5311 |
Venetië (700 - 800) |
![]() |
Venetië ligt op een groep kleine eilanden midden in een lagune (de Laguna Veneta) die al in de tijd van het Romeinse Rijk Venetia werd genoemd. In de oudheid werd het gebied rond de lagune bewoond door de Veneti (niet te verwarren met de gelijknamige stam in Gallië). Deze leefden van de visvangst en het winnen van zout. Ook waren er enige zomerverblijven van rijke Romeinen in de omgeving gevestigd. Vanaf de vierde eeuw vluchtten veel inwoners uit nabijgelegen steden naar de eilanden in de lagune. Aanleiding vormde de constante bedreiging van plunderende en moordende volkeren uit het noorden, waaronder de Visigoten onder |
De eilanden in de laguna kwamen snel onder het gezag van het Oostromeinse of Byzantijnse Rijk en bleven er lang mee verbonden. De lagune-inwoners drongen bij Byzantium aan om de militaire tribunen die hun leefgebied beschermden tegen de constante dreiging van de Longobarden te vervangen door een leider (doge, naar dux, het Latijnse woord voor leider) met meer beslissingsbevoegdheden. Volgens de legende werd Paoluccio Anafesto tot de eerste doge gekozen in 697. Hij staat ook bekend als Anafestus Paulucius, de Latijnse vertaling van zijn naam. Anafesto was een edelman uit Heraclea dat toen de belangrijkste stad van de regio was en werd in 697 tot Doge verkozen, die gezag had over heel het meer rondom Venetië. Hij stond meteen voor twee serieuze taken: het stellen van een einde aan de talloze conflicten tussen de verschillende tribunes, die tot dan over verschillende delen van Venetië hadden geregeerd en het organiseren van de verdediging tegen de Lombarden en de Slaven. Of Anafesto werkelijk bestaan heeft, is niet helemaal zeker. Volgens moderne historici verwijst zijn naam naar de Byzantijnse exarch (bestuurder van een exarchaat = een bestuurlijke eenheid in het Byzantijnse rijk) van Ravennna Paulicius (723 - 727) en waarschijnlijk is hij dezelfde persoon als de Byzantijnse Dux Paulicius die rond 697 de grens bij Heraclea versterkte. De Byzantijnse keizer Leo lll was in conflict gekomen met de paus over het wel of niet mogen vereren van iconen. Zowel joden als moslims en ook christenen in de Aziatische streken van het rijk hadden al lange tijd kritiek uitgeoefend op de Byzantijnse gewoonte om iconen te vereren. Leo was het eigenlijk wel met hun kritiek eens en besloot de kerk van dit 'heidense' gebruik van gesneden beelden te zuiveren. De paus was al onmiddellijk tegen, al was het maar om zijn rivaal de patriarch van Constantinopel een hak te zetten. Om de oprukkende Longobarden onder Orso Ipato regeerde als Doge over Venetië van 727-737. |
Maurizio Galbaio Doge van Venetië (764 - 787) In 764 werd doge Domenico Monegario door de gekozen tribunen tot aftreden gedwongen omdat hij getracht had hun macht in te perken. Maurizio Galbaio werd gekozen als zijn opvolger. Hij bleek al snel een bekwaam leider te zijn. Onder zijn bewind begon de stad weer te groeien en ook economisch ging het beter. Voor een deel kwam dat door de toegenomen slavenhandel. Er werden nieuwe eilandjes bewoonbaar gemaakt, waaronder de moeilijk te bebouwen Rialto-eilanden in het midden van de lagune. Op Olivolo werd in 775 een bisdom gevestigd en begonnen met de bouw van de Sint Pieterskathedraal. Maurizio stelde al bij zijn leven in 775 zijn zoon Giovanni aan als tweede doge en opvolger, die op zijn beurt kleinzoon Maurizio naar voren probeerde te schuiven. Hiermee kwam het beginsel van een verkozen leider op losse schroeven te staan. |
Giovanni Galbaio Doge van Venetië (787 - 804) Giovanni bleek niet de leiderscapaciteiten te bezitten van zijn vader. In zijn tijd was het Frankenrijk een steeds grotere bedreiging van de onafhankelijke positie van Venetië, op papier nog steeds een Byzantijns hertogdom. Rechts: Ontmoeting tussen paus Adrianus en Karel de Grote |
![]() |
Ook de clerus in Venetië was voor een deel pro-Frankisch en om een tegenwicht hiertegen te vormen, trachtte de doge een pro-Byzantijnse bisschop te laten wijden. Hiermee kwam hij in aanvaring met de Patriarch van Grado, die op last van de doge vermoord werd. Dit leidde tot een pro-Frankische staatsgreep. Giovanni en zijn zoon Maurizio -zijn gedoodverfde opvolger- werden door de voormalige tribuun Obelerio Antenoreo gedwongen in ballingschap te gaan. Obelario werd de nieuwe doge. Aan het eind van de achtste eeuw werd de militaire bestuurszetel van de doge verplaatst naar de nederzetting Rivo alto. Deze omgeving bood meer bescherming tegen vijanden. De verplaatsing naar één van de eilanden van het latere Venetië droeg bij aan het ontstaan van een stedelijke eenheid. |
Gemaakt: 16-03-05; laatst gewijzigd 13-01-09 |