5305 |
Italië (1100 - 1200) |
![]()
|
![]() |
![]() Frederik Barbarossa begreep dat de heerschappij over de grote Italiaanse handelssteden voor hem van groot belang was. De Italiaanse stadsstaten waren in voortdurende strijd met elkaar. Tot Frederik werd de ene smeekbede na de andere gericht om als scheidsrechter te komen optreden. Frederik wilde hier graag gehoor aan geven, maar eerst wilde hij hulp bieden aan de paus. In zijn stad was een opstand uitgebroken. Aan het hoofd van een uitgelezen schare ridders uit Duitsland en Bourgondië, het erfland van zijn echtgenote, trok Frederik Barbarossa in 1154 naar Rome om de paus bij te staan.Tijdens zijn opmars door Lombardije joeg hij de bewoners van Milaan en andere kemphanen de schrik aan door bijna alle burchten die in de tijd van de burgeroorlogen verrezen waren te slopen. |
Zijn optreden tegen Milaan en haar bondgenoten oogstte grote bijval van de Lombardische steden Pavia, Cremona en andere Lombardische steden, wier burgers een vlammende haat koesterden tegen de Milanezen. Milaan zelf, de machtigste van alle Noord-Italiaanse steden en haar bondgenoten waren sindsdien Frederiks doodsvijanden. In de universiteitsstad Bologna echter liet hij zich van zijn meest beminnelijke kant en verleende de universiteit grote privileges. Nadat Frederik de opstand had neergeslagen, werd hij in 1155 werd Frederik in de St. Pieter tot Romeins keizer gekroond. | ![]() |
Toen enkele jaren later Milaan dreigde geheel Lombardije te onderwerpen, achtte Frederik de tijd aangebroken voor een nieuwe veldtocht naar Italië. In het voorjaar van 1158 vertrok hij met een van de sterkste legers ooit door een Duits keizer over de Alpen gevoerd werd. Nu zou hij de hoogmoed van de Milanezen breken. De keizer belegerde de stad en dwong de burgerij tot onderwerping. Om zijn heerschappij over geheel Noord-Italië te verzekeren en een einde te maken aan de burgeroorlogen riep Frederik een rijksdag bijeen, waar hij een landsvrede uitriep. Vredebreuk zou worden bestraft met zware geldboeten en confiscatie van goederen. Verder werd er bepaald dat de tolrechten en andere belastingen, de inkomsten uit de mijnen, de visserij en de zoutwinning voortaan zouden toekomen aan de keizer. Het duurde niet of het misnoegen tegen deze maatregelen begon zich alom te openbaren. Vooral Crema verzette zich, vooral toen Frederik ter wille van de landsvrede haar vestingwerken wilde laten slopen. Zeven maanden lang trotseerde de stad het Duitse rijksleger. Toen de dappere verdedigers zich tenslotte moesten overgeven, liet de keizer het stadje met de grond gelijk maken en moesten de burgers elders een heenkomen zoeken. Nu was het de beurt aan Milaan. Voor een normale belegering was Frederiks leger niet sterk genoeg, vandaar dat hij tot uithongering van de stad besloot. Maar in de ingesloten stad bevonden zich grote voorraden en de meedogenloze verwoestingen prikkelden de oude bondgenoten van Milaan tot nieuwe opstanden. Weldra kreeg Frederik ook paus Hadrianus tot vijand. Als het erop aan kwam waren de keizer en de paus rivalen als het om de heerschappij over Italië ging. Slechts zolang ze elkaars hulp nodig hadden konden zij samenwerken. Maar in 1259 werd paus Hadrianus plotsleling door de dood weggerukt voordat hij tijd had gehad om de strijd tegen de gevreesde Hohenstaufer te beginnen. De opvolger van Hadrianus, Voor Frederik was de krachtmeting met Milaan het voornaamste. Na een wanhopige verdediging verviel de bevolking tot moedeloosheid. Deze ging over tot ontzetting toen de keizer zes voorname krijgsgevangenen terugzond, van wie er vijf blind waren gemaakt, terwijl de zesde zijn ene oog mocht behouden om de anderen te kunnen leiden. In het voorjaar van 1162 was de toestand in de stad zo ontstellend dat de burgerij zich moest overgeven. De keizer wees het vredesaanbod van de hand. De vroeger zo koppige burgers kregen te horen dat ze allen de dood verdiend hadden, maar dat hij hun in zijn genade het leven zou laten behouden. Op aandrang van de vroegere vijanden van de stad besloot Frederik dat de stad Milaan verwoest zou worden. In een week tijd veranderde de rijkste stad van Italië in een enorme ruïne. De prachtige domkerk leek verminkt zonder haar fraaie klokkentoren. Door schrik verlamd boog nu heel Lombardije zich onder het keizerlijke juk. Maar velen deden het onder lijdelijk verzet, in afwachting van betere tijden.Voorlopig leek de situatie echter hopeloos, want tegen de machtige keizer Frederik Barbarossa was niemand opgewassen. In 1165 besloot Alexander lll naar Rome terug te keren. De Romeinen mochten niet vergeten wie hun werkelijke heerser was, al voelde de paus zich allesbehalve veilig. In de strijd tegen de machtige keizer van Duitsland vonden hij en keizer Manuel van Byzantium elkaar. Keizer Manuel probeerde op allerlei manieren de paus voor zich te winnen. Als lokmiddel gebruikte hij o.a. de vereniging van de Roomse en de Grieks-Katholieke Kerk onder leiding van de paus. Als tegenprestatie moest Alexander de keizerskroon van de koning van Duitsland doen overgaan op de heerser in Byzantium. Verder deed Manuel een aanbod van financiële steun en een sterk leger om heel Italië te kunnen onderwerpen. In de zomer van 1167 stond Frederik Barbarossa weer met een sterke krijgsmacht voor de poorten van Rome, vastbesloten Alexander af te zetten. De Romeinen verdedigden zich dapper. De gehele omgeving van de St. Pieterskerk werd verwoest. Pas toen het onvervangbare heiligdom zelf gevaar liep, gaven de belegerden de strijd op. Alexander vluchtte en in de Pieterskerk installeerde zich een nieuwe paus. Maar Frederiks overwinningsvreugd was van korte duur. Na een paar heftige wolkbreuken brak er een ziekte uit, die in de ongezonde lucht van de Campagna snel om zich heen greep en Frederik tot een haastige terugtocht dwong. Tot overmaat van ramp brak er een gevaarlijk oproer uit in de ontevreden Lombardische steden. Aan het hoofd van het Lombardisch verbond stond Cremona, de stad die tot dusver Fredrik Barbarossa trwouw was geweest en door hem met grote privileges was begunstigd. In het Lombardisch Verbond werden ook de burgers van het verwoeste Milaan opgenomen. Men besloot dat zij bij de wederopbouw van hun stad geholpen zouden worden. Na slechts enkele jaren was Milaan weer de machtigste stad van Lombardije. Nu het leger van Frederik Barbarossa zo verzwakt was, stond hij machteloos tegenover de oproerlingen. Ze versperden zelfs de Alpenpassen, zodat hij maar nauwelijks naar Duitsland kon ontkomen. |
![]() |
In 1176 trok Frederik opnieuw de Alpen over. Bij Legnano werd zijn opmars gestuit. De keurtroepen van het Lombardische Verbond werden gevormd door de inwoners van Milaan. Met de moed der wanhoop vochten zij tegen de gehate vorst, die hun stad met de grond gelijk had gemaakt. En zij behaalden de overwinning. De Milanezen waren strijdbaar genoeg om hierna door te vechten, maar de burgerij van Cremona wilden liever onderhandelen over vrede. Intussen ging ook het gerucht dat de keizer zijn geschil met de paus wilde bijleggen. Na langdurige onderhandelingen in Venetië kwamen beiden inderdaad tot een akkoord: Frederik erkende Alexander als paus en Alexander hief de banvloek over de keizer op (1177). Tegelijkertijd werd er voor zes jaar een wapenstilstand gesloten tussen de keizer en het Lombardsiche Verbond en één voor vijftien jaar tussen de keizer en de koning van Sicilië. |
In 1183 kwam er een officieel vredesverdrag. De Lombardische steden kregen zelfbestuur, maar zijn gezag als leenheer bleef gehandhaafd. Daardoor verzekerde Frederik zich van belangrijke inkomsten. Frederiks zoon Hendrik werd uitgehuwelijkt aan Constantia, de erfgename van de koningskroon van Sicilië. Constantia was evenwel geen schoonheid en bovendien 11 jaar ouder dan de haar bruidegom, maar politiek gezien was dit huwelijk zeer geslaagd. In Sicilië verkregen de Hohenstaufen een belangrijk steunpunt voor hun heerschappij over Italië. In 1194 kwam er een einde aan de Normandische overheersing van Sicilië. Het eiland werd na hevige gevechten geannexeerd door Hendrik VI van Hohenstaufen, een zoon van de Duitse keizer en getrouwd met een dochter van Roger II.
In de 12e en 13e eeuw beleefde Pisa zijn glorietijd en veroverde de stadsstaat onder andere Sardinië. In 1284 werd Pisa echter verslagen door Genua. laatst bijgewerkt: 20-06-04 |