4082 |
Koninkrijk Parijs (511 - 561) |
![]() Na de dood van Zij waren nog erger schurken en tirannen, maar kregen het in hun rijk op den duur steeds minder voor het zeggen. Zij werden spottend wel "de luierende koningen" genoemd en niet ten onrechte. Zij trouwden vroeg, waren op hun 30-ste al grootvader en stierven jong. Ondanks hun onderlinge naijver wisten zij niettemin het Bourgondische Rijk en Beieren te veroveren. De overwinningen en de bescherming van de Frankische koningen leverden de kerk grote voordelen. Zij werd vrijgesteld van verschillende belastingen en kreeg zelf het recht toegewezen om zelf belastingen en tienden te heffen. Nog belangrijker waren de enorme giften, bestaande uit landerijen. De Frankische expansie was meer een kwestie van verovering dan van kolonisatie. Het regime bleef grotendeels in handen van de bisschoppen en het aanzien van de Gallo-Romeinse aristocratie nam af. Clovis' bekering tot het orthodoxe christendom heeft ertoe bijgedragen dat zij instemden met de Frankische heerschappij. (De Bourgondiërs en Visigoten hadden zich beiden bekeerd tot de ketterse Ariaanse vorm van het Christendom). De macht van de Frankische koning berustte hoofdzakelijk op het Frankische leger. Een belangrijke beweegreden voor de veroveringen was de noodzaak om buit te verkrijgen, grond en geld, waarmee de soldaten beloond werden. Dit onderhield de trouw van de strijders. |
Childebert I was gehuwd met Vultrogotha en had twee dochters. Beseffend dat hij zonder mannelijke nakomeling zijn rijk ooit zou moeten afstaan, en jaloers op zijn broer
|
![]() |
![]() |
links: Chlotilde |
De snelle groei van het Frankische rijk kon niet steeds doorgaan. De langharige koningen verloren hun strijdlust en begonnen te verslappen. Door heel deze periode heen ziet de familiegeschiedenis van de Merovingen eruit als één trieste opsomming van verraad, moord en verminking. Nog erger was het dat door de afwezigheid van de vechtende vorsten en nuttige oorlogen de edelen naar de provincie trokken en daar de plaatselijke bevolking met veel plezier tiranniseerden. Iedereen was een mogelijk slachtoffer van wetteloosheid, behalve de koningen die haar toelieten. De bisschoppen, of zij nu wel of niet persoonlijk trouw bleven aan de koningen, werden door de kerkelijke politiek gedwongen om de wettige gang van zaken te steunen en dus volgens de regels van de wettig gekozen koning. Onbekwaamheid, omkoopbaarheid en zelfs onzedelijkheid tastten een groot deel van de geestelijkheid aan, een onvermijdelijk gevolg van de corruptie bij de bisschopsbenoemingen. De rijke bisschopszetels werden door de koningen gebruikt om bepaalde gunstelingen in te kunnen palmen of om te verkopen aan heerszuchtige Frankische edelen. Dat de kerk daardoor niet tot een groot zedelijk verval raakte, was te danken aan een nieuwe bron voor christelijk leiderschap: het klooster. In de tweede helft van de 6e eeuw vielen er nauwelijks meer overwinningen te boeken. Inmiddels had ook het verval van het Frankische rijk zich ingezet. De Frankische koningen moesten aanhangers belonen en aan de kerk hun eigen landgoederen en inkomsten weggeven. Hun middelen verminderden dus zodat de macht later in handen viel van de families die het meest hadden geprofiteerd van deze vrijgevigheid. In 558 overleed na een langdurig ziekbed Zijn broer laatst bijgewerkt: 14-09-07 |