8107 |
Republiek der Verenigde Nederlanden - Het Rampjaar 1672 |
![]() Stadhouder Willem lll (1672-1702) kreeg meer macht dan zijn voorgangers. Hij zorgde ervoor dat overal regenten werden benoemd die hem goed gezind waren. Willem lll had echter meer belangstelling voor de buitenlandse politiek dan voor zaken binnen de Republiek. |
![]() |
Een Frans leger van ongeveer 120.000 man onder leiding van ervaren aanvoerders als Condé, Luxembourg en Turenne, rukte via Namen en Luik naar Keulen op. Van hieruit trok dit leger direct langs de Rijn de Republiek binnen. (zie verder: De veldtocht van Lodewijk XlV tegen de Republiek) De bisschop van Münster overschreed met zijn troepen de grens in Overijssel. Tegenover deze dubbele aanval stond het Staatse leger machteloos. Bovendien brak in datzelfde jaar opnieuw oorlog uit met Engeland. Deze Derde Engelse Oorlog (1672 - 1674) werd meer veroorzaakt door de financiële en politieke ambities van de Engelse koning dan door economische motieven. Op zee boekte de vloot onder leiding van De Ruyter twee overwinningen op de Engelsen. Ondanks een ongunstige westenwind lukte het De Ruyter onverwachts de Noordzee over te steken. Op 6 juni 1672 kwam het tot een treffen in de Solebay aan de kust van Suffolk. De vloot van de Republiek der Verenigde Nederlanden bestond uit 75 oorlogsschepen, 22 adviesjachten en 32 branders, met 4.500 kanonnen en 20.700 opvarenden. DecEngels-Franse vloot bestond uit 93 oorlogsschepen en 24 branders met 6.158 kanonnen en zo'n 40.000 opvarenden. Doordat de Hollandse vloot in een lij-positie was kon De Ruyter de geallieerde vloot niet al te agressief aanvallen en slaagden de Britse en Franse admiraals erin hun schepen in een slagorde te plaatsen, al gebeurde dat wel in een zekere wanorde. Plotseling draaide de wind echter, zodat De Ruyter in de loef de Britse schepen kon aanvallen. Het schip ''HMS Royal James'', het vlaggeschip van de Engelse vloot, werd in lichterlaaie geschoten. Zo'n duizend Britten kwamen in de vlammen om. De Engelse vice-admiraal Montagu zag zich op het eind gedwongen van het schip te springen en verdronk; zijn lijk spoelde later aan, slechts herkenbaar aan het geschroeide admiraalsuniform. |
![]() |
''De brand van de ''Royal James'' tijdens de Slag bij Solebay''', schilderij van Willem van de Velde De verliezen aan manschappen waren enorm aan de Britse zijde: ongeveer 2.500 man. De Nederlanders telden "slechts" enkele honderden doden. Daar stond tegenover dat de Nederlanders meer schepen verloren. Twee Nederlandse schepen werden tot zinken gebracht, een derde explodeerde kort na de eigenlijke slag, en nog eens twee werden door de Engelsen geënterd. Beide partijen zagen zichzelf als overwinnaars. Het was in ieder geval een strategische overwinning voor de Republiek: de blokkade was mislukt en de Republiek was beter in staat de schade herstellen. Het Engelse parlement weigerde nu langer geld voor de oorlog te betalen. Het gevaar van een vijandelijke landing op de kust was voorlopig geweken. |
De Republiek stond er niet al te best voor: de regenten, onder leiding van Johan de Witt, hadden het landleger sterk verwaarloosd. Alleen de vloot was sterk. Prins Willem lll die zich achter de IJssel had opgesteld, werd hierdoor verrast. Hij trok in allerijl terug om niet van Holland afgesneden te raken. Verder moesten zo'n 10.000 man Staatse troepen in de IJsselsteden zich overgeven. De bevolking dacht dat nu de Prins verheven was tot de waardigheden van zijn voorvaderen er ook in het bestuur ten plattelande, waar men toch zo voor het Oranjehuis geijverd had, verandering gebracht zou worden. Hierin kwam zij toch bedrogen uit. De Prins aan wie verzocht was aan de "confusie" (verwarring) een einde te maken, liet de zaak ten plattelande zoals die tot die tijd geweest was. Enkele heren speelden de baas en de boeren hadden niets te vertellen. Om het vaderland te verdedigen waren er ook heren benoemd om de huislieden (de boeren) onder de wapenen te brengen. Deze waren over dit feit zo boos dat ze vernielingen aanrichtten.In Zeist vestigde Lodewijk XlV zijn hoofdkwartier. Vooral na de capitulatie van de stad Utrecht (21 juni) ontstond er paniek in Holland en Zeeland. Geruchten over verraad deden de ronde en sommige Oranjeaanhangers verbonden hieraan de naam van Johan de Witt. In de tweede helft van de 17e eeuw kregen de regenten steeds meer macht. Daardoor ontstond er een toenemende onrust onder de bevolking. Onder de oorlogsdreiging van Frankrijk en Engeland kwam het tot een uitbarsting. Raadspensionaris De Witt werd gezien als de grote boosdoener van alle onheil.Steeds sterker werd erop aangedrongen om de prins in de functie van zijn voorouders aan te stellen. Zeeland besloot als eerste Willem lll het stadhouderschap aan te bieden; de andere gewesten volgden. De toestand leek velen "reddeloos", menigeen was "radeloos" en er was ook een groep "redeloos. De Witt kreeg de schuld van alle problemen. Hij had niet alleen de oorlogsschepen, maar ook het leger sterk moeten maken, vonden zijn tegenstanders. Op valse beschuldiging werden de Witt en zijn broer in Den Haag gevangen gezet. Twee weken later werden zij op beestachtige wijze door het woedende volksmassa op gruwelijke wijze vermoord. In het noordoosten liep de aanval van de Münsterse troepen, die onder leiding van Bernard van Galen delen van Gelderland, Drente en Overijssel hadden veroverd, vast voor de stad Groningen. Ook de hoofdaanval van de Fransen kwam tot stilstand. De aanvoerlijnen van hun legers waren te lang geworden en bovendien hadden de Fransen hun handen vol aan de strijd tegen de Staatse troepen in het achterland. |
laatst bijgewerkt: 08-10-05 |