830 |
Homo Heidelbergensis |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Klik hier voor het frame van de pagina |
Uit de Homo Antecessor die ca. 900.000 - 800.000 jaar geleden naar Europa was overgestoken ontwikkelde zich tijdens de Holstein-Warmteperiode (418.000 - 386.000 jaar geleden) tot een nieuwe menselijke soort: de Homo Heidelbergensis of Mens van Tautavel, genoemd naar de vindplaats Tautavel in de Oostelijke Pyreneeën (Zuid-Frankrijk). Aanvankelijk hield men de Heidelbergmens voor de oudste Europeanen, tot er in Spanje (Isernia en Gran Dolina) nog veel oudere vondsten aan het licht kwamen die behoorden tot zijn voorouder: de Homo Antecessor. | ![]() |
![]() |
![]() |
Boven: de Arago-grot (Caune de l'Arago) Homo Heidelbergensis, die voorheen ook wel archaïsche (Vroege) Homo sapiens werd genoemd is genoemd naar de stad Heidelberg. In de plaats Mauer ten zuiden van deze stad werd in 1907 in een zandkuil een onderkaak gevonden van een hominide die daar ca. 600.000 jaar had geleefd. Later werden werden ook op andere plaatsen fossielen gevonden van de Heidelbergmens, niet alleen in Europa maar ook daarbuiten: (z. Vindplaatsen en vondsten van de Homo Heidelbergensis). Hieruit zou je kunnen concluderen dat de Homo Heidelbergensis zich ook in de noordelijke streken van Europa waagde. Tussen 400 - 300.000 geleden zou deze menselijke soort zich over andere delen van Europa verspreiden en zich daar blijvend vestigden. |
|
In Europa heerste in die periode een warm klimaat, waardoor Afrikaanse diersoorten, zoals olifanten en neushoorns en wellicht ook nieuwe menselijke soorten zich via het Nabije Oosten over Europa konden verspreiden.
Lange tijd gebruikte men in de paleoantropologie termen als archaïsche Homo Sapiens of pre-Neanderthalers om deze groep hominiden te beschrijven die over de hele oude wereld leefde voor de komst van de moderne mens en de Neanderthalers. Nadat er meer en meer van deze fossielen bekend werden zag men dat deze Hominiden zowel trekjes hadden van Homo Antecessor, de moderne mens, maar ook van de Neanderthalers. |
![]() |
In de negentiger jaren besloot men al deze fossielen in een eigen soort te plaatsen: Homo Heidelbergensis. De nieuwe soort omvatte behalve de Petralona en Arago (Tautavel) vondsten, de vondsten in de Sima de los Huesos (de grot van de botten) ook de fossielen uit Afrika . Rechts: reconstructie van het gezicht van een vroege Neanderthaler, aan de hand van de vondsten in de Arago-grot bij Tautavel (Zuid-Frankrijk). Homo Heidelbergensis wordt door veel wetenschappers gezien als de laatste gezamenlijke voorouder van de moderne mens, Homo Sapiens, en de Neanderthaler, Homo Neanderthalensis. |
![]() |
![]() |
Hoewel de moderne mens waarschijnlijk in Afrika is ontstaan, ontstonden de Neanderthalers waarschijnlijk uit de Europese Heidelbergensis populatie.
Na de ontmaskering van de Piltdown-mens, waren er nog maar drie Europese hominiden bekend: Een archaïsche vorm van Homo Sapiens, Homo Sapiens Neanderthalensis (de Neanderthalers) en onze eigen soort Homo Sapiens Sapiens (Cro-Magnonmens). |
Nu betreden we het gebied van de Vervanging/Continuïteit controverse: Is de Heidelbergmens een regionale tussenvorm, of evolueerde Homo Heidelbergensis in Afrika tot de moderne Homo Sapiens Sapiens die vervolgens de andere populaties verving. Homo Heidelbergensis vormt dus de spil van de laatste miljoen jaar van onze evolutie. Sommige Heidelbergensis fossielen hebben trekjes van hun voorouders, de Homo Antecessor, anderen hebben een mix van trekken van de soorten waar zij in evolueerden: Homo Neanderthalensis en Homo Sapiens Sapiens.
Maar er is nog een andere theorie: namelijk dat de Moderne Mens (Homo Sapiens Sapiens) niet is geëvolueerd uit de Heidelbergmens, maar uit de Homo Antecessor, volgens afbeelding rechts. |
![]() |
![]() |
Mens van Tautavel
|
In kleine groepen trokken zij rond in grote gebieden en gebruikten waarschijnlijk toen voor het eerst een soort taal, waarmee zij hun ervaringen en die van hun voorouders en de nodige geografische kennis door konden geven. Of ze contacten hadden met andere groepen is nog een onbeantwoorde vraag. Over de manier waarop er gejaagd werd, wordt verschillend gedacht. | ![]() |
Tussen de verschillende Homo Heidelbergensis-groepen die zich over Eurazië verspreidden, is geen constante uitwisseling van genen geweest en heeft er geen vermenging plaatsgevonden. De groepen waren daarvoor veel te dun gezaaid. Bovendien deden zich op gezette tijden klimaatsveranderingen voor die deze groepen eerder isoleerden dan ze met elkaar in contact brachten. Als die barrières weer vervielen, konden de groepen zich zodanig verder hebben ontwikkeld dat ze niets meer met elkaar te maken wilden hebben: andere gewoonten, ander uiterlijk. Dat verminderde de kans op vermenging. Kwamen de groepen elkaar tegen dan kónden ze dat misschien nog wel, maar de vraag is of het dan nog wel wilden. Daardoor hebben sommige populaties zich heel verschillend ontwikkeld, al bleven ze uit biologisch oogpunt tot dezelfde soort behoren. |
![]() |
Venus van Tan-Tan De Venus van Tan-Tan is een 6 cm hoog beeldje van kwartsiet dat in 1999 gevonden is bij archeologisch onderzoek in de Draa rivier, niet ver van de stad Tan-Tan in Marokko. Het is naar schatting tussen de 300.000 en 500.000 jaar oud, het geslacht is onduidelijk, een hoofd ontbreekt. Evenals het even oude beeldje dat Venus van Berekhat Ram is genoemd behoort het waarschijnlijk tot de oudste voorstellingen van de menselijke gestalte. Er zijn sporen van rode oker op aangetroffen, zodat het ook een van de oudste voorbeelden van kleurgebruik is. Het beeldje wordt vaak ingedeeld bij de prehistorische Venusfiguren hoewel archeologen het niet helemaal eens zijn over wat het is. De ontdekker en zijn aanhangers, onder anderen Bednarik, stellen dat de steen waarschijnlijk al een enigszins menselijke vorm had en dat die vormen alleen maar met een beitel moesten worden geaccentueerd. De pigmenten worden aansluitend geïnterpreteerd als een manier om het menselijke te benadrukken. Maar tegenstanders, onder wie Stanley Ambrose van de Universiteit van Illinois, Urbana-Champaign, zijn van mening dat de steen door natuurlijke processen toevallig deze vorm heeft gekregen.
Tussen ± 300.000 en ± 250.000 geleden - aan het begin de Riss-Saale IJstijd (360.000 - 250.000 jaar geleden) - evolueerde de Homo Heidelbergenis zich langzaam tot Vroege Neanderthalers.Tegelijkertijd verspreidden zij zich vanuit Europa over Midden-Azië. |
![]() |
Venus van Berekhat Ram Op de Hoogte van Golan werd een op een mens lijkende figuurtje gevonden van rode tufsteenachtige kiezelsteen, van 3,5 centimeter lang. Het heeft ten minste drie groeven die er doelbewust met en scherpe steen op moeten zijn aangebracht. Deze groeven accentueren de nek en armen van een vrouwenfiguur. De steen is duidelijk door een mens bewerkt, ook al lijkt hij niet erg op de latere Venusbeeldjes van het Laat-Paleolithicum. Omdat het is gevonden tussen twee aslagen kon worden vastgesteld dat het ten minste 230.000 jaar oud is. Daarmee is dit het oudst bekende voorbeeld van figuratieve kunst. Het moet gemaakt zijn door jager-verzamelaars die Acheuléen-werktuigen gebruikten. Rechts: Venus van Berekhat Ram Laatst bijgewerkt: 15-07-08 |
![]() |