2784

Griekenland (500 - 400 v. Chr.)

Griekenland (600 - 500 v. Chr.)
  In 499 v. Chr. kwamen de Ionische steden die zich in 513 v. Chr. bij de Perzische invasie in Griekenland aan de Perzen hadden moeten onderwerpen tegen hun overheersers in opstand. Ze kregen daarbij steun van Athene en Eritrea. Deze Ionische opstand was het begin van de Grieks-Perzische Oorlogen.( Perzische rijk (499 - 482); Slag bij Marathon (490 v. Chr.); Slag bij Themopylae (480 v. Chr.)

Na afloop van de Perzische oorlogen kwamen de staten die door de Perzische expansiepolitiek bedreigd waren, in 477 v.Chr. samen op Delos om als tegenhanger van de Peloponnesische Bond een militair samenwerkingsverbond te sluiten met het doel onderlinge hulp te verstrekken tegen de dreiging van de Perzen. De conferentie was er gekomen onder impuls van de Atheense bevelhebber Aristides. Het bondgenootschap staat bekend als de Delische bond of de Attische Delische Zeebond. De leiding van de Delische Bond werd toevertrouwd aan Athene, omdat het de machtigste vloot bezat. Van bij de aanvang werd overeengekomen dat het bondgenootschap niet tegen Sparta gericht was en evenmin een machtsinstrument van Athene mocht zijn. De bond werd georganiseerd als een permanent genootschap, zowel defensief als offensief. Het eiland Delos werd gekozen als centrum en zetel van de vergaderingen, waarbij Athene evenals de andere lidstaten (spoedig meer dan 150!) slechts één stem had. De lidstaten verplichtten zich ertoe schepen ter beschikking stellen ofwel een evenredige financiële bijdrage te leveren. 

In de praktijk was het toch Athene die de dienst uit maakte en werd de Delische Bond geleidelijk aan misbruikt als instrument voor de uitbouw van een Atheens imperium. De kleinere lidstaten bleef doorgaans geen andere keuze dan het machtige Athene in alles te volgen. Oppositie en afvalligheid werd niet geduld, en zelfs als verraad afgestraft. Toen Athene in 454 v.Chr. onder impuls van Pericles eenzijdig besloot de bondsschat binnen haar eigen stadsmuren in veiligheid te brengen, werd het duidelijk dat de "supermacht" Athene de leiding had overgenomen. Jaarlijks werd er een contributie van 1.000 talenten geëist. Lidstaten die zich hiertegen verzetten, verloren zelfs bij geringe verdenking hun zelfstandigheid. Athene kon het zich permitteren eenzijdig de bondsbijdrage te verhogen en de contributie aan te wenden voor eigen doeleinden (o.m. voor de realisatie van grootscheepse bouwwerken op de Acropolis, en andere infrastructuurwerken). Dit arrogante imperialisme van Athene was de hoofdoorzaak van de Peloponnesische oorlog, die in 404 v.Chr. eindigde met de volledige nederlaag van Athene, dat daarbij zijn controle over Delos verloor vanwege de opheffing van de Attisch-Delisch Bond. 
Peloponnesische oorlog (431 - 404 v. Chr.) 

In 431 brak de Peloponnesische oorlog uit tussen Sparta en Athene en met hun wederzijdse bondgenoten. Het gehele verloop van de oorlog en de achtergronden staan goed beschreven in "De Peloponnesische Oorlog" van de Atheense legeraanvoerder en geschiedschrijver Thucydides (460 - 400). Vrijwel geheel Griekenland was in twee kampen verdeeld. Veelal waren er in de afzonderlijke staten elkaar met bitterheid bestrijdende partijen. Moreel verval was aan de orde van de dag. Het was een lange en afmattende oorlog (met onderbrekingen af en toe) tussen beide Griekse grootmachten, de aristocratische landmacht Sparta (met zijn bondgenoten) en de democratische zeemogendheid Athene (ook met zijn bondgenoten). Omdat geen enkele Griekse stadsstaat in deze oorlog neutraal en afzijdig kon blijven, kan men dit conflict gerust een kleine "(Griekse) wereldoorlog" noemen. Na afloop van de oorlog kwamen beide partijen zo verzwakt uit de strijd, dat zij geen van beide ooit nog hun vroegere grootheid konden terugwinnen.

De directe aanleiding van de oorlog was het conflict van Kerkyra (Corfu), een kolonie van Corinthe met zijn moederstad dat uitbrak in 433 v. Chr. Kerkyra vroeg en kreeg het de hulp van Athene. Corinthe werd op zijn beurt bijgestaan door de Peloponnesische Bond onder de leiding van Sparta, dat Athene de oorlog verklaarde. Potidaea, een Korinthische kolonie, maar die tot de Delische Bond behoorde zegde eenzijdig het bondgenootschap op, waarop de Atheners de stad belegerden en in 429 v. Chr. "heroverden", tot ergernis van Corinthe en Sparta..

Er waren echter ook dieper liggende oorzaken van het conflict. Allereerst de naijver en frustratie van Sparta en zijn bondgenoten om het groeiende imperialisme van Athene. Na de Perzische Oorlogen, waarin Sparta nochtans de grootse militaire rol had gespeeld, voerde Athene steeds meer een imperialistische politiek en slaagde de stadsstaat erin om de Delische Bond tot een Atheens Rijk uit te bouwen. Daarbij streefden beide grootmachten naar het militaire en economische overwicht in de Griekse wereld. Een tweede diepere liggende oorzaak was de politieke en militaire tegenstellingen tussen de interne staatsregelingen van Athene (democratisch, progressief en zeemacht) en van Sparta (aristocratisch, conservatief en een landmacht), die ieder bij zijn respectieve bondgenoten en aanhangers propageerde.

Verloop van de strijd

Het eerste deel van de Peloponnesische oorlog (431 - 404) wordt ook wel de Archidamische oorlog genoemd, naar de Spartaanse koning Archidamos ll (469 - 427 of 426)

Vanaf 431 v. Chr. hield het Spartaanse leger (onder bevel van koning Archidamos) tien jaar lang verwoestende tochten door Attika, waarbij de Spartanen dorpen platbrandden en de oogst vernielden. Periklès liet Attica over aan de verwoesting en trok de burgerbevolking terug binnen de Lange Muren. Intussen plunderde de Atheense vloot de kusten van de Peloponnesus en bemoeilijkte daardoor de Spartaanse bevoorrading. Zelf ondervond het geen bevoorradingsproblemen door de Piraeus-haven. In 430 v.C. bracht een schip uit Egypte de pest mee, zodat deze ziekte zich snel verspreidde onder de opeengedrongen Atheense bevolking. Athene wilde vrede sluiten, maar Sparta weigerde. De volkswoede keerde zich tegen Perikles, die werd afgezet. Na enkele maanden bleek hij onvervangbaar en werd hij gerehabiliteerd als strategos, maar in 429 v.C. bezweek hij samen met een vierde van de bevolking aan de pest. Periklès werd opgevolgd door Cleon, een voorstander van de harde lijn.

Na Perikles kwam er een nieuw soort democraten, die in de literaire bronnen enigszins laatdunkend werden voorgesteld als demagogoi, 'volksleiders' of demagogen. Zij bleven in grote lijnen trouw aan de politiek van Periklès, maar waren wel pragmatischer ingesteld. Ze waren van lagere afkomst en kwamen uit een ander milieu: Cleon (ca. 431-422 v.C.) had een leerlooierij; Hyperbolos (ca. 425 - 418/417 was een lampenfabrikant; Kleophon (ca. 410-404 v.C.) fabriceerde lieren. Het ging dus vaak om leden van de industriële bourgeoisie, die zelf niet moesten werken en hun fortuin haalden uit één of meerdere ateliers. Ze werden vaak gehekeld door de komedieschrijver Aristophanes. Tegenwoordig worden ze geherwaardeerd als politici die steunden op een veel bredere massa en op een direct contact met het volk. Daarnaast vormden zich ook anti-democratische groepen, namelijk conservatieve aristocraten en kleine boeren die geruïneerd waren door de verwoesting van hun landerijen en een eervolle vrede verlangden. Hun leider Nikias was wijs en eerlijk, maar trad niet doortastend genoeg op. De radicale democraten onder leiding van Kleon anderzijds bevonden zich vooral onder de stadsbevolking, die deels van de buitenlandse handel leefde en imperialistisch was ingesteld, zodat ze tot iedere prijs de oorlog wilden verder zetten.

In 428 onderdrukte Athene een opstand van Mytilene op Lesbos, een lid van Delisch-Attische zeebond, en vestigde er een klerouchia (militaire burgerkolonie). Het ondernam in 427 v.C. een expeditie naar Akarnania en in 427-424 v.C. naar Sicilië. In 425 v.C. landden de Atheners in Pylos in Messene, waar de Spartanen zich terugtrokken op het eilandje Sphakteria. Ze werden geblokkeerd door de Atheners en moesten ten slotte capituleren. Om de 292 gevangenen te redden deed Sparta een aantal zeer gunstige vredesvoorstellen, maar Cleon overtuigde de Atheners om ze af te wijzen. Dit was een belangrijke fout, want in 424 v.C. behaalden de Spartanen een overwinning in Delion in Boiotia. 

De belangrijkste Spartaanse veldheer tijdens de eerste fase van de Peloponneische oorlog was Brasidas. Toch werd Brasidas aanvankelijk belast met minder belangrijke opdrachten. In 424 v. Chr. werd hij uitgezonden naar Thracië om daar aan het hoofd van een Spartaans expeditieleger de Atheense steunpunten aan te vallen. Hij slaagde erin Amphipolis te veroveren, alsook enkele steden in de Chersonesus. Energiek en succesvol als hij was, weigerde hij zich neer te leggen bij de vredesvoorwaarden van Nicias, de Atheens politicus en legerleider, die een eervolle vrede met Sparta nastreefde. Brasidas steunde de opstand van een aantal steden tegen Athene en versloeg in 422 de tegen hem uitgestuurde Cleon in een verrassingsaanval tegen Amphipolis, maar raakte tijdens de vijandelijkheden dodelijk gewond en overleed. Ook zijn tegenstander Cleon kwam hierbij om het leven.  

Periode van de Niciasvrede (421 - 413).

Zowel in Athene als in Sparta kregen nu de gematigde groepen de bovenhand. In 421 v. Chr. wist Nicias een wapenstilstand te bewerkstelligen, die echter voor een groot stuk dode letter bleef. Lokaal bleef het tot schermutselingen en wreedheden leiden. De Atheense tocht naar Sicilië (415-413 v. Chr.), met als doel het westelijke bekken van de Middellandse Zee te beheersen, bracht opnieuw een grote ramp over Athene. De wispelturige staatsman Alkibiadès wilde op Sicilië enkele Griekse steden helpen tegen Syracuse, hopend daardoor zelf grote roem te verwerven. Maar de tocht mislukte, Alkibiadès liep over naar Sparta - werd later wéér Atheens vlootvoogd en wéér afgezet - en de Atheense vloot werd vernietigd.

Links: Griekse helm (British Museum London)

Dekeleïsche oorlog (413 - 404)

Er volgden moeilijke jaren voor Athene. In 413 v. Chr. bezette een Spartaans leger de Attische grensgemeente Dekéleia. Om de strijd met succes voort te kunnen zetten was moest de Spartaanse vloot flink te worden uitgebreid. De Perzische koning dacht met goud te bereiken wat zijn voorgangers Darius en Xerxes met wapens niet had was gelukt en bood Sparta financiële hulp aan. Sparta aanvaardde die ook al was   Darius ll erfvijand nr. 1!!.Het begon er nu slecht uit te zien voor Athene. Een mislukte poging tot een staatsgreep in 411 v. Chr. verzwakte de democratie. Tenslotte werd in 405 v. Chr. de Atheense vloot door de Spartaanse admiraal Lysandros bij de Hellespont verslagen. Athene moest zich overgeven, de Delische Zeebond moest worden ontbonden en Athenes vestingwerken en de Lange Muren moesten worden afgebroken. Athene was gekortwiekt; Sparta nam de hegemonie over.

Rechts: De Griekse geschiedschrijver Herodotus (voor 480 v. Chr. - na 430 v. Chr.) moest ten gevolge van een mislukte poging de tiran Lygdamus te verdrijven, zijn geboorteplaats Halicarnassus verlaten. Eerste vertoefde hij op Samos en later gedurende ruime tijd in Athene, waar hij met Sophocles bevriend was.

In Olympia werd een kolossale tempel gebouwd ter ere van de god Zeus, waar de Grieken na iedere militaire overwinning aan deze god geschenken brachten in de vorm van bronzen helmen, schilden, kurassen en schild- of beenplaten, die zij op hun vijanden hadden buitgemaakt. 

Griekenland (400 - 200 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 28-03-07

colofon