2782

Griekenland (700 - 600 v. Chr.)

Griekenland (800 - 700 v. Chr.)

De emigratie was in de achtste eeuw nog betrekkelijk onbeduidend, maar nam in de 7e eeuw, sterk toe, toen handel en industrie plotseling een geweldige vlucht namen. Dit berustte weer op de omstandigheid dat gouden en zilveren munten in die tijd als betaalmiddel in omloop begonnen te komen en de verkoop tegen contant geld langzamerhand in de plaats kwam van de oude omslachtige ruilhandel. In de Homerische gedichten wordt de waarde van alles op zo en zoveel ossen geschat. Een bronzen ketel is bijvoorbeeld een os waard, een flinke slavin vier ossen. De onmiddellijke voorgangers van de munten waren gouden of zilveren staven of tot een spiraal gewonden draden, waarvan men bij koop en verkoop een bepaald stuk afhakte. Maar wat een moeite om bij iedere kleine transactie toetssteen en weegschaal te moeten gebruiken! De geniale uitvinding van de geslagen munten had een revolutionair effect op de economie in die tijd. Die uitvinding werd rond 700 v. Chr. gedaan, volgens Herodotus in Lydië. 

Het is echter even waarschijnlijk dat de geslagen munten voor het eerst in de Griekse kuststeden werden gebruikt, misschien in Milete. De oudste munten waren langwerpig, maar mettertijd naderden zij meer tot de cirkelvorm. De oudste Lydische munten waren van elektron, een legering van goud en zilver.In ieder geval verspreidde de nieuwe vinding zich zowel naar de Ionische handelssteden als naar die van het Griekse moederland. Daar ontwikkelde zich weldra een zuiver monetaire economie. De oude natura-economie bleef nog wel voortbestaan, in landinwaarts gelegen staten als Sparta, waar de landbouw overheersend was.

De opkomst van het muntwezen moet er mede de oorzaak van zijn geweest, dat in de zevende eeuw een geweldige stroom mensen over de Middellandse Zee en de Zwarte Zee trok en een sterke hellenisering van de kusten van deze zeeën tot stand bracht. De grote landverhuizingen in de achtste, zevende en zesde eeuw voor Chr. zijn wel de Tweede Griekse kolonisatie genoemd, dit ter onderscheiding van de trek uit het Griekse moederland, die door de Achaeïsche en Dorische volksverhuizingen teweeg was gebracht (hoewel dit geen kolonisatie was, maar een vlucht uit het vaderland).

In de tweede helft van de 7e eeuw begonnen de Grieken de Thracische kust te koloniseren. De Griekse stadsbewoners in Klein-Azië koloniseerden vooral de kusten van de Propontis (Zee van Marmara) en de Pontus (Zwarte Zee), ook Sicilië en Zuid-Italië, de kust van Zuid-Frankrijk en Noord-Oost-Spanje werden gekoloniseerd ( Griekse koloniën). 
De Grieken werden een zeevarend volk en voelden zich aan zee en op zee in hun element. De bossen op de berghellingen weerklonken van de bijlslagen; er werden vlotten gebouwd; de brede, zwaar beladen vrachtschepen wiegden traag op de golven, terwijl de smalle, lichte oorlogsschepen als het ware over het water vlogen. Hun taak was het beschermen van de handel - of de zeeroverij! Niet alleen de inwoners van het moederland namen deel aan de nieuwe kolonisatie, maar ook de oude Ionische koloniën in Klein-Azié.
Milete (Miletus) was wat dat betreft de meest actieve stad. Deze stad stichtte niet minder dan negentig nieuwe steden!

Athene ging met de Attische steden een politieke eenheid vormen. Eerste geslagen munten in de Griekse kuststeden in Klein-Azië (mog. Miletus), begin van de tweede Griekse kolonisatie 

Griekenland (600 - 500 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 13-05-03

colofon