9707 |
De Bataafse Republiek (1795-1799) |
![]() |
|
![]() |
Na de opmars van de Fransen en het vertrek van Oranje was de revolutie ook in Republiek een feit. Maar in tegenstelling tot Frankrijk kostte zij hier geen druppel bloed. "Er viel geen hoofd" Iemand die de revolutie in Frankrijk had meegemaakt, sprak dan ook van een "fluwelen revolutie". "Vrijheid, gelijkheid en broederschap!" Dat was de juichkreet waarmee de Fransen de Republiek werden binnen gehaald en men danste om de vrijheidsboom en natuurlijk bedreef men hier en daar wat baldadigheden. Maar voor de guillotine bleef de Republiek bespaard. Die ommekeer betekende dat de Oude Republiek der zeven vrije landen was verdwenen en dat daarvoor de Bataafse Republiek (1795-1806) in de plaats was gekomen. In de stadsbesturen, de besturen van de Staten moesten de regenten plaats maken voor "de voorlopige vertegenwoordigers" van het volk. Links: Het planten van de Vrijheidsboom in 1795 om het begin van de Bataafse Republiek te vieren door mannen die gekleed gingen als sans-culottes. |
Dat begon in Amsterdam, waar reeds een dag na het vertrek van de prins Daendels, een van aanvoerders van de Patriotten, die in 1786 Hattem op stelten hadden gezet en die later naar Frankrijk was gevlucht, met de Franse troepen aankwam. Voor de aan de Republiek gebrachte "vrijheid" lieten de Fransen zich goed betalen. Bij het Haags Verdrag werd bepaald dat de Republiek Staats-Vlaanderen, Maastricht en Venlo aan Frankrijk moest afstaan. Voorts moest de Republiek 100 miljoen betalen als oorlogskosten en een Frans leger van 25.000 man kleden en voeden. "Ramplanplan, daar komen ze an. Ze hebben geen kousen en schoenen an", zong men op straat, doelende op de haveloze Franse soldaten die de Republiek te gast kreeg en men smalend "sansculotten" - zonder broek - noemde. De Staten Generaal werd ontbonden en in de plaats daarvan kwam een Nationale Vergadering, een door het volk gekozen volksvertegenwoordiging, die in 1796 voor het eerst bijeenkwam. |
![]()
|
Er ontstond tweedracht tussen de unitarsissen (zij die een gloednieuwe Nederlandse eenheidsstaat wensten en voor een sterk centraal waren) en de federalisten, die de gewesten hun zelfstandig wilden laten behouden. Uiteindelijk werd het ontwerp voor de nieuwe grondwet waarbij alles min of meer bij het oude bleef, weggestemd.Staat en kerk werden officieel gescheiden. De Gereformeerde Kerk kon nu niet meer rekenen op financiële en andere bevoorrechting door de overheid en werd dus met de andere kerkgenootschappen gelijkgesteld. Voortaan zouden katholieken en protestanten gelijke rechten hebben. De Joden werden erkend als volwaardige burgers van de Republiek. | ![]() |
![]() |
In het najaar van 1797 werd de vloot van de Republiek onder admiraal De Winter bij Kamperduin zo goed als vernietigd. De unitarsissen buitten deze gebeurtenis uit. Als er een sterk landsbestuur was geweest, dan zou de vloot veel sterker zijn geweest en was dit niet gebeurd. Zo kregen de federalisten de schuld van de nederlaag. Er was inderdaad geen krachtig bestuur en daardoor heerste er in de Republiek grote verwarring. Zo kon het niet langer gaan. Dat vonden niet alleen de unitarsissen, maar vond ook de regering van Frankrijk, die zeer teleurgesteld was toen de Bataafse bondgenoot minder opbracht dan men in Parijs gedroomd had. De unitarsissen besloten tot een staatsgreep. Gesteund door de Franse gezant Delacroix en generaal Joubert, de bevelhebber van de Franse en Bataafse troepen, werd de president van de Nationale Vergadering gevangen genomen (22 januari 1798). De leden van de Vergadering werden gedwongen een eed af te leggen tegen het stadhouderschap en het federalisme. De leden die dit weigerden werden uit de vergadering verwijderd. links: Vlag van de Bataafse Republiek |
Een voorlopig Uitvoerend Bewind werd tijdelijk belast met het landsbestuur. Spoedig kwam er ook een nieuwe grondwet. Hierin werd bepaald dat de Bataafse Republiek één en ondeelbaar was en zou bestaan uit acht departementen met andere namen en grenzen dan de vroegere provincies. De wetgevende macht kwam aan een volksvertegenwoordiging die de naam Vertegenwoordigend Lichaam zou dragen en door alle mannen die 20 jaar en ouder waren (algemeen kiesrecht voor mannen!), gekozen zou worden. De uitvoerende macht kwam aan vijf directeuren. Alle heerlijke rechten werden afgeschaft, evenzo alle adellijke titels, de pijnbank en de gilden. Er kwam vrijheid van godsdienst en van drukpers. Volgens deze grondwet hadden nu de kiezers het Vertegenwoordigend Lichaam moeten kiezen en dat had daarop de vijf directeuren moeten benoemen. Maar de nieuwe grondwet werd door de vijf leden van het Voorlopig Uitvoeren Bewind aan hun laars gelapt. Ze bleven eenvoudigweg zitten en de heren die de grondwet hadden ontworpen verklaarden zich tot Vertegenwoordigend Lichaam. |
Grote verontwaardiging was het gevolg. Daendels, die tot opperbevelhebber van het Haagse Garnizoen was benoemd, liet dit niet op zich zitten en besloot een nieuwe staatsgreep te plegen. Gesteund door een op het Binnenhof samengetrokken troepenmacht dwong hij de heren op te stappen (12 juni 1798). Er werden verkiezingen gehouden en reeds op 31 juli kon een wettig gekozen Vertegenwoordigend Lichaam zijn werkzaamheden beginnen. Intussen was het Haags verdrag met Frankrijk de Republiek al duur te staan gekomen. Engeland haastte zich om de koloniën van de Republiek te bezetten. In 1801 was alleen nog Java in het bezit van de Republiek. De Engelse vloot was oppermachtig en de Nederlandse vlag scheen geheel van de zeeën te zijn verdwenen. Alle takken van nijverheid die met handel en scheepvaart te maken hadden, zoals de scheepsbouw, zeilmakerij, touwslagerij, lagen stil. Ook met de visserij ging het niet goed. Eerst hadden de Engelsen de vissers, vooral die van Scheveningen om hun Oranjegezindheid nog gespaard, maar dat was spoedig uit. In het voorjaar van 1798 werden de eerste Scheveningse vissersschepen opgebracht en de bemanning gevangen genomen. De Fransen lieten zich steeds meer in met de binnenlandse politiek. |
![]() |
In 1796 werd in de balzaal op het Binnenhof de eerste nationale vergadering gehouden en op de voormalige dansvloer waren banken geplaatst voor de leden van het Bataafse parlement. Hun maatregelen griefden de prins diep: al zijn ambten werden afgeschaft, zijn bezittingen - inclusief de paleizen - geconfisqueerd. Het prinselijk paar raakte in financiële moeilijkheden. Willem V gedroeg zich echter bewonderenswaardig. Nooit beklaagde hij zich over het verlies van zijn spullen. "Ik moet mijn teering na mijn neering doen en misschien is dat wel goed voor mij"., schreef hij. |
![]() |
Na een kort verblijf op het kasteel Kew op het koninklijk lustslot Hampton Court, vertrokken beide prinsen naar Duitsland. Prins Frederik, de jongste zoon van Willem V, vertrok naar Oostenrijk, waar hij dienst nam in het leger. Als generaal van het Oostenrijkse leger kreeg hij de opdracht de Italiaanse grens tegen de Fransen te beschermen. Op het eind van 1798 werd hij ernstig ziek en in begin 1799 stierf hij.
In december 1801 vertrok Willem V naar Duitsland. Erfprins Willem Frederik begaf zich naar Berlijn en liet spoedig ook zijn vrouw Wilhelmina ("Mimi") van Pruisen en zijn in 1792 geboren zoontje Willem daarheen komen. In 1797 werd een tweede zoontje geboren, dat naar zijn oom Frederik werd genoemd. Terwijl zijn vader Willem V een afwachtende houding aannam beraamde Willem Frederik plannen om de Nederlanden te bevrijden. Links: erfprins Willem Frederik |
laatst bijgewerkt: 26-04-10 |