-05, Laatst bijgewerkt: 15-02-10

colofon