9161 |
De Russische veldtocht (22 juni - 18 december 1812) |
![]() Toen Rusland in 1811 weer handel begon te drijven met Engeland, wilde napoleon ten koste van alles dit lek in zijn blokkade te dichten. Door tsaar Alexander de oorlog te verklaren wilde hij hem dwingen mee te doen aan zijn blokkade tegen Groot-Brittannië. Tijdens de Russische veldtocht van 1812 vernietigde Napoleon het militaire apparaat, waarmee hij zich tot zijn dood had kunnen handhaven. |
Op 22 juni 1812 begon Napoleon met de Grande Armée aan de Russische veldtocht. Daartoe had hij in Pruisen en Polen een kolossale strijdmacht bijeengebracht: 612.000 man (waarvan ruim 500.000 infanteristen en artilleristen te voet en 100.000 cavaleristen en rijdende artillerie) van zeker twintig nationaliteiten, onder wie ook Nederlanders, 1242 stukken veldgeschut en 130 stukken belegeringsgeschut, 32.000 karren en wagens en ruim 180.000 paarden. Bovendien maakten naar schatting 25.000 burgers, mannen én vrouwen als voerlieden, knechten en marketentsters deel uit van het leger. In Duitsland werden nog een 150.000 paarden in reserve gehouden, alsmede tienduizenden voerlieden. Aangenomen wordt dat de keizer aan het hoofd stond van het grootste leger uit de geschiedenis: Binnen zes maanden zouden negen van de tien soldaten omkomen. |
![]() |
De veldslag in Rusland is op verschillende manieren de geschiedenis in gegaan. Één daarvan is door het muziekstuk ‘1812', een ouverture van Tschaikowsky, waarin de slag tussen de Fransen en de Russen op een magnifieke manier wordt vertolkt, onder andere door de volksliederen van beide landen te gebruiken als herkenningsmelodieën. De Russische schrijver Tolstoj heeft de opmars van de Franse legers richting Rusland, beschreven als een stormvloed die met grote hoeveelheden mensen, onderverdeeld in verschillende legers kwam. Die vergelijking is niet vreemd, het leger van Napoleon bestond uit soldaten van alle veroverde landen: Duitsers, Italianen, Fransen, Walen, Portugezen, Hollanders, Kroaten, Zwitsers; en op de flanken Pruisen en Oostenrijkers. Het is zelfs zo, dat van de ongeveer 500.000 soldaten die het leger telde, de Fransen sterk in de minderheid waren. Het grootste gedeelte bestond uit Duitsers. Napoleon maakte echter gelijk al een fout, door de meest onbetrouwbare manschappen op de flanken te zetten. Bij de opmars ging dat goed, maar bij de terugtocht heeft dit het leger ernstig in gevaar gebracht. De Russen beseften dat ze tegen de Franse strijdmacht, die meer dan een half miljoen man telde, vrijwel kansloos was en stelden daarom iedere confrontatie uit. De ontwijkingtactiek, de enige waarop Napoleon niet had gerekend, bleek ook de juiste keuze: De Grande Armée werd tijdens haar opmars naar Moskou geplaagd door gebrekkige bevoorrading, ziektes en deserties, waardoor het legeroffensief werd gehalveerd, vooraleer de vijandelijkheden met de Russen plaatsgrepen. |
Nog voor er ook maar één schot was gelost, kwam het leger al in de problemen. De voedselvoorziening bleek in de praktijk niet zo te werken als op papier beschreven is. De soldaten plunderden het land, voerden onrijp graan aan hun beesten, waardoor duizenden slachtoffers vielen, ook onder de soldaten zelf, nog voor het tot een strijd was gekomen. Toen ze dan eindelijk het barre Rusland in trokken, werd de situatie alleen nog maar slechter. De soldaten plunderden de dorpen, braken de huizen af, de voedsel- en drinkwatervoorziening werd alleen maar slechter. De soldaten moesten daarom vervuild water drinken, waardoor de meest vreselijke ziekten uitbraken. Na 14 dagen was Napoleon al 135.000 man kwijt, alleen door ziekte en desertie. Rechts: Napoleon met zijn staf |
![]() |
Op 24 juni 1812 stak de keizer met ongeveer 400.000 man de Nemen-rivier over, die de grens vormde tussen het door de Fransen beheerste hertogdom van Warchau en Litouwen, dat in Russische invloedssfeer lag. Het leger van de keizer werd verwelkomd door de bevolking van Polen en Litouwen die hem als bevrijder beschouwde. Toen Napoleon met zijn legers bij de eerste grote vestingstad, Wilna, aankwam, dachten de soldaten dat ze weer als vanouds kunnen vechten en dat ze in de stad genoeg voedsel en drinkwater kunnen vinden, waarmee ze de ziekten kunnen tegengaan. Maar, als ze in de stad aankomen, is die verlaten, geen Russen. En de voorraadschuren staan in brand, zodat er nog geen voedsel te vinden is. Deze tactiek, hij wordt ook wel de tactiek van de verschroeide aarde genoemd, van terugtrekken en alles vernielen wat de vijand zou kunnen helpen, werd door de Russen toegepast. Telkens als Napoleon bij een stad aankwam, waar hij dacht een nieuw voedseldepot te kunnen vinden om zo zijn leger uit de malaise te redden, bleek de stad verlaten en de voorraden verbrand. Sommige boeken beschrijven deze Russische tactiek als een slim uitgedachte tactiek, waarin alle lof wordt toegekend aan de Russen. De waarheid echter ligt iets anders. De Russen weten dat ze niet tegen het ontzaglijke leger van Napoleon op kunnen. Daarom rest hun maar een mogelijkheid om te overleven, namelijk de terugtocht. De omvang van zijn leger heeft Napoleon dus uiteindelijk de kop gekost. |
laatst bijgewerkt: 05-08-02 |