In 1816 werd Argentinië onafhankelijk van Spanje, na een korte strijd met de Spaanse bezetters, onder de leiding van José de San Martin. Deze laatste wordt door de Argentijnen nog steeds als een held beschouwd. In de eerste jaren van deze jonge natie ontstonden er diverse conflicten tussen de centralisten en de federalisten, tot in 1853, toen er een nieuwe grondwet werd aangenomen. In 1865 moest Argentinië, dat nauwelijks een leger had, het hoofd bieden aan de landhonger van Pagaguay. In een bloederige oorlog, die tot 1870 duurde, wisten de Argentijnen met hun Braziliaanse en Uruguayaanse bondgenoten Paraguay te verslaan. In de tweede helft van de 19e eeuw, kende Buenos Aires een grote bloeiperiode, mede door de komst van duizenden migranten. Nieuwe technologieën (invriezen van vlees, spoorwegen) stimuleerden de landbouw en veeteelt. Nieuwe gebieden zoals Patagonië werden veroverd. Immigranten uit Engeland en Wales startten schapenfokkerijen op grote estancias. Argentinië werd na de Verenigde Staten het tweede 'Beloofde Land' van Amerika. Tussen 1880 en 1920 was Argentinië een van de rijkste landen ter wereld. Na een korte opleving rond de Tweede Wereldoorlog zakte het land definitief terug.
Gemaakt: 19-12-05
colofon
|