2956

Tang Dynastie (712 - 779)

Tang-dynastie (649 - 712)
De periode van die restauratie (710 - ca. 750) geldt als de tweede grote bloeiperiode (na het "heroïsche" tijdperk van Taizhong (626 - 649) van de Tang, met militaire expansie en culturele bloei. 

Li Longji (postume keizersnaam Xuanzong ( 712 - 756)

Onder keizer Xuanzong, de zoon van Ruizong, bereikte de Tang-dynastie - en daarmee in zekere zin de hele Chinese geschiedenis - haar culturele hoogtepunt. Tijdens zijn regering werd de hoofdstad Chang'an (het huidige Xi'an in de provincie Shaanxi) uitgebouwd tot de meest kosmopolitische stad ter wereld en als eindpunt van de Zijderoute het centrum van een geweldig handelsimperium.

Het verder oostelijk gelegen Luoyang (in de huidige provincie Henan) werd de tweede hoofdstad van het rijk.

In 751 leed zijn leger een zware nederlaag tegen het Islamistische Abssasidenrijk. Van de gevangenen die de Abassiden maakten leerden zij de geheimen van het papier en van de zijde. Hetzelfde jaar slaagden de Oejgoeren er na zeven jaar in de Chinese bezetter uit Oost-Turkestan (Xinjiang) te verdrijven.

Links: de oude stadsmuren van Chang'an
Xuanzhon was de meest geliefde van alle Chinese keizers. Hij begon met orde op zaken te stellen aan het hof. Onbetrouwbare figuren werden verbannen of terecht gesteld. Luxe zoals het dragen van juwelen of geborduurde kledij aan het hof werd verboden. Belangrijke posten werden niet meer toevertrouwd aan leden van de keizerlijke familie of hun aanverwanten maar eerder aan bekwame mensen, ongeacht hun rang of stand. Orde werd hersteld in alle provincies en de welvaart kwam terug. Xuanzong was een zacht en zeer geliefd man met grote liefde voor kunst en poëzie.

Rechts: donkerrood de huidige Chinese provincie Xinjang (= Nieuwe grens), waar de nu Islamitische Oejgoeren nog steeds de grootste bevolkingsgroep vormt.

Op 55-jarige leeftijd werd hij verliefd op de vrouw van een van zijn zonen, de mooie Yang Guifei, die haar echtgenoot verliet en het keizerlijk paleis kwam bewonen als daoistische priesteres. Xuazong, moe van regeren gaf zich volledig aan haar over en Yang's familie kreeg grote invloed aan het hof. Yang Guifei was mooi en origineel. Ze kleedde zich op een voor die tijd uitzonderlijke manier en al vlug vergat de keizer zijn politiek van zuinigheid aan het hof en nam 700 kleermakers in dienst om de kledij van zijn geliefde te verzorgen. Ook haar haartooi en " make-up " was ongewoon. Ze werd symbool voor schoonheid in gans China en bepaalde "de mode" in aristocratische middens. Bij terracotta verzamelaar is ze nu bekend als " fat lady ".

De militaire expansie had geleid tot de toenemende macht en zelfstandigheid van (ten dele niet-Chinese) legerleiders in de grensprovincies, hetgeen spanningen opriep tussen het politieke centrum van het keizerlijke hof in Chang’an en deze legerleiders, welke de Tang tot de rand van de afgrond zouden brengen. De intriges aan het hof konden , om wat voor redenen dan ook, niet door de keizer c.s. worden bedwongen. Het centrum beschikte over onvoldoende militaire macht onder haar directe controle. 

Tijdens de laatste jaren van de lange regering van Xuanzhong begon de glans van de dynastie te verbleken. De keizerlijke macht begon te verslappen: de hovelingen verwierven zich een groeiende invloed en tenslotte ontaardde dit in een regelrechte machtsstrijd om de troon. Intrigerende hovelingen maakten zich meester van de gunst van de oude keizer. De meest prominente hiervan was de jonge en blijkbaar onweerstaanbare keizerlijke concubine, Yang Guifei. De keizer had alles voor haar grillen over. In de ogen van de traditionele Chinese geschiedschrijving is zij de belichaming van de beginnende degeneratie van de Tang-dynastie en de oorzaak van alle ellende die nog volgen zou. Onder haar protectie kwamen dubieuze lieden op, die de macht langzaam maar zeker uit handen van de keizer roofden. De meest beruchte onder hen was An Lushan, een jonge en machtige generaal van Turks-Sogdiaanse afkomst, die in 751 in de gunst van Yang Guifei kwam te staan. Dankzij haar klom hij op tot de hoogste kringen aan het hof en op een gegeven ogenblik werd hij belast met het commando over de beste troepen van de keizer. Dit was voor An Lushan niet voldoende. Al vlug deden allerlei geruchten aan het hof de ronde, maar de keizer bleef blind.  Ondertussen kreeg China weer last van stammen in het noorden. De sterke opkomst van de Islam gaven de noordelijke stammen nieuwe impulsen en aan de grenzen volgde de ene Arabische overwinning op de andere. Ook de Tibetanen kwamen China bedreigen. In 751 waren ze zo ver op Chinees grondgebied doorgedrongen dat de zijderoute werd afgesloten. Voor China was daarmee de toegang tot India en het westen afgesloten. 

De An Lushan-opstand (755 - 766)  
Voor de keizer telde enkel nog zijn liefde voor Yang Guifei. Ondanks eerdere waarschuwingen van vertrouwelingen liet het hof zich volkomen verrassen toen An Lushan in 755 een massale opstand ontketende en zich uitriep als nieuwe keizer ( hij werd door de geschiedschrijvers nooit erkend als keizer ). Met zijn troepen veroverde An Lushan Luoyang en in hoog tempo rukte hij op naar de hoofdstad Chang'an. De opstand zou uitlopen op een vernietigende burgeroorlog. De bevolking van China slonk van 53 miljoen in 754 tot 17 miljoen in 764. Dat zegt genoeg.
In wanorde verliet de keizer met  Yang Guifei, de keizerlijke familie en zijn hofhouding de hoofdstad en vluchtte richting Sichuan. Deze smadelijke vlucht is vaak in literaire werken beschreven en in beeld gebracht. Onderweg werd de keizer met zijn gevolg echter door buitenlands troepen overvallen. Een groot deel van de keizerlijke escorte werd gedood en om vrijgeleide te krijgen op zijn verdere route werd ook de dood van Yang Guifei geëist. Gebroken gaf de keizer de opdracht om haar te wurgen met een zijden sjaal in een nabije pagode. An Lushan had inmiddels de hoofdstad veroverd. Xuanzhon trad af als keizer ten gunste van zijn zoon Suzong, die met hulp van Oeigoerse en Tibetaanse troepen
de opstand tenslotte in 766 wist neer te slaan. An Lushan was hiervoor reeds door moord omgekomen.

De An Lushan-opstand telt als hèt keerpunt in de politieke geschiedenis van de Tang: daarna gaat het met de dynastie als politieke macht bergafwaarts, al blijft het als ritueel-symbolisch systeem tot 907 bestaan. Dit politieke verval betekent echter niet dat het met de economie slecht ging, want door de verzwakking van het centrum bleef meer van het plaatselijke surplus in de regio’s hangen en dit kwam met name de ontwikkeling van het zuiden zeer ten goede.

Al in de eerste helft van de Tangperiode hadden de regionale militaire leiders grote macht, vooral in de grensgebieden. Door het bedwingen van de opstand van An Lushan werd hun positie nog veel sterker. Het hele rijk werd verdeeld in een aantal militaire gebieden waar de regio­nale commandanten vrijwel onafhankelijk de macht uitoefenden, met inbegrip van de inning van belastingen. 

Li Heng, postume keizersnaam Suzong, de zoon van Xuanzong (756 - 762) hield zich voornamelijk bezig met het heroveren van zijn keizerlijk paleis op zijn rivaal An Lushan en de onderdrukking van diens opstand. Zijn zoon Li Yu, postume keizersnaam Daizong, de zoon van Suzong (762 - 779) liet veel macht over aan de plaatselijke heersers. De ene opstand volgde de andere met nefaste gevolgen. 

 Tang dynastie (779 - 859)

Laatst bijgewerkt: 22-07-05

colofon