5672

Stadsmuren en -poorten van Amsterdam

Amsterdam (1400-1500); Nieuwe stadspoorten en torens (17e eeuw)

In 1481 werden in opdracht van keizer Maximiliaan van Oostenrijk de grachten aan de buitenrand van de stad (aan de oostzijde de Gelderse Kade en de Kloveniersburgwal en aan de westzijde het Singel ) verbreed. Aan de binnenkant van deze grachten werd een zware stenen stadsmuur gebouwd met poorten, waltorens en een rondeel. (z. ook belegering)

Het Rondeel

Het Rondeel werd gebouwd op de oostelijke oever aan het eind van het Rokin

rechts: De toren Swych Utrecht vlak vóór de afbraak in 1882

Van deze omwalling bestaat nu nog de Schreierstoren (gebouwd ca. 1487), gebouwd op een vooruitgeschoven punt in het Y (het Camperhoofd). Deze toren diende voornamelijk als herkenningspunt voor de schepen. Vanaf die plaats vertrokken ook de meeste grote schepen. 

Om de Lastage te beschermen tegen een vijandelijke aanval vanuit zee werd in 1522 de Montelbaanstoren gebouwd. 

Onder: Gezicht op de Kalkmarkt met de Montelbaanstoren op de achtergrond, geschilderd dor Johannes Christiaan Klinkenberg

Voor de toegang tot de stad werden er een aantal stadspoorten gebouwd: de Anthoniespoort (1488), de Regulierspoort (onderkant van de huidige Munttoren). Over het Singel bij het Kattegat en de Stromarkt lag de Haarlemmerpoort. Deze poort werd in 1600 tegelijk met de oude stadsmuur gesloopt. 

Links: De overval op de Haarlemmerpoort door de Watergeuzen. Deze prent geeft een goed beeld van het Middeleeuwse Amsterdam.

Ter hoogte van het tegenwoordige Rembrandtplein werd in de 16e eeuw een tweede Regulierspoort gebouwd. Deze was echter geen lang leven beschoren. 
De derde Regulierspoort werd in 1655 gebouwd en sierde het plein ruim twee eeuwen lang. De poort moest in 1874 worden afgebroken. twee jaar later kreeg het plein zijn huidige naam. Daarvoor heette het Reguliersweg, Reguliersplein en Reguliersmarkt.

rechts: Regulierspoort

Via de Jan Roodenpoort kwam je bij de tuinderijen en slagerijen buiten de stad. De Korstjespoort  

In 1585 meende men dat de stadsmuur geen goede verdediging meer vormde tegen de Spanjaarden. Daarom bouwde men een nieuwe, modernere versterking evenwijdig aan het Singel op enige afstand ervan. Deze versterking had een aarden wal, die beter dan een stenen muur bestand was tegen het verbeterde geschut. Zwaar geschut kon een muur, vooral aan de onderzijde, vlak boven de stadsgracht, zo beschadigen, dat een heel stuk muur instortte. Bij aarden wallen was dit gevaar minder groot omdat kanonskogels dan in de aarde terechtkwamen. Sinds 1585 was de steden muur langs het Singel dus geen buitenmuur meer en had geen verdedigende functie meer. Hij had wel een andere functie: onder de bogen woonden ontelbare arme mensen. Kort na 1600 werd deze oude muur gesloopt. De arme boogbewoners zochten toen een onderkomen in de kelders van de huizen in de binnenstad, in pothuizen, paardenhooikisten of gewoon in de open lucht. 

Ter hoogte van de Herenmarkt werd direct na 1578 een bolwerk opgeworpen om de stad goed te kunnen verdedigen tegen de Spanjaarden, die nu immers vijanden waren geworden. Om een aanval vanuit het zuiden onmogelijk te maken, werd er een gracht gegraven (Brouwersgracht). Zeven jaar later werd ter hoogte van de Herengracht ook een nieuwe versterking gebouwd. Deze sloot aan op een vooruitspringend bolwerk (nu Herenmarkt).

 

laatst bijgewerkt: 21-02-06

colofon