9705 |
De Republiek der Verenigde Nederlanden (1781-1786) |
![]() |
![]() |
![]() |
Links: Bart van Hove (1790 - 1880), Het doorrijden van de Stadhouderspoort op het Binnenhof te 's Gravenhage door de afgevaardigden van Dordrecht op 17 maart 1786 |
De Vierde Engelse oorlog, die in 1781 was uitgebroken, was nog in volle gang. Zij bracht de VOC de genadeklap toe. In de eerste oorlogsmaand (januari 1781) maakten de Britse Vloot en kapers niet minder dan 200 Hollandse koopvaardijschepen buit, waarmee de nog resterende Nederlandse scheepvaart volledig lamgelegd werd. Engeland verkreeg vrije vaart in de "Oosterse zeeën", waardoor de VOC haar specerijmonopolie verloor. Veel schepen met kostbare goederen vielen in Engelse handen. De Zeeslag op de Doggersbank (5 augustus 1781) eindigde onbeslist, Admiraal Zoutman kreeg alle lof toegezwaaid, maar het was wel de laatste Nederlandse Zeeslag in Europa. De rol van Nederland als militaire mogendheid in Europa was definitief voorbij. Nog meer rampen volgden. De Britten veroverden alle Afrikaanse forten van de WIC, behalve Elmina, en ook de koloniën in West-Guyana, hoewel die vervolgens door de Fransen voor de Republiek heroverd werden. In Oost-Indië, was de schade minder dan zij zonder Franse assistentie geweest zou zijn. maar toch gingen er verscheidene bases verloren in Zuid-India en op Ceylon, waaronder Negapatnam, alsmede een aantal rijk beladen VOC-schepen met een gezamenlijke waarde van 10 miljoen gulden. Toen de Republiek door de Vierde Engelse Oorlog zoveel schade leed, vonden de Patriotten hierin een schone gelegenheid om stadhouder Willem V en de hertog van Brunswijk, die men smalend "de dikke hertog" noemde, krachtig aan te vallen. Zij werden de zondebokken. In schotschriften en couranten werden zij gesmaad, gehoond en bespot. In redevoeringen en pamfletten (oa. Aan het volk van Nederland) probeerde men het volk op te ruien en opgeroepen zich te wapenen. Vooral toen keizer Frans Jozef ll het de Republiek moeilijk en ontruiming eiste van de barrièresteden die de Republiek in de Zuidelijke Nederlanden had gekregen en de Staten hierin toestemde (1781), moest de hertog van Brunswijk, een voormalig Oostenrijks veldheer, het ontgelden en helemaal toen de keizer opening van de Schelde eiste. Willem V gaf zijn vroegere voogd de raad zich terug te trekken uit de politiek en de hertog ging (1784). Maar nu richtten de Patriotten en regenten hun aanvallen op de prins zelf. |
In 1784 werd de Maatschappij tot Nut van het Algemeen opgericht die zich sterk wilde maken voor beter onderwijs en ontwikkeling van de "gemeene (=gewone) handwerklieden met het doel hen tot "nuttige leden der maatschappy en tot braave opvoeder hunnen kinderen te maken". Martinus Nieuwenhuijzen, secretaris van de maatschappij, moest in 1787 Edam, waar het hoofdkantoor van het Nut, zoals de maatschappij gemakshalve werd genoemd, was gevestigd, ontvluchten om arrestatie te voorkomen. Het conservatief ingestelde Edamse stadsbestuur had namelijk weinig op met het gedachtegoed van " het Nut". Goede opgeleide, ontwikkelde burgers zouden namelijk wel eens kritische vragen kunnen stellen over de bevoorrechte positie van de regenten en de Edamse stadsbestuurders verdachten het Nut ervan te sympathiseren met de Patriotten en ook in Edam de nodige aanhang had. De regenten in Edam wilden de politieke activiteiten van de Patriotten aan banden leggen en werden daarbij gesteund door de machtige Gereformeerde Kerk, die in de uitgangspunten van het Nut het gedachtegoed terugvond van de Verlichting en dat stond in hun ogen op gespannen voet met het geloof omdat de Verlichting wetenschappelijke inzichten boven geloofswaarheden stelde, terwijl volgens de gereformeerde predikanten Gods wegen nooit volledig te doorgronden waren. In Monnickendam vond Martinus onderdak bij zijn vader, de doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuijzen en medeoprichter van het Nut. Duidelijk was dat Edam niet langer geschikt was als zetel van het hoofdbestuur en besloten werd die te verplaatsen naar Amsterdam.
Rechts: Jan Nieuwenhuijzen (1724 - 1806) |
![]() |
![]() |
Van daar uit kon de maatschappij zijn activiteiten verder ontplooien, zoals de uitgave van schoolboekjes, de oprichting van scholen en kweekscholen, het geven van cursussen en het houden van lezingen. Het Nut was ook de oprichten van de eerste voorleesbibliotheek en leeszaal en stond daarmee aan de wieg van de eerste openbare bibliotheek in Haarlem. Ook kwamen er op initiatief van het Nut spaarbanken en stichtingen van woningbouw tot stand. Men deinsde er zelfs niet voor terug om daarbij tot de kinderachtigste middelen zijn toevlucht te zoeken. Zo verboden de Staten van Holland, die in meerderheid patriots waren, het zingen van het Wilhelmus, het dragen van oranje en het roepen van "Oranje boven!" In 1785 braken er bij een bezoek van Patriotten vrijkorpsen uit Leiden en Schiedam aan Den Haag op verschillende plaatsen heftige rellen uit. Willem V weigerde het leger in te zetten tegen de aanzetters van deze rellen, zijn eigen aanhangers, waarna hem door de Staten van Holland het bevel over de troepen werd ontnomen. Al die vernederingen moe, besloot de prins om met zijn gezin Den Haag te verlaten (september 1785). Wilhelmina, Willems echtgenote had eerst geweigerd. Door zo'n smadelijke aftocht, meende zij, zou de prins alle respect verliezen. Maar Willem hield voet bij stuk en zij volgde. Zij vestigden zich op paleis Het Loo bij Apeldoorn. En juist daar in Gelderland, niet ver van het paleis, brak de burgeroorlog uit, die al lang de Republiek bedreigd had. Links: Stadhouder Willem V en zijn gezin (gezien de leeftijden van de kinderen getekend ca. 1777): Wilhelmina van Pruisen, zijn dochter Frederica Louise Wilhelmina (1770 - 1819) en zijn zoons Willem Frederik (1772 - 1843, de latere koning Willem l, en Willem George Frederik (1774 - 1799). |
Bij Amersfoort stelde het leger van de prins zich op. Willem vestigde zich met zijn gezin in Nijmegen in het oude kasteel. In augustus 1786 maakten gewapende Patriottenvrijkorpsen zich meester van de stad Utrecht en stuurden de regenten en de Oranjeaanhangers naar huis. Willem V greep niet in. Hij kreeg de toestemming daar ook niet voor van de Staten van Utrecht.Ondertussen werkte de tijd voor de prins. In maanden daarop kwamen in verschillende steden (Amsterdam, Rotterdam) de Patriotten en regenten steeds feller tegenover elkaar te staan. De Patriotten wilden macht. Met beloften wilden zij zich niet langer meer laten opschepen. Dan maar met geweld. In april 1787 joegen de Patriotten in Amsterdam en Rotterdam de regenten met geweld van het stadhuis en namen het bestuur in handen. |
laatst aangepast: 06-05-10 |