3854

Parthische rijk (Parthia) (57 v. Chr. - 4 n. Chr.)

  Parthische rijk (91 - 57 v. Chr.)  

Orodes (Hyrodes) ll (57 - 37 v. Chr.) Mithridates lll (58 - 57 v. Chr.)

Na de moord op Phraates ll in 57 v.Chr. werd Orodes Als oudste zoon van Phraates werd Orodes als zijn opvolger gekroond. Mithridates legde zich daar echter niet bij neer en kwam in opstand tegen zijn broer. Hij had zijn machtsbasis in Medië en bezat het westelijk deel van het Parthische rijk. Hij regeerde echter met harde hand, waardoor hij snel de steun van de Parthische aristocratie verloor.

In 55 v.Chr. vluchtte hij naar Syrië, waar hij de bescherming zocht bij de Romeinse proconsul Aulus Gabinius. Op Mithridates' verzoek zegde Gabinius aanvankelijk toe samen met hem ten strijde te trekken tegen Orodes, maar toen Ptolemaeus XII Auletes hem voor 6000 talenten zilver vroeg hem te helpen de Egyptische troon te bemachtigen, trok Gabinius zijn steun aan Mithridates in. Daarop verzamelde Mithridates zijn eigen legers en trok hij zonder Romeinse steun Parthië binnen. In de strijd die volgde kreeg Orodes' generaal Surenas echter al snel de overhand. Mithridates zag zich gedwongen naar Babylon te vluchten. Surenas sloeg echter het beleg om de stad. Vertrouwend op de broederband besloot Mithridates zich aan Orodes over te geven, maar Orodes gaf het bevel hem ter plekke ter dood te brengen.

rechts: Mithridates lll

In 53 v.Chr. trok Marcus Licinius Crassus met een groot Romeins leger op naar Parthië, volgens Romeinse geschiedschrijvers uit eerzucht. Tegelijkertijd werden de Parthen aangevallen door de Armeniërs, waardoor zij gedwongen waren op twee fronten strijd te leveren. Orodes besloot zijn leger te verdelen. Zelf voerde hij de infanterie aan die ten strijde trok tegen de Armeniërs. Surenas gaf hij het bevel over de cavalerie, die tegen de Romeinen zouden strijden.

rechts: Orodes

Surenas' leger, dat slechts bestond uit 10.000 mannen (tegenover 40.000 Romeinen), ontmoetten de Romeinse troepen dicht bij Carrhae. In de veldslag die daarop losbarstte (slag bij Carrhae) vuurden de Parthishe ruiters een regen van pijlen op de Romeinen af. Kamelen werden ingezet om telkens nieuwe pijlen voor de ruiters aan te voeren. Vanwege de sterke bogen hadden de pijlen zo'n kracht dat ze de pantsers van de Romeinse legionairs konden doorboren. Bovendien lokten de Parthen de Romeinen in een hinderlaag doordat zij veinsden zich terug te trekken, maar zich dan plotseling omdraaiden en begonnen te schieten (Parthisch schot). Surenas' troepen richtten een grote slachting aan, waardoor de Romeinen verpletterend verslagen werden. Marcus Licinius Crassus en zijn zoon en medebevelvoerder Publius Crassus werden gedood. De Romeinse legerstandaards werden buitgemaakt, wat door Romeinen als een grote blamage werd ervaren. Dankzij de Parthaanse overwinning op de Romeinen kwamen de landen ten oosten van de Eufraat  in handen van de Parthen. 

Orodes ll pleegde op dat moment een invasie in Armenië en dwong koning Artavasdes ll (55-34), zich tegen de Romeinen te keren. 

Het jaar daarop vielen de Parthen Syrië binnen, maar dit keer had Surenas minder succes. Zijn aspiraties maakten hem voor Orodes iets te gevaarlijk, waarop deze hem liet vermoorden. Daarop werd Orodes' jongste zoon Pacorus, door Cassius in 51 v. Chr. verslagen. In de rumoerige tijd van burgeroorlog (z. Rome (100 - 44 v. Chr.) streden de Parthen eerst aan de kant van Sextus Pompeius en daarna van Decimus Brutus en Cassius, maar ondernam geen actie tot 40 v. Chr. toe Pacorus met steun van de Romeinse overloper Titus Labienus, een groot deel van Syrië en Asia Minor veroverde. In 38 v. Chr. werd hij echter verslagen en gedood door Ventidius. Orodes was diep getroffen door de dood van zijn dappere zoon, Hij wees zijn zoon Phraates aan als zijn opvolger, maar werd speodig daarna door deze gedood. 

Ook Orodes had tegen de Armeniërs de overwinning behaald, maar de grootste eer ging dankzij zijn overwinning bij Carrhae naar Surenas. Omdat Orodes vreesde dat Surenas zich wel eens tegen hem zou kunnen keren, liet hij hem in 52 v.Chr. ter dood brengen.

Nu Parthië had bewezen de Romeinen de baas te zijn, verlangde Orodes naar meer. Terwijl hij zelf het bestuur van het rijk voor zijn rekening nam, stuurde hij zijn oudste zoon en beoogd opvolger Pacorus naar Syrië om zo het Parthische rijk uit te breiden. Zijn veldtochten in 51 en 50 v.Chr. leverden echter slechts een tijdelijke bezetting van delen van Syrië op. Cassius Longinus wist Pacorus beide keren uit Syrië te verdrijven.

In 40 v.Chr. liep, in de nasleep van de slag bij Philippi (Macedonië) in 42 v.Chr. tussen Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus) enerzijds en Brutus en Cassius (de moordenaars van Julius Caesar) anderzijds, de Romeinse veldheer Quintes Labienus over naar de Parthen. Orodes plande nu een nieuwe veldtocht naar het westen, onder aanvoering van Pacorus en Labienus. Phoenicië, Cilicia en een groot deel van Klein-Azië werden veroverd. In Judea zette Pacorus de Romeins gezinde Hyrkanus II en stelde hij Antigonus als koning aan. In 39 trok Publius Venditius echter op last van Marcus Antonius op tegen de Parthen. Hij heroverde de gebieden ten westen van de Eufraat. Labienus en Pacorus sneuvelden (38 v.Chr.). Orodes was zeer aangeslagen door de dood van Pacorus. Na een rouwperiode benoemde hij Phraates IV, zijn oudste toen nog levende zoon, als zijn nieuwe opvolger. Kort daarna vermoordde Phraates zijn vader en zijn andere broers en greep hij de macht.

Phraates lV (37 - 2 v. Chr.)

Na de moord op zijn vader liet Phraates lV ook nog al zijn dertig broers ombrengen. In 36 v. Chr. werd Phraates lV aangevallen door de Marcus Antonius, die oprukte naar Armenië en daarna een inval deed in Media Atropatene. Bij Carrhae werd de Romeinse generaal verpletterend verslagen en verloor hij een groot deel van zijn legermacht. Antonius die vond dat hij door Artavasdes ll van Armenië was verraden viel in 34 v. Chr. zijn rijk binnen en nam de Armeense koning gevangen en sloot een verdrag met een andere Artavasdes, de koning van Atropatene, een koninkrijk dat voorheen deel uitmaakte van Medië.

Daarna raakte Marcus Antonius na zijn huwelijk met Cleopatra Vll van Egypte verwikkeld in de strijd tegen Octavianus. Hij kon zijn veroveringen niet handhaven, waarvan Phraates gebruik maakte en Atropatene veroverde. Artaxes (Artaxias), de zoon van Artavasdes werd verdreven naar Armenië. Maar zijn vele wreedheden hadden bij zijn onderdanen grote weerzin gewekt. Zij kwamen in opstand en zetten in 32 v. Chr. Tiridates ll op de troon. Dankzij de Scythen slaagde Phraates er echter in weer op de troon te komen. Tiridates vluchtte naar Syrië. 

De Romeinse bevelhebbers hoopten dat keizer Augustus wraak zou gaan nemen op de nederlaag van Crassus tegen de Parthen, maar in plaats daarvan stelde Augustus zich tevreden met een vredesverdrag, waarbij de Parthen de Romeinse krijgsgevangen vrijliet en de door de Parthen veroverde Adelaarsstandaarden teruggaf. Ook erkenden de Parthen het koninkrijk Armenië als Romeinse provincie. Spoedig stuurde Phraates, wiens grootset vijanden zijn eigen familieleden waren, vij van zijn zonen als gijzelaars naar Rome, om aldus te kennen te geven dat  hij een betrouwbare bondgenoot van Rome was. Onder de gijzelaars bevond zich ook Tiridates lll, die de Romeinen later probeerden als vazal koning aan te stellen (35 n. Chr.). Dit plan was hem ingegeven door zijn Romeinse concubine, later zijn legitieme echtegnote (die hij de "godin Musa" noemde). Musa (Thermusa) was geboren als slavin, en werd Phraates lV door keizer Augustus geschonken in ruil voor de adelaars die Marcus Licinius Crassus in de slag bij Carrhae (53 v. Chr.) had verloren. 

Phraates  en Thermus kregen één zoon, die Phraataces werd genoemd (een verkleiningsvorm van Phraates) en door zijn vader was aangewezen als troonopvolger. 

Tiridates ll viel later Parthië opnieuw binnen. Zijn beeltenis komt voor op enkele munten die dateren uit ca. 26 v. Chr.  met zijn beeltenis en de naam "Arsaces Phioromaios," en aan de andere zij tonen zij de koning, zittend op een troon met de godin Tyche die hem een palmtak aanreikt. Tiridates werd echter spoedig weer verbannen en bracht een zoon van Phraates naar Augustus in Hispania die de jongen aan zijn vader teruggaf  met de benaming "de gevluchte slaaf  Tiridates".

In 2 v. Chr. werd de koning door zijn zoon en echtgenote vergiftigd. 

Musa (Thermusa) en Phraates V (2. v. Chr. - 4 n. Chr.)

Na de dood van Phraates lV regeerden Musa  en Phraates V samen het Parthische rijk. Op hun munten staan zij beiden afgebeeld. Josephus beweerde dat Musa met Phraataces in huwelijk trad. Dit was voor de Parthen een onverteerbare zaak. Zij zetten het koninklijk echtpaar van de troon en boden die aan aan Orodes lll.

Buste van koningin Musa in het Nationale Museum in Teheran, dat in 1939 werd opgegraven door Franse archeologen.

Munt met de beeltenissen van Phraataces en Musa

Parthische Rijk (4 - 100 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 27-09-08

colofon