831

 Vindplaatsen en vondsten van de Homo Heidelbergensis 

Homo Heidelbergmens

Het eerste hominide fossiel van de Homo Heidelbergensis - een kaak van 500.000 jaar oud, werd gevonden in 1907 in een zandkuil in het plaatsje Mauer bij de stad Heidelberg in Duitsland.

De onderkaak was groter dan van een moderne mens, maar er was geen kin. Ook werden er stenen gevonden, maar waarschijnlijk waren dat geen werktuigen. 

In Steinheim (Duitsland) werd in 1933 een vrij complete schedel gevonden. Alleen de onderkaak ontbrak. In de bovenkaak zijn verschillende tanden bewaard gebleven. Het hersenvolume was kleiner dan de Swanscombe-schedel (tussen 1200 en 1100 cc). Wel zijn er duidelijke wenkbrauwbogen, maar het achterhoof van de schedel is ronder dan bij de Erectus (Antecessor). Gezicht en tanden zijn ook kleiner, hetgeen goed past in de overgang naar de moderne mens.

In Swanscombe aan de Thames in de buurt van Londen werd de achterkant van een schedel gevonden, die wordt gedateerd op 375.000 jaar. Deze schedel heeft weliswaar enkele primitieve kenmerken maar niet meer het kenmerkende uiterlijk van een Homo Heidelberg-achterhoofd. Het volume wordt geschat op ca. 1300 cc, wat beduidend meer is dan het gemiddelde van de Homo erectus. 

Tautavel (Arago-grot)

In de Caune de l'Arago (Arago-grot) bij Tautavel in de Franse Pyreneeën werden op 22 juli 1971 een schedel, een voorhoofd en verschillende onderkaken ontdekt. De ouderdom wordt geschat op ca. 450.000 jaar. De mens van Tautavel (Arago XXl) was in deze grot na zijn dood bijgezet en werd bedekt door een dierlijk skelet, stenen en steenpuin. Hij werd begraven tezamen met zijn wapens, een speer en enkele stenen gereedschappen. Zijn skelet werd gereconstrueerd uit ca. 75 menselijke overblijfselen die in in onmiddellijke nabijheid lagen. Uit deze reconstructie bleek dat hij ca. 1.65 meter lang moet zijn geweest. De schedel was lang en plat van voren, had een sterk terugwijkend voorhoofd en een sterk naar voren staand aangezicht. Boven de rechthoekige oogkassen was er een zware wenkbrauwboog.

Deze schedel zou gezien de robuuste vormen die van een nog jonge man zijn geweest. De schedelinhoud van deze schedel is 1166 cm3, groter dan die van de Homo Erectus en niet veel minder dan die van een gemiddelde moderne mens. 

Links: schedel van de Mens van Tautavel, gevonden in de grot Arago bij Tautavel. 

Rechts: Caune de l'Arago-grot
In Vértesszöllös (Hongarije) aan de voet van het Gerecse-gebergte in Hongarije werd in 1965 een deel van een achterhoofd gevonden. Eerder had deze vindplaats al een kleine collectie kleine werktuigen opgeleverd. De op deze plaats gevonden schedel is in veel opzichten modern, maar het achterhoofd ziet er nog uit als dat van de Homo Antecessor en het bot is dik. Het hersenvolume is veel groter dan van de oudere Antecessor-vondsten. 
Ook zijn er overblijfselen van vuurstookplaatsen opgegraven, Deze stookplaatsen zijn ca. 350.000 jaar oud.
 Resten van stookplaatsen zijn ook gevonden in Spanje (Torballa en Ambrona) 

In Kreis Artern (oosten van Duitsland) werd een achterhoofd gevonden die met de vondsten in Hongarije veel overeenkomsten heeft. Andere in Europa gevonden hominide fossielen van gelijke ouderdom zijn ofwel slechts fragmenten of zijn schedels die een mengsel vertonen van de homo Antecessor en moderne kenmerken: Prezletice (Tsjechië) en Vergranne (Frankrijk). Deze beide vindplaatsen hebben echter slechts een enkele tand opgeleverd en Boxgrove (Engelse zuidkust: 500-450.000 geleden), Cagny (Noord-West-Frankrijk: 400-300.000 geleden).

Links: vuurstenen vuistbijl, gevonden in  Boxgrove.

 In een grot in Zuid-Frankrijk zijn resten gevonden van een ruwhouten hut, groot genoeg voor meer dan één gezin. Ook in Terra Amata (Frankrijk) en Latamme (Syrië) zijn bewijzen gevonden dat de Homo Heidelbergensis de een of andere vorm van beschutting heeft gebouwd.  In Terra Amata waren dat waarschijnlijk hutten van houten palen die in de grond waren geplant en op de plaats werden gehouden door steenbrokken. 

In 1960 werd er een zeer complete schedel gevonden in het Griekse Petralona, die een beetje het midden hield tussen een Homo Sapiens en een Homo Antecessor, al had de schedel volgens sommigen wat Neanderthaler trekken. Aangezien het geen Antecessor was, maar ook geen Homo Sapiens en al zeker Neanderthaler was, classificeerde men de fossielen maar als "Archaïsche Homo Sapiens". Datzelfde gebeurde ook zo’n beetje met fossielen uit de Arago-grot uit het Franse Tautavel. De vinder, Henry de Lumley, zei dat de fossielen behoorden aan Homo Erectus, anderen zeiden dat het Homo Sapiens waren, maar de meeste mensen zagen ze als archaïsche Homo Sapiens

Nadat speleologen in 1993 in een ondergrondse grot in de Spaanse Siera de Atapuerca 14 km van Burgos menselijke fossielen hadden ge vonden, ging een team Spaanse antropologen door met het doen opgravingen. De grot werd al snel de Sima de los Huesos, de grot van de botten, genoemd aangezien er heel wat fossielen werden gevonden. De fossielen waren voornamelijk van tieners of jonge volwassenen en waren misschien in de grot gegooid als onderdeel van een of ander ritueel? De vondsten werden gedateerd op ongeveer 350.000 jaar oud en hadden trekken van zowel Homo Sapiens Neanderthalensis (Neanderthalers) en de Homo Sapiens Sapiens (Moderne Mens) hoewel ze al met al toch het meest lijken op Neanderthalers), dus misschien stonden ze wel aan de wieg van beide soorten. Samen met de skeletten zijn ook botten van roofdieren gevonden, o.a. van een voorouder van de holenbeer, van luipaarden, lynxen en vossen. Vermoed wordt dat de mensen door een instorting of aardverschuiving om het leven zijn gekomen.

In het voorjaar van 1994 vond een team van engelse antropologen de oudste Engelsman in Boxgrove. Het fossiel een 500.000 jaar oud dijbeen, werd gevonden met een aantal stenen werktuigen (van het Aucheulische type). Het was destijds het oudste Europese fossiel (later werden in Gran Dolina (Spanje) nog oudere fossielen gevonden, die zijn geclassificeerd als Homo Antecessor, de voorouders van de Homo Heidelbergensis).

Fossielen van overgangsvormen van de Homo Heidelbergensis naar Vroege Neanderthaler zijn gevonden in een grot in Griekenland. Hier heeft men een schedel gevonden, compleet met gezicht, die ouder kan zijn dan 400.000 jaar. De schedel heeft enkele klassieke kenmerken van de Homo Antecessor, maar is groter en ronder dan de fossielen uit het verre Oosten.     

In Montmaurin,  in de buurt van Toulouse, Frankrijk, werd slechts een enkele onderkaak gevonden, die veel gelijkenis vertoont met de de Erectus-kaak uit Heidelberg.  

Verder zijn er sporen van menselijk verblijf ontdekt in Bilzingsleben. Deze dateren uit 350-300.000 geleden.

Gereedschappen
Omstreeks 400.000 jaar geleden maakten deze voorouders van de Vroege Neanderthalers al prachtige werpsperen waarmee ze op paarden joegen. 

laatst bijgewerkt: 24-09-02

colofon