10.342 |
Koninkrijk Holland (1806-1813) |
![]() |
In Januari 1806 verving de minister van Financiën een groot aantal locale accijnzen en heffingen door andere nationale heffingen. Op 25 februari 1806 werd de wet op het lager onderwijs aanvaard. Volgens deze wet zou het lager onderwijs zo ingericht moeten worden, dat "onder het aanleren van gepaste en nuttige kundigheden, de verstandelijke vermogens der kinderen ontwikkeld worden en zij zelf worden opgeleid tot alle Maatschappelijke en Christelijke deugden". Met deze wet werd een aanzet gegeven tot een centraal beleid betreffende het lager onderwijs. |
![]() |
Op 9 april 1806 stierf erfstadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau tijdens een bezoek aan zijn dochter Louise in Brunswijk aan een beroerte. Op 22 december van dat jaar stierf ook het zesjarige dochtertje van ![]() Op 4 juni 1806 werd Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) door een College van Nederlandse aanzienlijken gedwongen zijn ontslag als Raadspensionaris aan te bieden. Een dag later proclameerde keizer Onder Lodewijk Napoleon arriveert in Amsterdam 1806 |
![]() |
![]() |
Lodewijk Napoleon verhief al snel enkele families in de adelstand en anderen waren de koning dank verschuldigd, omdat ze een 'lintje' kregen (de eerste lintjesregen in de vaderlandse geschiedenis). Lodewijk was gehuwd met ![]() ![]() Links Hortense de Beauharnais |
Het korte koningschap van Lodewijk Napoleon (1806-1810) heeft in Nederland op cultureel gebied diepe sporen nagelaten. Voor het eerst was er sprake van een samenhangend kunst- en cultuurbeleid. De koning richtte in 1808 het Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, de huidige Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, op. Ook de positie van de Koninklijke Bibliotheek werd dankzij Lodewijk Napoleon versterkt. Het 3 guldenmuntstuk werd vervangen door de rijksdaalder. |
![]() |
![]() |
In november 1806 kondigde ![]() Tengevolge van het nieuwe koningsschap van Lodewijk Napoleon volgde in 1807 een nieuwe herindeling, nu in tien departementen: Amstelland, Maasland, Utrecht, Zeeland, Brabant, Gelderland, Overijssel, Drente, Groningen en Friesland. Ook bezette Frankrijk de Duitse gebieden Oost-Friesland en Jeverland, die bij verdrag van 11 november 1807 werden afgestaan aan het Koninkrijk Holland, en als zodanig het elfde departement Oost-Friesland vormen. |
In 1808 twee jaar na de afkondiging van het "Continentale Stelsel" sloot Lodewijk Napoleon alle havens af voor schepen die niet uit landen van de bondgenoten kwamen. In 1809 gingen Napoleon Bonaparte I en Joséphine de Beauharnais in scheiding. Na de overstroming die de Betuwe had geteisterd bezocht Lodewijk Napoleon Bonaparte het getroffen gebied en verstrekte hij (financiële) hulp. In hetzelfde jaar vocht Willem Frederik als luitenant-generaal in Oostenrijkse dienst tegen de Fransen in de Slag bij Wagram (6 juli 1809) De Fransen wonnen de slag en Willem Frederik raakte hierbij gewond aan zijn been. Op 30 juli 1809 landden de Engelsen in Walcheren met een leger van 40.000 man, duizend vaartuigen, 6000 paarden en 144 kanonnen. Het Hollandse leger dat weerstand moest bieden bestond uit 864 infanteristen, Middelburg, Veere en Zuid-Beveland werden zonder slag of stoot ingenomen. Lodewijk Napoleon, op het moment van de Engelse inval in Aken, spoedde zich haastig terug met 20.000 Franse soldaten. Keizer Napoleon onthief zijn broer echter van het bevel. De Engelsen bleven op Walcheren en Napoleon trok zich niet veel van hen aan. Hij lijfde, vanwege de militaire toestand in Zeeland, Brabant en Limburg bij Frankrijk in. Het Engelse leger werd getroffen door de 'Zeeuwse koorts' en maakte zo'n 4.000 slachtoffers en 11.000 zieken, meer dan een flinke veldslag. Napoleon Bonaparte I voerde het wetboek van strafrecht in, gebaseerd op de Code Napoléon. Het Metrieke Stelsel werd ingevoerd. Alle maten en gewichten van de verschillende districten werden geüniformeerd. |
![]() |
Tussen 1811 en 1813 liet de keizer in de Kop van Noord-Holland een reeks forten aanleggen verbonden door een liniedijk met bunkers en schuilplaatsen: de stelling van Den Helder. De Engelsen veroverden Java als laatste kolonie van Holland. Tot 1816 kwam dit eiland onder Brits bestuur. |
In 1812 werd de tolgrens van de ingelijfde gebiedsdelen met de rest van het Keizerrijk opgeheven. Van de 15.000 Hollandse dienstplichtigen die deelnamen aan de Russische veldtocht van keizer Napoleon keerden slechts enkele terug. Napoleon liet 40.000 paarden vorderen uit Holland en kondigde voor het jaar 1813 de invoering van een nieuwe dienstplicht (conscriptie) aan. Alle mannen tussen de 20 jaar en 60 jaar moesten zich melden voor de samenstelling van een Nationale Garde van 80.000 man. De hogere klassen protesteerde heftig toen de regering in april de oprichting van de Gardes d'Honneur, een erecorps, bekend maakte, hierin was de dienstplicht niet afkoopbaar. De Hollanders kwamen in opstand tegen deze dienstplicht. Door deze onrust in Holland begon Gijsbert Karel van Hogendorp, de staatsman die Prins van Oranje bijstond toen deze vertrok naar Engeland, met de vorming van een Hollandse regering om na het vertrek van de Fransen de macht over te kunnen overnemen. Rechts: G.K. van Hogendorp |
![]() |
Gemaakt: 06-04-04 |